Gewoon woonhuis met rust, orde en harmonie

Een van de 'andere' musea is gevestigd in de Rotterdamse wijk Kralingen, in een kapitale villa omringd door een lommerrijke tuin met rood bloeiende heesters en zwart-witte bergeenden, de kleuren die ook binnen overheersen. Het is het woonhuis annex Toy Toy Museum van Flos Mars, die poppen en ander speelgoed van 1700 tot 1940 exposeert, in een fraaie, smaakvolle opstelling.

Toy-Toy museum. Groene Wetering 41, Rotterdam, dit weekeinde 11-19u, anders zo en ma 11-16u of op afspraak (juli aug gesloten). Tel. 010- 452 5941.

Rijksmuseum voor Scheepsarcheologie, Vossemeerdijk 21, Dronten (Ketelhaven). Ma-vr 9-17u, za en zo 10-17uur, tel. 03210-13287.

Het anders zo ordelijke museum biedt aan de vooravond van het museumweekeinde een chaotische aanblik. Potten, glas- en zilverwerk, schilderijen en kristallen kroonluchters staan en liggen kriskras door elkaar op tafels, tegen de wanden en op de grond. Net als veel andere musea organiseert het Toy Toy iets extra's voor de gelegenheid. In dit geval een verkooptentoonstelling, op de begane grond, van uiteenlopende zaken als antieke farmaceutische objecten, chinoiserieën, speelgoed, tuinornamenten en moderne kunst. Wie zich door de te verwachten mensenmenigte weet heen te wringen kan echter op de bovenverdiepingen de collectie in zijn normale omgeving bezichtigen.

Het museum van Mars bestaat nu ruim tien jaar en is sinds de opening spectaculair gegroeid. Het aantal bezoekers steeg in korte tijd tot 40 à 45.000 per jaar en de eigenaresse zag zich gedwongen de belangstelling af te remmen en het bezoek te spreiden om de parkeeroverlast voor de rustige buurt binnen de perken te houden.

Behalve antieke poppen uit onder andere Frankrijk, Duitsland en Engeland, herbergt het Toy Toy Museum een grote verzameling mechanisch speelgoed, als vliegtuigen en oude auto's, maar ook knuffelberen, en tot in de kleinste details ingerichte poppenhuizen die een mooi historisch beeld geven van de tijd waarin ze gemaakt zijn. De verzameling bestaat uit zeldzame en ongeschonden authentieke exemplaren, 'de top van wat er in twee en een halve eeuw is gemaakt'.

Jaren speurwerk langs internationale veilingen en particuliere collecties zijn eraan vooraf gegaan. De collectie wordt nog steeds uitgebreid, onlangs nog met twee kostbare Mickey en Minnie Mouse-figuurtjes van de firma Steiff uit de jaren dertig. De laatste jaren wordt het kopen van antieke poppen echter een steeds kostbaarder onderneming. “Objecten van het niveau dat ik hier aanbied zijn eigenlijk onbetaalbaar geworden,” zegt Flos Mars. “Iets wat tien jaar geleden voor vierduizend gulden te koop was, kan nu wel zo'n 40.000 opbrengen. Vooral de Japanners hebben de laatste jaren de markt naar zich toe gezogen.”

Flos Mars kan het museum draaiend houden omdat ze alles alleen doet, zonder personeel. Om uit de kosten te komen organiseert ze ook nevenactiviteiten in het huis: lezingen, seminars, jazzconcerten. Zo treden op 26 en 27 april vier jonge jazzmusici op ter gelegenheid van het uitkomen van hun cd. Mars: “Elke dag heeft een ander patroon. Soms heb ik 's ochtends mensen op de koffie, dan komt er een groep antiquairs uit Helsinki, en vervolgens staat er een Rotaryclub voor de deur. Maar ik blijf proberen de sfeer van een gewoon woonhuis te handhaven waarin rust, orde en harmonie heersen.”

Een heel ander karakter heeft het Rijksmuseum voor Scheepsarcheologie in Ketelhaven bij Dronten. Ook hier wordt gewerkt aan het museumweekeinde, dat onder andere voorziet in een lezing over onderwaterarcheologie en een kindermiddag met avonturen van 'Daantje Duiker'. Het museum is gevestigd in een oude loods tussen twee jachthavens en is niet bereikbaar met het openbaar vervoer. Toch komen er jaarlijks 20.000 bezoekers. Wellicht worden dat er meer wanneer het museum, dat deel uitmaakt van het Centrum voor Scheepsarcheologisch onderzoek van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), in 1997 naar Lelystad verhuist. Daar zullen in een nationaal instituut voor scheepsarcheologie onderzoek en presentatie worden gebundeld. Ook de afdeling 'Archeologie onder water' van de ROB, nu nog in Alphen aan den Rijn, wordt daarin ondergebracht.

“In Nederland zijn in drooggelegde polders 435 scheepswrakken geregistreerd. Daarvan zijn er 350 opgegraven en onderzocht. In de territoriale wateren liggen nog zo'n 16.000 wrakken, waarvan ongeveer 400 van historische waarde”, zegt coördinatrice V. van der Reiden. Het museum in Ketelhaven spitst zich toe op wrakken die in het Zuiderzeegebied zijn gevonden. De verzameling bestaat uit vissers-, vracht- en werkschepen vanaf de Middeleeuwen. Het museum beschikt ook over een restauratieafdeling en een werkplaats waar men kleinere reconstructies maakt van de gevonden schepen.

De museumruimte wordt gedomineerd door een dertig meter lang gevaarte, de onderste helft van een 17de-eeuwse koopvaarder. Het eikenhout was in de modder goed bewaard gebleven en kon door een speciaal drogingsproces worden geconserveerd. Ernaast staat onder een plastic tent een omstreeks 1700 vergaan 'kaarschip', met een dubbele bodem voor het vervoer van vis, te drogen - een proces dat enkele jaren in beslag neemt.

Zoals de poppenhuizen in Rotterdam inzicht verschaffen in het dagelijks leven in vroeger tijden, zo geven in Ketelhaven inventaris en lading van de gevonden schepen informatie over het leven aan boord en de scheepsbouw. Een zinkend schip neemt de hele inrichting mee naar de zeebodem en soms wordt die eeuwen later weer deels ongeschonden teruggevonden. In het museum zijn daar vele voorbeelden van, zelfs kippeëieren zijn bewaard gebleven. “Op een van de schepen was men waarschijnlijk net erwtensoep aan het koken toen het verging,” zegt Van de Reiden wijzend op een schaaltje verschrompelde erwtjes.

Soms zijn bijna complete scheepsinterieurs teruggevonden, met persoonlijke eigendommen, kleding, schoenen, kookgerei. Zoals de spulletjes van Annegien Venema, een schippersvrouw die vaak aan het roer stond van De Zeehond, de houten tjalk van haar man. Het slanke vrachtschip verging in 1886 op de Zuiderzee. De vrijwel complete romp werd in 1967 bij Lelystad teruggevonden. De geschiedenis van schip en familie kon nauwkeurig worden gereconstrueerd; het onderzoek leverde het museum in 1992 de Zuiderzeeprijs op. Bezoekers kunnen in het museum even stilstaan bij het drama dat de familie Venema een eeuw geleden aan de financiële afgrond bracht en waarvan nu nog de breinaalden van Annegien, haar veger, stofblik en schort de stille getuigen zijn.