Een soepkom zo groot als een knikker; Poppenhuis voor oude dames

Frans Halsmuseum, Groot Heiligland 62, Haarlem. Ma t/mza 11-17u, zo 13-17u.

In Haarlem staat een poppenhuis van meer dan 250 jaar oud. In de achttiende eeuw werd het ingericht door Sara Rothé. Sara was geen meisje meer, maar een rijke dame. In haar tijd waren poppenhuizen dan ook niet als speelgoed voor kinderen bedoeld. Kleine maar peperdure museumpjes waren het, waarmee dames van stand als Sara konden pronken als ze bezoek kregen. Nu kun je dankzij het poppenhuis precies zien hoe een rijk herenhuis in de achttiende eeuw eruit kon zien, want alle voorwerpjes zijn op schaal nagemaakt. Precies hetzelfde als in een echt huis dus, maar dan tien keer zo klein.

In het ladenkastje in de dokterskamer (rechts, tweede kamertje van onder) zitten zelfs echte schelpjes. Daar moet lang naar gezocht zijn, om ze zo klein te vinden. En in de boekjes die er in de kast staan zijn met de hand piepkleine verhaaltjes geschreven. Er is zelfs een boekje bij met 21 oude recepten. Met een loep is daarin te lezen hoe je afkomt van hondsdolheid, een ziekte die toen zeer gevreesd was.

De meeste spulletjes in het poppenhuis werden door echte ambachtslieden gemaakt. Dat weten we nu omdat Sara haar bestellingen keurig bijhield in een kasboekje. De schilderijtjes komen van echte schilders, de stoelen zijn door meubelmakers gemaakt en de zilveren borden, kannetjes en sierpotten kwamen van de beste edelsmeden uit de stad. Zelfs de borden en het tafelzilver in de eetkamer (onderste verdieping, helemaal rechts) zijn van echt zilver. Dat staat heel deftig en welopgevoed, maar in werkelijkheid aten zelfs de rijkste gezinnen in de achttiende eeuw niet zo netjes. Ze propten het eten gewoon met hun handen in hun mond, en dronken met zijn allen uit hetzelfde glas dat werd doorgegeven.

Sara Rothé kocht in 1743 op een veiling in Amsterdam drie oude poppenhuizen, en daarvan liet ze twee nieuwe maken. Het ene staat nu in het Haags Gemeentemuseum, het andere dat hier is afgebeeld, staat in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Het ziet er weer als nieuw uit, omdat het net een opknapbeurt heeft gehad die meer dan twee jaar duurde. In het poppenhuis staan dan ook in totaal 997 voorwerpjes. De tientallen specialisten die alles weer eens afstoften, oppoetsten, opnieuw schilderden en die lijmden wat kapot was, hebben ook nog een kleine schat gevonden. In een dekenkistje op zolder (middenboven) vonden ze scherfjes van echt porselein. Die hebben ze in elkaar weten te lijmen tot een echt theepotje en een soepkom, allebei zo groot als een knikker.

Rare omgekeerde eeuw, die achttiende eeuw. Vies eten met mooi bestek naast je bord, kinderen die er in stijve kleren moesten uitzien als volwassenen, en volwassenen die met kinderspeelgoed pronkten. Waar speelden de kinderen toen eigenlijk zelf mee? In het pronkpoppenhuis met helemaal niets. De saaiste kamer van het huis, helemaal links boven, is de kinderkamer. Er staat een bed, wat stoelen en behalve een blauwe vaas en een gouden spiegel staat er niks leuks. Zelfs een eenvoudige tol of hoepel kon er niet af.

Misschien was Sara's geld op door alle dure dingetjes in de kamers daaronder, of misschien dacht ze dat haar bezoek niet onder de indruk zou zijn van speelgoed. Het is in ieder geval geen wonder dat het kind-popje zich naast het bed zit te vervelen. Maar om dat te kunnen zien moet het Frans Halsmuseum eerst wat aan de veel te lage trap doen die voor het poppenhuis staat. Zou de museumdirecteur zo goed willen zijn om daar nog wat treetjes aan te timmeren? Dan kunnen kinderen tenminste ook de bovenste verdiepingen van het poppenhuis bekijken. En daarna natuurlijk zelf een prachtig twintigste-eeuws huis namaken. Misschien wordt dat over tweehonderd jaar ook wel in een museum gezet.