Het onbehagen in de ander; Verhalenbundel over de zeven hoofdzonden

Div. auteurs: De Zeven Hoofdzonden - Nieuwe Verhalen. Uitg. Prometheus, 158 blz. Prijs: ƒ24,90.

'Op de drempel van de Bouwmaat al voelde Ellen Viertel zich hachelijk oplichten tegen al dat steen en staal, een paradijsvogel in een straat: zij had hier geen enkele dekking meer.' Mooie zin uit een mooi verhaal van Thomas Rosenboom, dat de bundel De Zeven Hoofdzonden besluit. Het is bovendien een zin die een gevoel uitdrukt - 'geen dekking meer' - en een trefwoord bevat - 'hachelijk' - die representatief zijn voor veel van de verhalen in deze bundel.

De in meer en minder mate 'jonge' auteurs die een bijdrage leverden, is gevraagd om over de aloude Hoofdzonden een hedendaags licht te laten schijnen. Maar vrijwel allemaal hebben ze de gelegenheid aangegrepen om hetzelfde thema aan te snijden. De liefde is een wat ouderwetse omschrijving van dat thema - netelige seksuele verhoudingen is een betere term. Of er nu over hoogmoed, traagheid of onkuisheid wordt geschreven, in veel verhalen overheerst een gevoel van onbehagen in het verkeer met De Ander.

Zo portretteert Bas Heijne, schrijvend over hoogmoed, in het verhaal ''s Ochtends' de wroeging die volgt op een liefde-voor-één-nacht. Subtiel laat hij zijn vrouwelijke mannenjager - als ze even wakker wordt naast een vreemde man - de gewaarwording krijgen dat seks met alleen een lichaam niet mogelijk is zonder wroeging. 'Hij zal wakker worden en zijn ogen opslaan of ik zal hem wekken. En dan? Ik heb geen scenario klaarliggen.'

Ook in 'Recht uit het achterraam' (Onkuisheid) van Hermine Landvreugd ontbreken de vertrouwde liefdesscenario's. Het is een kil verhaal over het treurige homoseksuele jongetje Sissy Boy - 'Even spreken. Op z'n lul laten zitten zal hij bedoelen.' Het wezen dat hij een tijdje zijn vriend heeft mogen noemen, heeft de keuken volstaan met pakken Perla Mild Albert Heijn. Met de koffiepunten laat hij naaktfoto's opblazen tot Albert Heijnposters.

'Het zelf doen' van Thomas Rosenboom (Traagheid) bevat heel nadrukkelijk wèl een scenario: het wreedste scenario om een vrouw te winnen, om precies te zijn, en met kenmerkende harde passages: 'Wat voerde zij uit met dat lichaam van haar, dat ik mij tot nu toe slechts had kunnen voorstellen zonder plooien, openingen of geuren, als dat van een pop, een lichaam waartoe men zich enkel met geweld de toegang kan verschaffen?.'

Dit zijn ook de drie sterkste verhalen van de bundel. De pijnlijke gewaarwordingen en - bij Rosenboom - wrede triomf worden zonder pathos beschreven, op het kille af zelfs. Van de overige auteurs vallen Ronald Giphart (Hebzucht) en Herman Brusselmans (Onmatigheid) vooral op door hun dwarsheid. Giphart omdat hij juist een - wat puberaal uitdagend - loflied op de promiscuïteit zingt; Brusselmans omdat hij niet óver onmatigheid schrijft, maar een onmatig verhaal inleverde. Een onmatig melig verhaal, mogen we wel zeggen.

Giphart en Brusselmans zijn de enige vrolijke noten in een verder vrij wrang boekje, dat daardoor net iets meer zeggingskracht heeft dan de doorsnee gelegenheidsbundel.

In één opzicht is het zelfs zeer veelzeggend. Drie van de zes mannelijke auteurs kozen voor een vrouwelijk ik-perspectief. Alsof ze bij de zonde - na al die jaren - nog steeds meer aan Eva moeten denken dan aan Adam.