Het halleluja van de hoogte; Constantin Brancusi's Eindeloze zuil in Roemenië

Een trap naar de hemel - zo noemde de Roemeense beeldhouwer Constantin Brancusi zijn 'Eindeloze zuil'. Het is zijn belangrijkste bijdrage aan de moderne kunst. Toch hebben slechts weinigen haar gezien, want de zuil staat in Tirgu Jiu in Roemenië, een land dat niet op de route ligt van liefhebbers van moderne kunst. Het beeld van Brancusi, van wie nu een overzichtstentoonstel- ling in Parijs is te zien, staat scheef en blijkt verwaarloosd. Maar er zijn restauratieplannen, niet alleen van het kunstwerk, maar ook van de stad zelf. “Dit is het grootste project in zijn soort op de wereld,” meent de kunsthistoricus en plannenmaker Radu Varia. “Wij zullen door de cultuur vooruitgang brengen.”

Constantin Brancusi. Centre Pompidou, Parijs. T/m 20 aug. Philadelphia Museum of Art, Philadelphia (Verenigde Staten) 8 okt. t/m 31 dec. Catalogus (alleen franstalig) 408 blz., prijs 390 FF.

De weg is lang en stoffig en bezaaid met steentjes die erom vragen voortgeschopt te worden; ze schieten naar rechts, tegen een stenen muur, naar links, onder de wielen van auto's die in model en zelfs in kleur nauwelijks variëren. Alles lijkt hier van zand. Niets bindt het oog, niets bereidt voor op wat nu, na een reis van honderden kilometers, toch snel komen moet. Daardoor zie ik haar toch nog onverwacht, vlak voor het oversteken van een straat, tijdens de hoofdbeweging die daar altijd aan voorafgaat. Liefde op het eerste gezicht is het niet, daarvoor is ze nog te ver weg, zijn er nog te veel bomen en auto's en huizen. Maar als ze eindelijk recht voor me staat, is er geen houden meer aan, aan het kijken naar de Colonne sans fin, kroon op het werk van beeldhouwer Constantin Brancusi (1876-1957).

De omgeving degradeert tot achtergrond, de zuil zuigt, vernauwt de blik. Ze ziet er krachtig en precies uit, maar laat zich niet gemakkelijk in cijfers en letters vangen. Hoe hoog is ze? Er is niets op deze heuvel om haar mee te vergelijken, zeker niet omdat men van de eindeloze zuil toch steeds het einde wil zien. Ik loop er met mijn hoofd in de nek naartoe. Bijna dertig meter gaat ze de lucht in, 29,35 meter om precies te zijn.

Uit hoeveel elementen bestaat ze? Ik weet dat het er vijftien zijn, plus een halve aan de bovenkant en iets meer dan een halve aan de onderkant, maar bij het tellen raak ik steevast de draad kwijt. Wat voor kleur heeft ze? Zon en wolken spannen samen om het antwoord steeds te veranderen. Soms lijkt de zuil geen beeldhouwwerk, maar een tekening; bij elke stap kan ze van drie naar twee dimensies springen. Zelfs wat voor vorm de ijzeren, met koper bedekte zuil heeft, is niet zo een twee drie vast te stellen, er is althans geen duidelijke naam voor. Men kan haar van buitenaf beschrijven, als de ruimte tussen twee zigzaggende lijnen, of van binnenuit, als een toren van op elkaar gestapelde parallellogrammen, ruiten met rondingen, bolle vierhoeken. De ruiten zijn identiek, maar toch lijkt de een steeds groter of kleiner, breder of smaller dan de ander. De menselijke fysiognomie is op het waarnemen van deze vorm niet berekend. Daarom loop ik er steeds sneller naartoe, tot ze ook werkelijk niet meer als geheel is te zien. De ruiten verliezen langzaam hun vorm en worden een rij richels, een viering van de verticaliteit, een halleluja van de hoogte.

Een 'trap naar de hemel' noemde Brancusi haar zelf.

De Eindeloze zuil, opgericht in 1938, staat te boek als de belangrijkste bijdrage van Brancusi aan de moderne beeldhouwkunst, waaraan hij eerder al zijn ovale Muzes, zijn vierkante Kussen en zijn vloeiende Vogels geschonken had. Eenvoud, symmetrie, verticaliteit, herhaling en, vanzelfsprekend, abstractie, zijn de steekwoorden die de hoge aanspraak van de Eindeloze zuil stutten. Toch zijn de andere werken van de kunstenaar veel bekender. Want haar reputatie van meesterwerk ten spijt, hebben slechts weinigen de zuil in het echt gezien. Ze staat in Brancusi's geboorteland, Roemenië, waar liefhebbers van moderne kunst lang niet met open armen ontvangen zijn. Ook de zuil zelf is in haar standplaats Tirgu Jiu, ten westen van Boekarest aan de voet van de Karpaten, niet altijd met respect bejegend. Sinds 1951 staat ze scheef. De burgemeester van het stadje heeft toen geprobeerd haar om te laten trekken, eerst door ossen, daarna door een tractor. Door de uitstekende fundering is dat niet gelukt, maar het door Brancusi beoogde effect is wel teniet gedaan. De zuil staat niet zo scheef - hij helt slechts zeven graden naar rechts - dat het direct opvalt, maar voor wie het eenmaal gezien heeft, is ze geen brutale trap naar de hemel meer, maar een aandoenlijk paaltje; de perfectie is vernietigd. “Het communisme vernietigt alles,” zegt een voorbijganger.

Waarschijnlijk waren de Tirgujiuanen begin jaren vijftig al vergeten met welk doel de zuil in 1938 in hun stad was opgericht. De Eindeloze zuil maakt deel uit van een oorlogsmonument; het herdenkt de slag die hier in 1916 aan de oever van de rivier de Jiu plaatsvond. Voor de twintigste verjaardag van de slag, in 1936, wilde de Vrouwenbond van het district een monument laten oprichten. Via een lokale beeldhouwster kreeg de bond contact met Brancusi, die al sinds 1904 in Parijs woonde. Brancusi was meteen enthousiast; eindelijk kreeg hij de kans om op grote schaal te werken. 'Het voorstel had niet op een beter moment kunnen komen,' schreef hij in 1935. 'Alle dingen waaraan ik zo lang geleden begonnen ben, bereiken nu hun voltooiing.'

Het monument van Brancusi in Tirgu Jiu bestaat uit drie delen, waarvan er twee inderdaad al lang in het werk van de beeldhouwer kiemden. Dat is nu goed te zien op de grote overzichtstentoonstelling van Brancusi in het Centre Pompidou in Parijs. De Eindeloze zuil dook begin jaren tien in zijn oeuvre op als sokkel voor andere beelden. Sokkels waren voor Brancusi bijna net zo belangrijk als zijn beelden zelf: ze vormden een soort bemiddelaars tussen het eigenlijke beeld, bijvoorbeeld een bronzen vogel, en de omgeving. De emancipatie van de Eindeloze zuil tot zelfstandig kunstwerk vond waarschijnlijk plaats in 1918. Deze eerste versie is maar twee meter hoog. Toch noemde Brancusi ook dit een zuil zonder einde. De herhaling van de modules zou zich in principe oneindig voort kunnen zetten, in een eeuwig gelijkblijvend ritme. Veel bezoekers van de tentoonstelling bewegen hun hoofd als ze ernaar kijken, op en neer, steeds maar op en neer.

Avenue der helden

Om de andere twee delen van het ensemble in Tirgu Jiu te zien, moet men van de heuvel in het noorden door het centrum van de stad afdalen naar de rivier. Bij de loodrecht bedoelde zuil begint een kaarsrechte weg van ongeveer een kilometer lang, de Avenue der helden. Aan weerszijden liggen oude, elegante villaatjes, ooit beschilderd in lentekleuren, nu steeds meer neigend naar hetzelfde grauw. De zuil priemt in mijn rug. Ik steek een spoorlijn over en midden op de avenue, precies in de as van de zuil, staat een kerk, in 1927 naar een oud ontwerp herbouwd. De kerk heeft een grote en vier kleine koepels van aluminium; net als bij de Eindeloze zuil is het uitgangspunt de symmetrie.

Verder gaat de weg naar beneden, langs een naar Brancusi genoemde universiteit, over een langgerekt plein dat tot de dieptepunten van de communistische architectuur mag worden gerekend. In de jaren tachtig verrezen hier een paar gruwelijke flats die meteen maar de zandkleur hebben gekregen waar de de rest van de stad een paar decennia voor nodig had. Uit de bebouwing lijkt alle leven verdwenen; zelfs voor winkelen is ze niet meer geschikt. De handel vindt plaats in inderhaast voor de flats in elkaar geflanste kioskjes.

Een paar honderd meter na het plein eindigt de avenue in een parkje. Hier staat, vlak achter de ingang, de Poort van de kus, die kleiner is dan verwacht (5 meter hoog, 6,5 meter lang). Het parkje trekt zich niets van hem aan. In de kleine speeltuin draaien een paar kinderen rond in een houten ton; op de lichtblauwe bankjes wordt de krant gelezen, in het muziekkapelletje speelt de wind.

De Poort van de kus reikt nog verder terug in het oeuvre van Brancusi dan de Eindeloze zuil.

In 1908 bewerkte Brancusi een blok steen dat voor de beeldhouwkunst net zo'n revolutie betekende als Picasso's Les demoiselles d'Avignon een jaar eerder voor de schilderkunst. Met De kus, het eerste beeld dat Brancusi in steen hakte, stapte de beeldhouwer uit de realistische traditie die sinds de Renaissance de moderne kunst beheerste. Van Rodin, bij wie hij een paar maanden werkte, noch van Michelangelo moest hij iets hebben. 'Als men de natuur realistisch heeft gereproduceerd, is er geen sprake van een schepping,' zei Brancusi in 1926. 'De reproduktie van een paard in marmer of brons is een lijk van een paard.' Met De kus is Brancusi, net als met een aantal andere onderwerpen, zoals de haan en de pasgeborene, zijn hele leven in de weer gebleven. Op de expositie in Parijs zijn drie versies te zien, die steeds meer gestileerd zijn. Op de poort in Tirgu Jiu komt het motief 48 maal voor, 40 maal als inkerving in de dwarsbalk. Op de brede pilaren wijkt Brancusi nog verder af van de oorspronkelijke kus. In het travertijn is een diepe cirkel uitgesneden, die in het midden verticaal is doorkliefd. Het zijn de ogen van de man en de vrouw, die in 1908 nog duidelijk te herkennen waren. In 1945 maakte Brancusi de laatste variant op het motief, waarop de gelieven, ingeklemd tussen twee vierkante stenen, weer realistischer zijn weergegeven. Brancusi noemde deze versie 'Grenspaal' en bedoelde dat letterlijk. Hij hoopte dat de paal, symbool van eenheid en liefde, op de grens tussen twee landen geplaatst, de vrede zou bevorderen.

Vanaf de poort is het nog een paar meter naar de Tafel der stilte, over een weg waarlangs Brancusi dertig stenen stoeltjes liet plaatsen. Ze echoën de vorm van de zuil zonder einde. Om de tafel, twee ronde, op elkaar gestapelde plakken kalksteen, staan twaalf stoelen, telkens twee op elkaar gestapelde halve bollen. De wandelaars gebruiken ze niet; de tafel staat zo ver van de stoelen dat je er niet aan kunt zitten. Ook de tafel heeft bij Brancusi, net als de sokkel en de poort, zijn functie verloren, je kunt hem niet meer gebruiken, je kunt er alleen nog naar kijken.Ik ga op de tafel zitten en kijk om me heen, maar veel te kijken valt er niet meer. Het eindpunt is bereikt. Achter de tafel verheft zich een betonnen wand, die het zicht op de rivier beneemt. Ceausescu wilde hier eind jaren tachtig een grote waterkrachtcentrale aanleggen.

Het monument van Brancusi is zo duidelijk de enige attractie van Tirgu Jiu dat zelfs de plaatselijke gladjakkers onder de 100.000 inwoners zich erop gericht hebben. Een vlotte heer met een Brancusi-baard nadert. “Aimez-ous Brenkoesj?” vraagt hij, de naam op zijn Roemeens uitsprekend. Hij tovert een visitekaartje uit zijn borstzak. 'Prof. director general adjunct' is hij, van het Nationale Culturele Complex Constantin Brancusi. “Vandaag beginnen we met het opknappen van het park,” zegt de baard, en inderdaad, voor de Poort van de kus staat een bulldozertje. Maar als ik niet met hem uit drinken wil, verdwijnt de professor snel tussen de bomen.

De echte restaurateur van Brancusi's monument woont in Parijs. Radu Varia (44), een Roemeens kunsthistoricus die het land in 1971 verliet, wil het ensemble van Brancusi, dat hij 'een van de laatste sacrale monumenten ter wereld' noemt, grondig laten restaureren. Met hulp van gerenommeerde instituten als het Getty Institute in Los Angeles en het Instituut voor Corrosie in Stockholm heeft Varia, die in 1985 een boek over Brancusi schreef, het ensemble onderzocht. Dit najaar wordt al met de restauratie begonnen. “Als eerste wordt de betonnen wand bij de rivier afgebroken,” zegt Varia in het Parijse café Le Dôme. “Wij hebben in 1990 voor elkaar weten te krijgen dat de centrale niet hier, maar een eind stroomopwaarts wordt aangelegd.” De tafel en de zuil zullen met een laagje silicaat worden bedekt om de aantasting door het weer verder te voorkomen. “Het grootste probleem vormt de Eindeloze zuil,” meent de kunsthistoricus. Door de actie van de burgemeester in 1951 is de zuil niet alleen scheefgetrokken maar ook opengebroken, waardoor ze van binnen is gaan roesten. “Waarschijnlijk zal hij helemaal moeten worden gedemonteerd.

'' Tijdens de restauratie zal de zuil haar oorspronkelijk kleur weer terugkrijgen, hetzelfde intense goud dat nu nog te zien is op Brancusi's vogels. Tirgu Jiu zal zich volgend jaar juni al in de zuil weerspiegelen. Dan moet de restauratie klaar zijn.

De kosten van het project bedragen ongeveer 1 miljoen dollar. Varia, die zowel in New York als in Boekarest een stichting heeft opgericht, is ervan overtuigd dat hij genoeg sponsors vindt. Veel instituten en firma's werken gratis aan het project mee, misschien in navolging van Brancusi, die zich voor het monument ook niet heeft laten betalen. Ook de Roemeense overheid laat zich, na vijftig jaar verwaarlozing, niet onbetuigd.

Hobitza

De omgeving van Tirgu Jiu is mooier dan de stad zelf. Met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Karpaten liggen hier sappige weiden en kleine bossen die af en toe wemelen van de schapen. De huizen in de dorpen hebben allemaal een korenmijt en een bloeiende appelboom voor de deur. Oltenia lijkt een arme, wat achterlijke streek; er zijn wel elektricteitsmasten, maar het water komt nog uit putten. Maar de huizen zijn wel allemaal van steen. Het enige houten huis dat heeft overleefd in het gehucht Hobitza, een kilometer of twintig ten noorden van Tirgu Jiu, is het geboortehuis van Brancusi, zoon van een boer en een weefster. Sinds 1971 is het huis een museum, vertelt de leraar van de dorpsschool, die de rondleidingen verzorgt. Het huis is eerder een folkloristische uitstalkast dan een museum; de drie kleine kamertjes zijn volgestouwd met ouderwets eetgerei en gereedschap. De gids legt ook liever uit hoe men boter karnt of pruimenbrandewijn stookt dan hoe Brancusi tot de vernieuwing van de moderne kunst kwam. Toch komt de bezoeker die naar Brancusi speurt in Hobitza niet bedrogen uit. De overeenkomsten tussen zijn beelden en de versieringen van het huis zijn bijna te evident. De grillige houten pilaren die het dak stutten moeten Brancusi voor ogen hebben gezweefd toen hij zijn sokkels maakte, het kan haast niet anders. De grootste troef bieden de deurposten. Daarin zijn, letterlijk, eindeloze zuilen gekerfd. Door Brancusi-specialisten wordt vaak zuinig gedaan over de overeenkomsten tussen Brancusi's vormentaal en die van de rijke Roemeense folklore. Maar waarom eigenlijk? Niemand schept uit het niets, ook Brancusi niet. Zijn werk wordt er niet minder om. Bovendien is het verband te romantisch om het niet te leggen. Van romantiek was de beeldhouwer, die op latere leeftijd de Heilige van Montparnasse werd genoemd, ook niet wars. Hij cultiveerde zijn imago van onbehouwen, maar wijze boer, die toegang had tot kennis die in het westen verloren was gegaan. De gids wijst op de slee in een hoekje van de veranda, die zomers als bed werd gebruikt. Men stelt zich graag voor dat Brancusi daar lag en naar de deurpost staarde, de zigzag voorgoed in zijn geheugen grifte.

Pronkstuk van de mooie kamer is het gastenboek. De leraar wijst op de handtekeningen uit alle landen van de wereld, die vooral sinds 1989 naar Tirgu Jiu zijn gekomen. Aan de muur hangt een kaart, die het omgekeerde laat zien: de verovering van de wereld door Constantin Brancusi. Alleen Afrika is onbevlekt. De grootste concentratie Brancusi's bevindt zich in Amerika. In Frankrijk werd de beeldhouwer lang minder gewaardeerd; de huidige expositie is de eerste overzichtstentoonstelling die er van hem in zijn tweede vaderland wordt georganiseerd. Voor Brancusi in 1957 stierf, bezat het Musée national d'art moderne maar drie werken van hem. Dat dit museum nu toch veel werk van hem bezit, komt doordat Brancusi zijn atelier en alle kunstwerken die zich daarin bevonden, aan de Franse staat vermaakte. Het atelier, dat op het plein voor het Centre Pompidou is nagebouwd, was lange tijd wegens verwaarlozing gesloten. In 1997 zal het, na een grondige opknapbeurt, eindelijk weer voor publiek toegankelijk zijn. Een klein hoekje van het atelier is nu op de tentoonstelling nagemaakt.

De tentoonstelling in het Pompidou geeft met ongeveer 100 beeldhouwwerken uit Amerikaanse, Franse en Roemeense musea, aangevuld met 40 tekeningen en 50 door Brancusi zelf gemaakte foto's, een goede indruk van Brancusi's oeuvre; bijna alle hoogtepunten zijn hier bijeengebracht, van Het gebed uit 1907 tot de Koning der Koningen uit 1938. Anders dan je zou verwachten, zijn de werken niet per thema gegroepeerd, maar in chronologische volgorde opgesteld. In het begin lijkt dat een beetje jammer, want zo is het niet goed mogelijk om de stroomlijning van een bepaald thema ongestoord te volgen. Desondanks heeft de krappe, chronologische opstelling uiteindelijk meer voor- dan nadelen. Wie door de tentoonstelling loopt, ontmoet telkens opnieuw een vogel of een muze, een vis of een witte negerin, nu eens van brons, dan weer van marmer, ingetogen glanzend of juist uitbundig glinsterend. Het is alsof je door een onbekende straat loopt, waarin alleen maar mooie families wonen. Je mag ze allemaal ongegeneerd bekijken; ze kijken toch niet terug.

Wolkenkrabber

Als ik weer terug ben in Tirgu Jiu, moet ik eigenlijk weer opnieuw beginnen. De Tafel der stilte is niet het eind- maar het beginpunt van Brancusi's route door Tirgu Jiu, die loopt van het laagste punt van de stad, de rivier, naar de heuvel in het noorden. Brancusi's ensemble past zich aan die beweging aan; van de ronde lage tafel, loopt men naar de hogere, vierkante poort tot men aan het eind de zuil bereikt, die alleen nog met de ogen te beklimmen is. Brancusi was een van de eerste beeldhouwers die zich niet alleen om beelden bekommerden, maar ook om de ruimte daartussen. Daarom komt het ensemble alleen lopend tot zijn recht. Voor sommigen is de gang van beneden naar boven bovendien niet alleen een uiterst geraffineerde bespeling van de zintuigen, maar ook een gang met metafysische betekenis: de Avenue der helden is een verbeelding van het levenspad, van geboorte (de tafel) loopt men naar de liefde (de poort) om te eindigen, niet bij de dood, maar bij de toegangsweg naar een andere wereld (de zuil).Ik loop van de tafel naar de poort. Over een paar jaar zal alles hier veranderd zijn. Want om de route te kunnen volgen zoals Brancusi het heeft bedoeld, moet volgens Radu Varia al het andere wijken. De blauwe bankjes, de muziekkapel, ze zullen verdwijnen, zelfs de speeltuin moet weg. Op het stadsplein nemen Varia's plannen nog grotere vormen aan. Hij heeft al voor elkaar gekregen dat het Roemeense parlement een wet heeft aangenomen die de bouw van gebouwen hoger dan tien meter in de buurt van de Avenue der helden verbiedt, maar hij wil meer. Het hotel en de twee hoge flats aan weerszijden van de avenue moeten worden afgebroken en vervangen door villa's, als in Brancusi's tijd. De 400 families die de flats bewonen, moeten aan de overkant van de Jiu in een nieuwe wijk worden ondergebracht. De burgers van Tirgu Jiu staan volgens de kunsthistoricus achter zijn plannen, die onder meer de bouw van hotels, restaurants, een museum en een flink aantal culturele centra behelst, een voor elke interesse van Brancusi, van traditionele Roemeense houtsnijkunst tot Egyptische piramides. “Dit is het grootste project in zijn soort op de wereld,” meent Varia. “Wij zullen door de cultuur vooruitgang brengen.”Ook de streek rondom Tirgu Jiu zal van het monument kunnen profiteren. Varia denkt dat de toeristen ook wel een bezoek willen brengen aan dorpjes 'waar ze nog keramiek maken als in de prehistorie' en aan de schitterende middeleeuwse kloosters die de streek rijk is. De hotels wil hij in de stijl van deze kloosters laten bouwen. Nu brengt Varia zijn gasten nog in een echt klooster onder. Ook de nonnen houden van het werk van Brancusi. “De Tafel der stilte is Jezus met de twaalf apostelen,” zegt de moeder overste.

Ik loop verder langs de Avenue der helden, waarlangs, zoals Brancusi wilde, 500 populieren zullen worden geplant. De spoorlijn die de avenue kruist, zal in een tunnel verdwijnen, evenals drie zijwegen; de Roemeense overheid betaalt.

Niets mag de glorie van Brancusi's geesteskind belemmeren. Of Brancusi het met de ingrepen van Varia eens zou zijn geweest, is niet meer te zeggen. Het speet hem zeer dat hij maar twee omgevingssculpturen heeft kunnen realiseren: zijn atelier en in het ensemble in Tirgu Jiu. Een zekere megalomanie was de kunstenaar ook niet vreemd. Zo droomde hij ervan om in New York of Chicago een eindeloze zuil van 400 meter neer te zetten. Elke module van deze wolkenkrabber zou een paar appartementen kunnen herbergen.

Na de spoorlijn volgt de kerk; ook die moet van Varia wijken, zodat men vanaf de poort de zuil al zal kunnen zien. Varia wil de kerk 40 meter naar rechts verplaatsen. “Daar hebben wij in Roemenië ervaring mee.” Gelukkig zegt hij het zelf. Ook hier verwacht Varia geen tegenstand van de bevolking. “Wij werken met de tactiek van de verleiding. In ruil voor de verplaatsing van de kerk, zullen we haar laten restaureren.”

De kerk van de twee apostelen stond er al in 1935, Brancusi heeft er zelf voor gezorgd dat ze is opgenomen in de route. Ze lijkt ook te passen bij zijn ideeën. 'De kunst begint nu geboren te worden,' zei hij in 1926 in een interview. 'Als we de religies en de filosofieën eenmaal kwijt zijn, is kunst het enige dat de wereld kan redden. Kunst is de plank na een schipbreuk, die iemand het leven redt.' Juist daarom zou de kerk goed in de route van Brancusi kunnen passen; men ziet de zuil als de kerk een gepasseerd station geworden is.

Maar Varia zegt over documenten te beschikken die bewijzen dat Brancusi de kerk toch verwijderd wilde zien. Bovendien past een kerkloze route beter in zijn opvatting over het werk van Brancusi. In het boek dat Varia in 1986 over Brancusi publiceerde, ziet hij hem als een nieuwe verlosser: 'Hij had liefdevol zijn leven en werk gewijd aan de redding van de mensheid.' De eindeloze zuil is de apotheose van deze redding.

De woorden benemen nu bijna het zicht op de zuil. 'Stutter van de hemel', 'redder van de mensheid', 'ladder naar een andere wereld'. Wordt Tirgu Jiu een modern pelgrimsoord, centrum van een nieuwe religie waarvan Brancusi de liturgie verzorgt? Je zou Varia bijna willen smeken het speeltuintje te behouden. Ik loop naar de zuil toe. Ze is warm, het metaal is een lange dag door de zon beschenen. Daardoor lijkt ze opeens niet oneindig meer. Ze wijst nergens naar, ze staat hier, naast ons, oneindig tevreden met haar harmonieuze proporties. Als kunst voorbij de religie gaat, moeten ook haar metaforen overboord worden gegooid. De hemel is geen andere wereld meer, alleen nog zinderende blauwe lucht.