Een angstaanjagende bloemetjesjurk; De levensechte beelden van videokunstenaar Tony Oursler

De Amerikaanse videokunstenaar Tony Oursler heeft een manier gevonden om video aan het benauwde kader van het televisietoestel te laten ontsnappen. In de tijdelijke huisvesting van het Van Abbemuseum, dat wordt gerenoveerd, heeft Oursler de grote zaal veranderd in een spookhuis, waarin vogelverschrikkers praten, lachen, denken en schreeuwen.

Tony Oursler. Van Abbemuseum Entr'acte, Vonderweg 1, Eindhoven. T/m 18 juni. Di t/m zo 11-17u.

Als eenzame sirenen klinken hun stemmen door de ruimte. Soms fluisteren ze, af en toe mompelen ze wat voor zich uit, maar meestal schreeuwen ze. 'Get the hell outa here!' brult een man in de rechterhoek; 'Oh no, not that, it can't be!', een meisje in het midden, en 'No! no! no! no!' een vrouw, helemaal achterin. Maar hoe hard ze ook roepen, duidelijk is dat ze het nog hebben getroffen in vergelijking met de oude man, die, als in een voorportaal van de hel, voor eeuwig met zijn hoofd zit vastgeklemd onder een Oisterwijk-bankje. 'Shithead', mompelt hij voor zich uit, tegen niemand in het bijzonder; 'scumbag, asshole, dipshit'. Samen geven ze de toeschouwer het gevoel dat hij in een huis vol gekken is beland - in de wereld van Tony Oursler zijn weinig normale mensen te bekennen.

Eerder dit jaar is het Eindhovense Van Abbemuseum, ter overbrugging van de periode dat het museum zal worden gerenoveerd en uitgebreid, verhuisd naar een dependance naast het PSV-stadion. Dit enigszins prozaïsche gebouw, waar vroeger de Philips-personeelswinkel huisde, doet nu dienst als provisorisch onderkomen. Vorige week werd het gebouw geopend met vier tentoonstellingen; drie kleinere van Marcel Broodthaers, René Daniëls en jongere kunstenaars als Mark Manders, Marc Mulders en Tiong Ang, en één grote: een solo van de Amerikaanse kunstenaar Tony Oursler (1957). Helemaal in de sfeer van het tijdelijke onderkomen, heeft Oursler de grote zaal getransformeerd tot een soort spookhuis; met een atmosfeer die bovendien uitstekend past bij de wat gespannen, mysterieuze lading van zijn 'videosculpturen'.

Postzegel

Wie bij de term videokunst denkt aan rijen televisietoestellen die braaf in het gelid staan, wordt bij het betreden van de grote zaal van het Van Abbe onmiddellijk geconfronteerd met een verrassing. In de hele zaal is maar één televisietoestel te bekennen en dat is nauwelijks groter dan een forse postzegel: ongeveer drie bij vijf centimeter. Het is verwerkt in U4EUH-2, een capsule die deels doorzichtig is en waarin het apparaatje zit opgesloten.

Voor zijn andere, latere werken blijkt Oursler geen enkele televisie meer nodig te hebben. Een goed voorbeeld daarvan is de installatie Autochthonous Alien (1995), waarin we naast elkaar een man en een vrouw zien staan, die er op het eerste gezicht levensecht uitzien. Toch hoef je maar even langer te kijken om te zien dat hun lichamen uit niet meer dan een paar plankjes bestaan, waarover wat kleren (een bruin pak en een donkere bloemetjesjurk) zijn gedrapeerd.

De levensechtheid van deze vogelverschrikkers komt vooral door hun gezichten, die door een videocamera worden geprojecteerd op de twee witte, ovale kussens, die hun hoofden vormen. Zij stellen de ledepoppen in staat tot praten, lachen, denken en schreeuwen en dat is dan ook wat ze volop doen - de vrouw in ieder geval. Zij praat en staart voor zich uit, door haar ledepoppenlijf niet in staat zich te bewegen. Daardoor wordt ze ook gedwongen te luisteren naar de woorden die de man haar influistert. Wat hij zegt kunnen we niet horen; hij blijft een geest op de achtergrond, een kwade genius die de gedachten van de vrouw souffleert. Maar wel horen we haar reacties: I know what you did, kan ze plotseling roepen, of Don't do it, don't do it! of Where are you? - terwijl wij als toeschouwer de man toch echt achter haar zien staan. Ondertussen wordt de blos op haar wangen roder en de blik in haar ogen manischer. Het is duidelijk dat deze vrouw 'stemmen hoort', maar hoe echt die stemmen zijn weten we niet. Juist deze verwarring maakt Autochtonous Alien tot een prachtige installatie, die je bovendien volledig laat vergeten dat je eigenlijk de hele tijd naar een video hebt staan te kijken.

De grote beperking waarmee de videokunst worstelt is dat de kunstenaar elektriciteit, een projector en een scherm nodig heeft om zijn werk te kunnen tonen. Daardoor beperkte het medium zich tot voor kort bijna automatisch tot televisie; dat was voor de kunstenaars niet alleen het meest voor de hand liggend, maar ook het meest praktisch - een eigen 'home-video' was gemakkelijk in elkaar te knutselen. Het gevolg daarvan was dat steeds meer kunstenaars video's gingen maken; hun goedbedoelde filmpjes hielden het midden tussen performance-art en cinema. Voor de toeschouwer was er weinig aan te beleven; die hield er meestal het gevoel aan over dat hij naar de vakantiefilmpjes van een vage kennis zat te kijken: voor de maker betekenden ze duidelijk veel, als toeschouwer zag je slechts goedbedoeld, maar marginaal gefröbel. Bij videokunst was the medium the message - maar daar bleef het dan ook bij.

De eerste breuk met die ontwikkeling werd in de loop van de jaren tachtig zichtbaar, toen Amerikaanse kunstenaars als Gary Hill en Bill Viola met andere manieren begonnen te experimenteren met het projecteren van bewegende beelden. De eerste culminatie daarvan was te zien in 1992, op de Documenta in Kassel: daar waren Viola's The Arc of Ascent en Hills Tall Ships twee van de beste tentoongestelde werken. Vooral Hills installatie was een mooi voorbeeld van de mogelijkheden die video bood voor een kunstenaar die zich wist te onttrekken aan de beperkingen van het televisietoestel. Hill had in een lange, aardedonkere gang een twaalftal projectors aangebracht die geactiveerd werden door sensoren. Wanneer je er als toeschouwer langs liep, werden de sensoren geactiveerd en kwamen de figuren, die tot dan toe stuurs voor zich uit hadden staan kijken plotseling tot leven: met trage passen kwamen ze op je af, als geesten die door jouw aanwezigheid tot leven werden gewekt.

Dwangbuis

Op diezelfde Documenta waren ook een aantal installaties van Tony Oursler te zien. De meest opvallende daarvan was F/X Plotter, die bestond uit een grote, eenvoudige pop, gemaakt uit een rond kussen dat in een hoek tegen het plafond was opgehangen met daaronder een wit pak, dat nog het meest op een dwangbuis leek. Op het kussen was, enigszins vaag, de projectie van een gezicht te zien dat vervaarlijke grimassen naar de toeschouwer trok en ondertussen met donkere stem een verhaal vertelde. Het resultaat had iets weg van de oude kindergrap waarbij je broertje in het donker een zaklantaarn onder zijn kin zet - door alle onverwachte schaduwen krijgt ieder gezicht dan een angstaanjagende mimiek. Nu viel dat laatste bij F/X PLotter nogal mee; daarvoor waren de projectie en het stemgeluid nog te vaag. Het leek er meer op of een van de mensgeesten uit Gary Hills Tall Ships een geslaagde ontsnappingspoging had gewaagd. Hoewel F/X Plotter nog niet helemaal uit de verf kwam, was duidelijk dat Oursler, net als Hill en Viola, een manier had ontdekt om video buiten het benauwde kader van het televisietoestel te manoeuvreren.

Op de expositie in de Van Abbe-dependance maakt Oursler duidelijk dat hij met die methode een prachtige bron heeft aangeboord. De meeste beelden die worden getoond, zijn een prachtige synthese tussen beeldhouwkunst en video. Op de beste momenten lijkt het of Oursler de grote, gipsen beelden van George Segal tot leven heeft gewekt - alleen bereikt hij dat effect door de video's en niet door nauwkeurige stilering van de beelden zelf. Juist die wat knullige afwerking van de lichamen maakt duidelijk dat Oursler van zijn beelden helemaal geen 'echte mensen' heeft willen maken. Stuk voor stuk zijn het acteurs die ergens tussen pop en mens zijn blijven steken, en zo allerlei gevoelens van angst en walging kunnen uitdrukken die bij normale mensen al gauw iets karikaturaals krijgen.

Dat Ourslers werk uiteindelijk toch meer video is dan beeld, merk je het beste wanneer je er voor een moment in slaagt de blik van de gezichten af te wenden en om, bijvoorbeeld, Autochthonous Alien heen te lopen. Dan blijft er van de valse man en van de angstige vrouw plotseling weinig meer over dan twee poppenkastpoppen, vogelverschrikkers waaruit alle leven is verdwenen. De video fungeert als hun geest, die het leven bij ze inblaast.