Dodenwacht van families bij ruïne

OKLAHOMA CITY, 21 APRIL. Achter de politieversperringen voor de ruïne van het gebombardeerde federale gebouw in Oklahoma City staan mensen met foto's van familieleden of echtgenoten. Het is een dodenwacht. Ze staren in het puin van het opengescheurde gebouw en wijzen naar de verdiepingen waar hun kind speelde of hun familielid werkte.

Misschien gebeurt er nog een wonder. “De verloofde van mijn broer zat daar aan de voorkant”, zegt Barbara Henson. “Misschien kan ze nog gered worden.” De wind doet de neerhangende dakbedekking flapperen. Op een stuk vloer van de achtste verdieping hangen drie archiefkasten tegen elkaar met halfopen laden.

Een man laat iedereen een foto van zijn tante zien. Hij vreest dat ze misschien hoofdletsel heeft en in het wilde weg rondloopt zonder te weten wie ze is. Woensdagavond werd het laatste levende slachtoffer bevrijd, een vijftienjarig meisje. Ze kon alleen nog de woorden “vader”, “moeder” en “Dana” uitbrengen. Er is nog lang gezocht naar de ouders. De reddingswerkers raken gedeprimeerd omdat ze geen levenden meer vinden en over de lijken heen moeten kruipen voor hun zoekwerk.

Rita Crews (47), een stevig gebouwde vrouw in spijkerbroek, praat kalm over alle collega's en vrienden die nog ergens in het puin vastzitten, misschien levend maar waarschijnlijk dood. Zij werkte voor de afdeling Volkshuisvesting. De helft van het personeel is weg. Op het moment van de ontploffing zat ze op de negende verdieping, in de kamer voor de computertraining, in de hoek waar de vloeren niet waren ingestort. “Als ik op mijn eigen kantoor had gewerkt, dan was ik mee naar beneden gevallen”, zegt ze.

Nu kon ze na de plotselinge instorting nog wegkruipen en de acht trappen naar beneden nemen. “Ik wist niet dat het gebouw er aan de achterkant zo uit zag”, zegt ze. “Ze wilden het ons niet laten zien en leidden ons meteen weg van de voorkant, waar we uit kwamen. Later zag ik het op de televisie.”

Door de opstelling aan de achterkant van het gebouw, waar de kantoorzalen waren, bracht de autobom maximale schade toe. Aan de voorzijde van het gebouw zijn de gangen, de trappen en de wc's. Terwijl ze van een afstand het reddingswerk gadeslaat, vertelt Crews over haar vriendinnen. Over de 39-jarige collega die binnenkort zou gaan trouwen. “Zij werkte op de achtste verdieping, daar, en die is helemaal ingestort”, zegt ze. Haar baas was een jaar getrouwd met een vrouw die op de tweede verdieping werkte en die was “helemaal weggeblazen. Het is onbegrijpelijk. We vielen niemand lastig”.

Pag.5: Kleine binnenstad ligt geheel stil

Crews wil niet meer in het zelfde kantoor werken als federale agenten van de een of andere politiedienst. En ze wil al helemaal niet werken in een hoog kantoorgebouw. “Eén verdieping, niet meer”, zegt ze. Als ze zo verder praat, doet haar kalmte wat machinaal aan. “Ik heb twee zenuwpillen ingenomen”, zegt ze. “Anders zou ik het nooit redden. Zo heb ik ook kunnen slapen afgelopen nacht. Ik durf niet meer alleen te zijn. Daarom heeft mijn man vrij genomen vandaag. Het is allemaal zo onwerkelijk. Ik zie als maar opnieuw die instortende muren en plafonds voor me. Je kunt je die schok gewoon niet voorstellen.”

De hele, tamelijk kleine binnenstad van Oklahoma is gisteren stilgelegd. Niemand is naar kantoor gekomen. Overal staan Humvee's, de vergrote jeeps van de National Guard. Politie-agenten en soldaten patrouilleren te voet of te paard. De omtrek van het federale gebouw is voor iedereen afgesloten behalve voor reddingswerkers. Als de federale agenten vandaag klaar zijn met hun onderzoek wordt het gebied opengesteld voor andere betrokkenen.

Van tientallen hoge en lage gebouwen in de omtrek zijn de ruiten gebroken. Regency Towers, een tien verdiepingen tellend flatgebouw bij de ruïne wordt niet meer bewoond. Van een naburig telefoonkantoor zijn alle ruiten versplinterd en binnenmuren ingestort. “Gelukkig was er niemand zwaargewond. Alleen mensen met snijwonden, hoofdwonden”, zegt een telefoonwerker. Het gerechtsgebouw was gesloten wegens de indirecte bomschade. Van naburige kerken zijn glas-in-lood-ruiten gebroken. Bijna overal zijn de ramen al afgesloten met spaanplaat.

Het centrum van het een half miljoen inwoners tellende Oklahoma City is een miniatuur-Manhattan van een paar wolkenkrabbertjes tussen geasfalteerde parkeerplaatsen. De torentjes, met als hoogtepunt het overdekte Leadership Place vormen een herkenningspunt in de uitgestrekte steenwoestenijen van autobanen, McDonald's, Taco Bells, overdekte winkelcentra en kantoren. Tussen de asfaltvlakten zijn wijken met lage huisjes op door stale, lag hekken omzoomde grasvelden. In sommige tuinen staan jaknikkers of kleine boortorens, waarvan vele al niet meer werken want de olie-boom is voorbij. Oklahoma City ligt precies in het middelpunt van het Amerikaanse continent, tussen de Atlantische Oceaan en de Stille Oceaan.

De lokale televisie zendt beelden uit van breed lachende, Amerikaanse vrijwilligers die lunchpakketten maken voor de reddingswerkers, familieleden van slachtoffers troosten, opruimen of cheques aanbieden. De bloeddonaties moesten woensdagmiddag al worden gestaakt omdat de voorraden te vol raakten.

Opbellers naar talkshowradio's proberen al straffen te verzinnen voor de daders. “Ik heb net gehoord dat ze drie verdachten hebben. Ze heten Mehèèèmed of zoiets. Echt heel idiote namen”, zegt de talkshowgastheer. “We moeten ze niet ter dood brengen”, zegt er een. “Want dat willen ze juist. Dat zegt hun godsdienst.”

Bijna alle opbellers zijn zeer te spreken over de felle veroordelingen van de bomaanslag en aanzetten tot opsporing van president Clinton. “Dit is de eerste keer dat hij iets goeds heeft gezegd”, vindt een beller. De president die bij een nauwelijks live uitgezonden persconferentie afgelopen dinsdagavond nog luid moest verkondigen dat de constitutie hem “relevant” maakt, staat plotseling in het m idden van de schijnwerpers.