De grenzen van het eureka

Er is een Eureka!, anders dan dat van Archimedes, dat in het klein hetzelfde concentraat van opgetogenheid heeft, de seconde van blije opwinding die het ware vinden begeleidt. Dit Eureka! verloopt in drie fasen. In de eerste vraag je je af waar je iets dat je zojuist onder ogen is gekomen, eerder hebt gelezen, gehoord of gezien. Dan ontstaat langzamerhand de inwendige zekerheid dat het dáár moet zijn geweest; maar waar is dáár? Je gaat zoeken en zo kom je tot de voltooiing: je vindt, en je ziet je vermoeden bevestigd! Eureka!

Ik noem een eenvoudig voorbeeld. Op de tramhaltes in Amsterdam is deze week een reclamecampagne aan de gang voor een loterij die de deelnemers een goed geweten bezorgd doordat ze daarmee ook nog bijdragen tot de natuurbescherming. In wezen is het een goede campagne omdat iedereen zich meteen het affiche herinnert, maar er ontbreekt iets aan. Niemand die de naam van de loterij kan noemen. Het affiche vertoont een bolle groene boom waarvan de bladeren biljetten van duizend gulden zijn. Je gaat je afvragen of het echte biljetten zijn, je laat je verbeeldingskracht de vrije loop en zo komt het dat je dit plaatje onthoudt en de rest niet.

Die boom had ik eerder gezien. In zijn oorspronkelijke vorm heet hij Worlds Apart, een sculptuur van de Amerikaanse Nancy Rubins. Haar boom, een meter of twaalf hoog en tien in doorsnee, is opgebouwd uit potten en pannen, emmers, afgedankt keukengereedschap. Hij staat sinds 1982 aan de berm van de Whitehurst Freeway in Washington D.C. Dat zegt nog niets - geef ik toe. De boom is door de eeuwen heen een van de dankbaarste vormen geweest om van alles en nog wat in onder te brengen dat niets met de boom an sich te maken heeft. Denk aan de stamboom, de oranjeboom. Misschien is er geen gewas dat alleen al met zijn vorm de mensheid zo ten dienste is geweest. 'Teken een boom', zegt de psychiater tegen zijn patiënt en zo ontstaat er een kijkje in de ziel. Ik wilde alleen vaststellen dat de Nederlandse loterijboom en die van Nancy Rubens op elkaar lijken als twee druppels water, en dat zie je weinig bij bomen.

Denkend over het Eureka!

komen we vanzelf tot het mysterie van de vondst, dat wil zeggen de vondst in de eigen hersenen. Iedere vondst kan maar één keer worden gedaan. Het is niet uitgesloten dat in de Arabische wereld een Pythagoras op hetzelfde ogenblik als Pythagoras dezelfde stelling heeft geformuleerd en dat in China een anonieme voorganger van Bertold Schwarz het buskruit heeft ontdekt. Dat tast de aanspraak op oorspronkelijkheid en de eer van Pythagoras en Schwarz niet aan. Maar in deze eeuw van voortwoekerende wereldcommunicatie is dat heel anders geworden. De vondst staat onmiddellijk alzijdig in het licht van de onbarmhartigste schijnwerpers; de vondst is meteen ook prooi. Vandaar het copyright en het octrooi.

Nu is er een orde van vondsten die we, naar analogie van Saddam Hoesseins militaire beeldspraak (de moeder van alle veldslagen) de moeder van een familie van vondsten kunnen noemen. Dat zijn de vondsten die voortkomen uit het objet trouvé. Aan het begin van deze eeuw hebben verscheidene kunstenaars een beeldspraak ontdekt en geformaliseerd; anders gezegd, het eureka ervaren dat op straat gevonden rommel tot kunst kan worden verheven. Cohorten zijn van lieverlee aan de slag gegaan met oud roest, oud papier, oud hout. In de kunst heeft men een nieuwe manier van zien geleerd. Uit de massaproduktie van gebruiksvoorwerpen is een nieuwe orde van metaforen ontstaan. Een vuilnisbak, horizontaal opgesteld, is het lichaam van een bok. De foto van een Amerikaanse auto uit de jaren vijftig, met maanzaad bestrooid en opnieuw gefotografeerd, gaat op een kadetje lijken. Voertuigen, rechtop in een kuil in de grond gezet zodanig dat er nog een flink stuk bovenuit steekt, en daarna de kuil dichtgegooid, gaan met elkaar een surrealistisch kerkhof vormen - of wat je er naar believen in wilt zien. Oude kussens, matrassen, peluws kundig aan elkaar genaaid (zoals Nacy Rubens doet), beginnen dikke wolkenluchten te worden, of sculpturen van Petrus Paulus Rubens als hij beeldhouwer was geweest en abstract had gewerkt.

Het objet trouvé is de achternaam van de moeder van weer talrijke moeders die weer families stichten. Zoals dat in families gaat: bij enige inteelt gaan de leden steeds meer op elkaar lijken waarbij ze er niet op vooruit gaan. Het aan elkaar naaien van matrassen en peluws is een vondst, maar heb je er drie van die familie gezien, dan heb je ze allemaal gezien. Vijf cadillacs voor de helft rechtop uit de grond stekend: dan ook alles wat wielen heeft en verticaal uit de aarde steekt. Dan hebben we het punt bereikt waarop de kunstenaar tot vondstenaar wordt, of tot kunstnijveraar.