'De schaatsers kijken alleen maar naar hun portemonnee'

ROTTERDAM, 21 APRIL. Het bondsbestuur van de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond kwam afgelopen woensdag om kwart voor zes bijeen om de crisis te bespreken. Vijf minuten later hadden vier bestuursleden reeds uitgesproken dat zij vier maanden na hun installatie niet verder wilden werken in het dagelijks bestuur (DB). Het betrof voorzitter David Meijer, penningmeester Arie Griffioen, secretaris Arnoud van Walsem en vice-voorzitter Wiebe Wijnja. Alleen Jan Charisius van het DB bleef zitten, net als acht andere bondsbestuursleden.

Mr. Van Walsem is vooralsnog de enige ex-bestuurder die naar buiten wil treden over de ware toedracht. De advocaat uit Amersfoort geeft aan dat het uithoudingsvermogen van het kwartet bestuursleden was uitgeput. “Drie van ons hebben een drukke werkkring. We waren de afgelopen maanden vijftien uur per week bezig met de KNSB. Zolang je aan positieve dingen werkt is het nog op te brengen dat je er zo allemachtig veel tijd in steekt. Maar als je uren moet investeren in gekrakeel wordt het anders.”

De leden van het DB kregen felle kritiek nadat de sectiebestuursleden Johan Grobbée en Jan Augustinus werden weggezonden. Zij namen de technische zaken van de hardrijders langebaan voor hun rekening. Van Walsem: “Wij dachten dat we in alle wijsheid een besluit hadden genomen. Maar de gewestelijke technische commissies voelden zich beledigd. We hadden het land in moeten trekken om die achterdocht weg te nemen. Daarvoor konden we de lust en energie niet meer opbrengen. Het is ons tegengevallen dat de achterban zo weinig goodwill voor ons kon opbrengen. We werden in ons besluit unaniem gesteund door het bondsbestuur. We hadden uit de hoek van de gewesten op z'n minst gerekend op het voordeel van de twijfel. En zeker niet op achterklap en gedraai van mensen die ons vertrouwen hadden toegezegd. Dat laatste heeft vooral voorzitter David Meijer gestoken.”

De diepere oorzaak van het conflict ligt vooral in het streven naar professionalisering van de sectie langebaan. Het dagelijks bestuur weigerde hierin mee te gaan. Van Walsem: “Wij vonden dat de sponsorgelden ook beschikbaar moesten blijven voor shorttrack, het kunstrijden of de gewesten, waar talenten als Zandstra en Ritsma toch hun opleiding hebben gehad. Die opvatting heeft kwaad bloed gezet. Het geld moest vooral naar het mannenschaatsen gaan, maar dan zouden de huidige sponsors zeker zijn afgehaakt.”

De secretaris van het opgestapte DB wijst er nog eens op dat het topschaatsen in Nederland nog altijd een sport is op amateurbasis. “De rijders kijken alleen maar hoe ze het snelste hun portemonnee kunnen vullen. Ze vergeten dat voor elke wedstrijd tien tot twintig mensen maanden bezig zijn met de organisatie. Van blokjesleggers tot juryleden. Het zijn amateurs die zich met hart en ziel aan de schaatssport geven. Als je dat hele circus gaat betalen, dan pas kun je een echte profsport beginnen. Dan kost het aanmerkelijk meer geld, terwijl alleen het EK en WK belangstelling trekken.”

Van Walsem concludeert dat er dinsdagavond in het overleg met de kernploegen nauwelijks met de schaatsers viel te praten. “Ze hadden een getekende verklaring bij zich waarin ze al bij voorbaat ons beleid afkeurden. Ze stelden als eis dat Grobbée en Augustinus terugkeerden. Ze gaven toe dat zij het hele seizoen de sponsorbelangen opzettelijk hadden gefrustreerd. Ze hadden daarmee niet in de gaten dat ze hiermee de doodsteek gaven aan Grobbée en Augustinus. Beleidsmatig wilden wij in grote lijnen meegaan met de plannen van het sectiebestuur. Er moest een directeur sportif komen die een groot deel van de taken van het DB en het sectiebestuur zou overnemen. Wij konden ons ook vinden in de opsplitsing van de kernploegen, al wilden we het aantal coaches laten afhangen van de beschikbare financiën.”

De vertrokken leden van het DB hebben zich niet gestoord aan de houding van Jan Charisius, die als enige collega niet aftrad. Van Walsem: “Hij heeft gehandeld uit zorg voor de continuïteit. Charisius is een figuur apart en al decennia lang bestuurder. Er moet nu een commissie komen van onbesproken figuren met kennis van zaken die vanuit hun prestige voorlopig de kar kunnen trekken. Ard Schenk? In de hoedanigheid van bestuurder ken ik hem niet.”