Engeltjes

Des avonds voor ik slapen ga

(En eerst nog even naar de keuken moet)

Dan volgen mij zeven engeltjes na

(Met hun staarten in de hoogte):

Twee die voor mijn voeten lopen

(Zodat ik haast m'n nek breek)

Twee aan mijn zijden

(Miauwend als bezetenen)

Een in mijn armen

(Ronkend als een motorfiets)

En twee die mij wijzen

Naar des koelkasts paradijzen.

Ik heb, geloof ik, wel een antwoord. De Bellmanliederen zijn wat mij betreft de enige verteerbare manier om te schrijven over de dood, namelijk alsof het een enorme grap was, iets waartegenover men, ook al is het een van te voren verloren strijd, zich groot behoort te houden. En waartegen geen ander remedie bestaat dan, hoe verknoopt en vertwijfeld ook, liefhebben: de natuur, de vergetelheid, de liefde zelf.

Hij spreekt het zo goed en zo idiomatisch.