Huilen op de heuveltop

Peter Levi: Edward Lear. Uitg. Macmillan, 362 blz., ƒ65.60.

Edward Lear (1812-1888) verdiende de kost voornamelijk als landschapstekenaar en schilder. Bij zijn leven werd zijn werk goed verkocht. Na zijn dood is het een tijd lang genegeerd, maar sinds 1950 wint het in aanzien en wordt weer duurder. Als hij niets anders gemaakt had, zouden er nu langzamerhand studies over hem verschijnen; misschien kwam er zelfs een biografie.

Dat de biografie door de dichter Peter Lear al de vierde of vijfde is in de laatste zestig jaar heeft Lear te danken aan zijn verskunst: limericks en andere komische gedichten. Hij en Lewis Carroll, de schepper van Alice, zijn de voornaamste humoristen in de Engelse literatuur van de negentiende eeuw; allebei eenzame treurige mannen, hoewel ze druk leefden met vrienden en diners.

Omdat zijn limericks de oudste algemeen bekende zijn wordt Lear nogal eens aangezien voor de ontwerper van die versvorm. Dat was hij niet. Zijn originele bijdrage eraan was dat hij bijna altijd als laatste rijmwoord dat van de eerste regel herhaalde. Hoewel niemand veel goeds te zeggen heeft voor deze behandeling van de laatste regel, is er iets voornaams aan: het vlakke, onbevredigende, niet behaagzieke ervan voorkomt proestlachen en houdt het versje op een afstand van de toehoorder.

Levi's voornaamste vorige prozawerk was een biografie van Shakespeare. Daar behielp hij zich makkelijker met het gebrek aan gegevens dan hier met de overdaad aan details uit Lears brieven. Hij had veel van de daagse kleinigheden weg kunnen laten, en dan om het meeleven te animeren meer van de tienduizenden landschappen moeten opnemen die Lear nagelaten heeft. Eigenlijk verwacht hij blijkens zijn bibliografie dat zijn lezers de geïllustreerde catalogus van de Lear-tentoonstelling in de Royal Academy in 1985 zullen raadplegen; maar zoiets doen lezers niet gauw.

Niettemin, How pleasant to know Mr Lear!, zoals de oude vrijgezel zelf enige jaren voor zijn dood uitriep aan het begin van een gedicht waarvan de voorlaatste regels luiden:

He weeps by the side of the ocean

He weeps on the top of the hill.

Of hij soms lachte, en hoe dat klonk, heb ik nog nergens gelezen. Wel dat hij heel grappig kon doen tegen kinderen.