De liefde tussen twee luchtverkopers; Symbolische novelle van Fleur Bourgonje

Fleur Bourgonje: Onderstroom. Uitg. Atlas. 128 blz. Prijs ƒ25,-.

Onderstroom van Fleur Bourgonje houdt niet alleen door de beperkte omvang het midden tussen een uitgewerkt kort verhaal en een kleine roman. De novelle behandelt, al draait het verhaal om twee mensen, alleen het innerlijk van de vrouwelijke hoofdpersoon. Maar deze typering is ook niet geheel juist: in feite bestaat het verhaal uit één enkele metafoor. Bijna iedere zin bevat een verwijzing naar de tegenstelling tussen oppervlakte en diepte, schijn en wezen. Lucht of verstikking, dat is de kwestie.

Fleur Bourgonje heeft een weinig zonnige kijk op het leven en de liefde. Van haar in een gestaag tempo groeiende oeuvre word je niet vrolijk en dat geldt ook voor Onderstroom. Zoals de titel al suggereert is het een diepzinnig verhaal (wel wat te nadrukkelijk diepzinnig) met als teneur dat het onmogelijk is een ander mens te doorgronden, zelfs als die mens je geliefde is. Niemand is in staat eenzaamheid op te heffen. Het lichaam van een ander kun je bezitten, maar de ziel is autonoom, ondoorgrondelijk en ontroostbaar.

De hoofdpersoon van Onderstroom is een naamloze dichteres die naar de Golf van Akaba is afgereisd om een drama - haar baby is gestikt - te verwerken. Gezeten op een rots en uitkijkend over zee probeert ze evenwicht en rust te vinden, en de woorden ervoor, haar eigen woorden die naar de bodem van haar bewustzijn waren gezakt of daar altijd al gelegen hadden zonder dat zij ze kon aanraken, zonder dat zij ze werkelijk begreep.

De vrouw probeert zichzelf te vinden. Net als alle vrouwen in Bourgonjes boeken wil ze doordringen tot de kern van de dingen en van het bestaan, om er - zo vermoed ik - ten slotte achter te komen dat er geen kern aanwezig is. Wat zoek je daar toch, vraagt ze aan een duiker die ze iedere ochtend uit het water ziet komen, en zijn antwoord luidt dat hij niets zoekt. Zoeken vindt hij iets voor boven het wateroppervlak en voor vrouwen.

De duiker en de dichteres krijgen een liefdesrelatie, dat wil zeggen: ze kruipen bij elkaar om de leegte die hen omgeeft op te vullen. Dit heeft tot gevolg dat de man het diepzeeduiken staakt, terwijl de dichteres stopt met graven in zichzelf en dus met dichten. Het schrift dat ze voortdurend meezeult, blijft leeg. Ook hun relatie blijft aan de oppervlakte. Levend in de dorre, onvruchtbare woestijn, slijten ze hun dagen met het verkopen van flessen lucht aan duikers. Ze drijven handel in lucht. Symbolischer kan het bijna niet en dat is precies waardoor het werk van Bourgonje een ietwat gekunstelde indruk maakt.

De uitwerking van een metafoor die alles omvat, is typerend voor Bourgonje. De gevaren van de diepte worden breed uitgemeten, maar aan de oppervlakte blijven is ook onbevredigend. Zo doen de man en de vrouw aanvankelijk geen enkele poging zich in elkaar te verdiepen. Lichamelijk hebben ze contact, voor het overige zijn ze lucht voor elkaar. Op het moment dat ze proberen elkaar te doorgronden, knalt de relatie uit elkaar.

Gelukkig maakt Bourgonje haar verhaal niet helemaal sluitend - het zou er al te voorspelbaar van worden. De laatste zin bevat een raadsel. Om het op te lossen heb ik het boek opnieuw gelezen en me laten meeslepen door de taal, die de schoonheid en het ritme heeft van poëzie en in de onderstroom ruimte biedt aan uiteenlopende interpretaties.