Dialogen met de horzel

Plato: Feest/Symposium, Euthyfron, Socrates' verdediging, Kriton, Faidon. Vert. Gerard Koolschijn. Uitg. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 232 blz. Prijs ƒ59,-

Van de Griekse wijsgeer Plato zijn in een vertaling van Gerard Koolschijn vijf dialogen in één band verschenen. De bundeling van deze al eerder afzonderlijk gepubliceerde dialogen valt min of meer samen met de verschijning de vijf die niet lang geleden door Mario Molegraaf en Hans Warren zijn vertaald in het kader van hun integrale Plato-project. Met deze tien dialogen, waaraan Koolschijns Politeia nog kan worden toegevoegd, is nu een fors gedeelte van de totale Plato in een moderne Nederlandse versie beschikbaar, en omdat er ook nog een volledige Plato-vertaling bestaat van de School voor filosofie in Amsterdam, is de vraag gewettigd of de markt voor Plato niet langzamerhand overvoerd dreigt te raken.

In de vijf nu verschenen werken is een hoofdrol weggelegd voor Plato's leermeester Socrates. Deze intellectuele 'horzel' discussieert met zijn vrienden en verdedigt zich tegen zijn vijanden. Zijn onderzoeksmethode, die exclusief gericht is op het naar boven halen van de waarheid, kenmerkt zich door een zeldzaam grote openhartigheid. Hij brengt de dingen waar het op aan komt zonder aanzien des persoons naar voren, waarbij de vraag hoe je behoort te leven centraal staat: “Het enige waar je op moet letten wanneer je iets doet, is of het goed of kwaad is wat je doet”.

De dialogen ontwikkelen zich alle rond een kernthema: in het Symposium is dat de liefde, in de Euthyfron de godsdienst, in de Verdedigingsrede het geweten, in de Kriton de gehoorzaamheid aan de wet, in de Faidon het voortleven van de ziel na de dood. Van deze titels behoren er twee of drie tot de wereldliteratuur. Indrukwekkend is het pleidooi waarmee Socrates zich voor de rechtbank verdedigt tegen de aanklacht dat hij de jeugd zou bederven; en zo mogelijk nog indrukwekkender het betoog dat hij houdt voor zijn vrienden, voordat hij de gifbeker drinkt en sterft.

Plato is niet alleen een diepzinnig filosoof, maar ook een begenadigd schrijver. Dat begreep men al in de oudheid. Zo schijnt Cicero te hebben uitgeroepen dat Zeus, stel dat hij gebruik zou moeten maken van menselijke taal, zich zonder twijfel zou uitdrukken in de trant van Plato. De gesprekken en beschouwingen zijn zo levensecht weergegeven dat je als lezer soms de indruk hebt dat je er persoonlijk bij aanwezig bent. Dat is natuurlijk ook een verdienste van de vertaler, Gerard Koolschijn. Hij heeft een tekst gecreëerd in vlot lopende spreektaal, waarin het gebruik van eigentijdse woorden als 'doorzakken' en 'op iemand inpraten' niet wordt geschuwd. En al zullen de geleerden ongetwijfeld hun voorhoofd fronsen wanneer ze zien dat sophistai met 'intellectuelen' en poièsis met 'creatief werk' wordt vertaald, de doorsnee lezer is er alleen maar mee gebaat.