Hart- en vaatziekten

Jaar na jaar worden er in onze maatschappij meer mannen dan vrouwen geboren. De levensverwachting voor de vrouw is bij de geboorte groter dan die voor de man, dit is een constant gegeven. Willen aan het eind van het leven alle mensen die geboren zijn ook gestorven zijn, dan moeten dus bij het iets hogere uitgangsaantal mannen en de wat langere levensduur van vrouwen per jaar een fractie meer mannen overlijden dan vrouwen. In 1993 overleden 69.884 mannen en 67.911 vrouwen.

Drs. G.C.N. Beets is (NRC Handelsblad, 8 april) ontsteld dat de Nederlandse Hartstichting aankondigt, dat het primaat van de man op hart- en vaatziekten doorbroken is. Zij argumenten betreffen echter andere zaken dan de door hem gewraakte stelling 'Hart- en vaatziekten discrimineren niet' van de Hartstichting. Het is waar dat een hartaanval veel vaker bij jonge mannen dan bij jonge vrouwen optreedt. Het is ook waar dat meer mannen overlijden aan een hartinfarct dan vrouwen. Maar een hartinfarct is weliswaar de grootste, maar toch nog altijd slechts één van de doodsoorzaken voor hart- en vaatziekten.

Ander doodsoorzaken - zoals aangeboren hartafwijkingen, hartfalen, of beroertes en hersenbloedingen - dragen bij tot een evenwicht. Aan al deze vaat- en hartziekten, voor het voorkomen en de bestrijding waarvan de Nederlandse Hartstichting zich sterk maakt, stierven in 1993 28.053 (41 procent) vrouwen en 26.904 (38 procent) mannen. Dat is 40 procent van alle sterfte in Nederland en daarmee veruit de grootste doodsoorzaak. Wie geboren wordt als vrouw heeft een grotere kans aan hart- en vaatziekten te overlijden dan een man.