Een bovenlijf in zeven plakken

Het mooiste collectiestuk vindt beheerder J. Le Grand van het Anatomisch Museum het complete skelet van een gorilla. De rekening uit 1915 is nog bewaard gebleven: achthonderd mark heeft de gorilla gekost, plus drie mark voor de verzendkosten. In het rechterbekken is de schotwond te zien. “Het is natuurlijk schandalig dat die gorilla hiervoor is neergeschoten, maar wij hebben nu wel een zeldzaam skelet”, gniffelt Le Grand.

Skeletten van dieren maken slechts een klein deel uit van het Anatomisch Museum in Groningen. De collectie bestaat vooral uit een grote hoeveelheid preparaten, van het bovenlichaam van een man gesneden in zeven plakken tot zo'n vijftig foetussen en baby's. Het museum geeft een compleet beeld van de anatomie vanaf de zeventiende eeuw tot nu, aldus Le Grand.

De preparaten zitten in op maat gemaakte potten. De lichaamsdelen worden geconserveerd in alcohol. De potten zijn afgesloten met varkensblaas en stempellak. “Dat deden ze wel eens niet goed. Dan begint de alcohol te verdampen en dreigt het preparaat op te drogen. Kijk, met die moet ik binnenkort aan de gang”, wijst Le Grand naar het hoofdje van een foetus.

Tegenover de kast met de gorilla staan schedels uit de omvangrijke anatomische verzameling van Pieter de Riemer, die in 1832 door Koning Willem I aan de Groninger Hogeschool is geschonken. Op de bovenste plank staan schedels van 'normale' mensen, een plank daaronder van 'zotten' en misdadigers. Le Grand: “De Riemer beschreef hun schedelkenmerken. Conclusies trok hij geloof ik niet.”

Naast de preparaten en de skeletten heeft het Anatomisch Museum een grote hoeveelheid wasmodellen met veelal de embryonale ontwikkeling vanaf het stadium van de bevruchting tot en met de geboorte als onderwerp. Le Grand maakt zich zorgen over de haarscheurtjes die enkele modellen vertonen. “Ik weet niet hoe ik die zou moeten restaureren. Daar is heel weinig kennis over.”

Hoewel het museum, dat jaarlijks gemiddeld vierduizend bezoekers trekt, een budget heeft van 2.500 gulden per jaar, verkeert de collectie in een redelijke staat. Volgens Le Grand raken andere collecties in het Academisch Ziekenhuis meer in verval. “Wij willen graag de collectie van pathologie overnemen, maar we hebben weinig geld.”

Hoogleraar G. Holstege en Le Grand maken zich ook zorgen over het plan om het Anatomisch Instituut te verhuizen en het pand te slopen. Het gebouw is begin deze eeuw apart voor anatomie gebouwd. “De snijzaal, de lichaamsconservering en het museum zijn voor onderzoek en onderwijs perfect op elkaar afgestemd. En we hebben ruimte het museum uit te breiden. Bovendien staan de antieke gietijzeren kasten in het museum vastgeklonken, die passen niet in een modern gebouw. Een rampzalig idee”, roept Holstege uit.