De artillerie in de schedel; Het ijselijke talent van Dorothy Parker

De Amerikaanse schrijfster Dorothy Parker is bekender om haar leven dan om haar werk. Ook de film 'Mrs Parker and the Vicious Circle' van Alan Rudolph concentreert zich op haar prominente rol in de Newyorkse high society van de jaren twintig. Toch schreef Parker 32 onvergetelijke verhalen. “Sommige van de huwelijken die ze beschrijft zijn zó door haat vergiftigd dat de echtelieden uit Elsschots gedicht Het huwelijk daarbij vergeleken nog middenin hun wittebroodsweken zitten.”

Dorothy Parker: Je was geweldig. Vert. Frédérique van der Velde. Uitg. Prometheus/Bert Bakker, 309 blz. Prijs ƒ17,50.

The Portable Dorothy Parker. Uitg. Viking, 610 blz. Prijs ƒ30,15.

De film 'Mrs. Parker and the Vicious Circle' van Alan Rudolph gaat binnenkort in première.

Drieënzeventig jaar werd ze - veel te oud voor iemand die haar hele leven met de dood geflirt had. In autobiografische verhalen had ze magere Hein voorgesteld als de beste vriend van iedereen die teleurgesteld is in de liefde en het leven. Ze had odes gebracht aan de rust van het graf, en aan de wormen die zoveel beter gezelschap waren dan haar ontrouwe minnaars ('And I lie here warm, and I lie here dry/ And watch the worms slip by, slip by'). Ze had haar bundels titels gegeven als Sunset Gun, Laments for the Living en Here Lies. Ze had in interviews verklaard dat mensen jong of dood moesten zijn, en had tijdens terugkerende depressies meer dan eens geprobeerd om de Dood met alcohol en pillen een handje te helpen.

'This living, this living, this living/ Was never a project of mine' dichtte Dorothy Parker al in de jaren twintig. Maar de in 1893 geboren Newyorkse schrijfster was gedoemd lang te leven. Langer dan haar vrienden uit de literaire jetset, die ze aan de legendarische Ronde Tafel in het Algonquinhotel had geïmponeerd met bijtende humor. Langer dan haar idool Ernest Hemingway, die zich in 1961 met een jachtgeweer door het hoofd had geschoten. Maar vooral veel langer dan goed was voor haar reputatie.

In de Roaring Twenties gold Dorothy Parker als een van de meest belovende Amerikaanse schrijvers. Haar gewaagde, sarcastische gedichten werden bewonderd, geciteerd en keer op keer herdukt; haar korte verhalen werden geprezen als briljante schetsen van het lege en hypocriete leven van de upper classes. Een decennium later was haar roem al grotendeels vergaan. Niet alleen omdat ze haar talent onder invloed van drank en slechte vrienden had laten verpieteren - en vanaf het begin van de jaren dertig had verkocht aan Hollywood - maar ook omdat haar werk minder weerklank vond. Hemingway was de nieuwe standaard voor het korte verhaal, terwijl haar bitterzoete epigrammen te licht waren voor de liefhebbers van modernisten als T.S. Eliot en Ezra Pound. 'Laten we het onder ogen zien,' had ze zelf al in 1931 aan een vriendin geschreven; 'mijn poëzie is hopeloos gedateerd - zoals alles wat ooit populair was nu vreselijk is.'

Na haar jaren in Hollywood - ze werkte onder andere mee aan de scenario's voor Hitchcocks Saboteur (1942) en de eerste versie van A Star Is Born - vocht Parker vergeefs tegen de vergetelheid. De toneelstukken die ze voor Broadway schreef, flopten, en ze sleet haar dagen als dat wat ze nooit had willen worden: an old bitter woman, die de eenzaamheid op haar Newyorkse hotelkamer te lijf ging met whisky en zelfs niet eens meer kon teren op haar gouden verleden. Als mensen zich haar herinnerden, dan was het om gedichtjes als 'News Item' die ze zelf niet meer kon horen ('Men seldom make passes/ At girls who wear glasses'), of om de woorden waarmee ze een tijdschriftredacteur afpoeierde die haar vroeg om een recensie: 'Too fucking busy and vice-versa'. Veel meer mensen kenden Dorothy Parker alleen nog als koele minnares in de Cole Porter-song 'Just One Of Those Things' - zoals haar naam tegenwoordig bij mensen onder de vijfendertig vooral bekend is doordat Prince ooit een erotisch liedje over een gevatte serveerster schreef met de titel 'The Ballad Of Dorothy Parker'.

Roddel en snedigheden

Het is de vraag of de film Mrs Parker and the Vicious Circle, die binnenkort in première gaat, de reputatie van Dorothy Parker opnieuw zal vestigen. Als wit en wisecracker misschien, want zoals de titel van de film al verraadt, concentreert regisseur Alan Rudolph zich vooral op de rol van Parker als Koningin van de Ronde Tafel in Hotel Algonquin, waar zich in de jaren twintig minor writers en journalisten van bladen als Vogue en The New Yorker verzamelden om elkaar aan de lunch te overtreffen in roddel en snedigheden. Voor de literaire verrichtingen van Parker is in de door Robert Altman geproduceerde film weinig aandacht. Tussen de drinkgelagen, highsocietyfeestjes en relatieproblemen door declameert hoofdrolspeelster Jennifer Jason Leigh alleen voor de vorm nog wat melancholieke versjes, en over Parkers verhalen, zelfs de meest autobiografische, komt de bioscoopbezoeker niets te weten. De belangrijkste dienst die Mrs Parker and the Vicious Circle de schrijfster Dorothy Parker bewijst, is dan ook de publiciteit naar aanleiding van de film. Zo werd in Nederland de, idiomatisch gedateerde, vertaling van haar verzamelde verhalen opnieuw in pocket uitgegeven, en zal de Penguin-uitgave van The Portable Dorothy Parker (inclusief gedichten, boekbesprekingen en toneelrecensies) hopelijk weer naar de etalage van de boekhandel verhuizen. Parkers in de film breed uitgemeten tragische leven - 'alles is altijd erger dan je dacht dat het zou worden', schreef ze in een van haar verhalen - zal de belangstelling voor haar werk ongetwijfeld aanwakkeren. Want, zoals ze in het openingsgedicht van haar eerste bundel Enough Rope al opmerkte:

Lips that taste of tears, they say

Are the best for kissingAfgetrapte gymschoenen

Dorothy Rothschildt (geen familie van de bankiers; de naam Parker was een van de weinige dingen die ze naar eigen zeggen overhield aan haar eerste huwelijk) schreef haar eerste gedichten voor Vogue en Vanity Fair. “Ik wilde in de verfijnde voetsporen treden van Edna St. Vincent Millay,” zou ze later zeggen, “maar vergat de afgetrapte gymschoenen die ik aanhad.” Millay was een van de classicistische dichters die in het begin van de eeuw hadden gezorgd voor een 'Roman Revival' in de Amerikaanse letteren. Via haar werk leerde Dorothy de Latijnse dichters kennen: de satiricus Horatius, wiens geciseleerde verzen zo natuurlijk klonken dat ze geïmproviseerd leken; de lyricus Catullus, die zich in zijn Carmina presenteerde als de cynische, gepokt-en-gemazelde minnaar; en bovenal Martialis, die met scabreuze en venijnige epigrammen de gegoede Romeinse burgerij bespotte.

Dorothy Parker ontpopte zich als een neoklassiek dichter; ze schreef in jamben en eindrijm, had een voorkeur voor metrisch heldere kwatrijnen, en maakte kleine gedichten met een clou, die vaak net als bij Martialis pas uit de laatste regel naar voren kwam. Haar belangrijkste onderwerp was onbeantwoorde of gefnuikte liefde, maar de ik-figuur uit haar poëzie had zelfkennis en zelfspot genoeg om zich te realiseren dat zij zich in de liefde niet anders gedroeg dan de mannen die haar in de steek lieten. Tegenover ieder epigram met de strekking van 'Two-Volume Novel' ('The sun's gone dim, and/ The moon's turned black;/ For I loved him, and/ He didn't love back') stond altijd een gedicht als 'Ballade at Thirty-Five', dat uitloopt op de volgende strofe:

Always knew I the consequence

Always saw what the end would be.

We're as Nature has made us - hence

I loved them until they loved me

Grappig zijn ze, de verzen van Dorothy Parker, gedrenkt in ironie en van een volmaakte eenvoud; gemaakt om te memoriseren en als graffiti op blinde muren te zetten om de wereld op te vrolijken. Maar net als bij Martialis raak je zelden ontroerd als je ze leest. En als ze al uitnodigen tot herlezen, dan is het niet omdat ze steeds andere gevoelens oproepen of omdat er nieuwe betekenissen in te ontdekken zijn, maar eerder omdat je ze na verloop van tijd weer vergeten bent. 'Poëzie weegt men niet', schreef een van haar vrienden toen Parker in een recensie van lichtheid was beschuldigd. Dat is waar, maar het neemt niet weg dat de meeste van Parkers gedichten de tand des tijds minder goed hebben doorstaan dan het werk van haar tijdgenoten Marianne Moore en e.e. cummings.

Dorothy Parker was de eerste die inzag hoezeer haar poëzie verbonden was met het frivole levensgevoel van de Newyorkse Gay Twenties. Haar laatste dichtbundel, Death and Taxes, verscheen iets meer dan een jaar na de Wallstreet-crash van 1929. Daarna zou ze nog één gedicht publiceren: de 'War Song' die ze in 1944 voor haar in het Amerikaanse leger vechtende tweede echtgenoot Alan Campbell schreef. Een on-parkeriaans aangrijpend gedicht, waarin de dichteres haar geliefde toefluistert zich niet schuldig te voelen wanneer hij overzee met vreemde vrouwen slaapt. Zolang hij hen maar, al is het in zijn slaap, af en toe bij haar naam noemt.

Intriest

Het is in Parkers korte verhalen, verzameld in de bundels Laments for the Living (1930) en After Such Pleasures (1933), dat haar heldere en beknopte stijl, haar satirische blik en haar dramatic ironies het best tot hun recht komen. Veel van Parkers verhalen zijn humoristisch, maar in tegenstelling tot de gedichten zijn ze vaak tegelijkertijd intriest. Zo moet je bij het lezen van 'Het heerlijke verlof' glimlachen om de vrouw die alle mogelijke voorbereidingen treft om het haar man tijdens een ultrakort verlof uit militaire dienst naar de zin te maken - tot op het moment dat de harteloze (en ontrouwe?) man daadwerkelijk binnenkomt en alles wat hij en de vrouw tegen elkaar zeggen ongewild in ruzie ontaardt. En in 'Een telefoontje', de opgewonden innerlijke monoloog van een vrouw die wacht tot haar geliefde haar belt, vergaat het lachen je doordat je langzaam gaat beseffen hoe verschrikkelijk onzeker zij is en hoe groot de kans dat de man überhaupt geen behoefte heeft om met haar te praten.

Het wemelt in Parkers verhalen van de tragische èn van de wreedaardige figuren: de eenzame 'leuke meid' uit 'Zo'n grote blonde' in wier leven alles misloopt, inclusief haar zelfmoord; 'Meneer Durant', die zijn maitresse dumpt na een abortus en in één moeite door 's avonds zijn kinderen een schattig weeshondje afneemt; de grijze middle-class muisjes die zich door iedereen laten vernederen, en de hooghartige elitevrouwen die het aan iedere innerlijke beschaving ontbreekt. Parker beschrijft het onvermogen van mensen om op een sympathieke manier met elkaar om te gaan, de psychologische conflicten die, zoals ze het zelf formuleerde, 'niet worden beslecht door messen en pistolen, maar door de zwijgende artillerie binnenin de schedel.' Haar favoriete onderwerp zijn de ongelukkig getrouwde man en vrouw. Sommige van de huwelijken die ze beschrijft zijn zó door onbegrip en haat vergiftigd, dat daarbij vergeleken de echtelieden uit Elsschots beroemde gedicht 'Het huwelijk' nog middenin hun wittebroodsweken zitten.

Dorothy Parker was een groot bewonderaar van Hemingway, wiens Men Without Women ze in 1927 besprak als 'a book of Great Short Stories', en over wie ze eind jaren twintig een uitgebreid profiel voor The New Yorker schreef. Hoewel haar stijl vlotter is dan die van de strenge meester, en haar plots meer gericht zijn op de pointe, heeft ze één belangrijk ding met Hemingway gemeen: haar voorkeur voor verhalen waarin niet alles expliciet gezegd wordt, maar waarin de achtergronden en de voorgeschiedenis van de personages tussen de regels door gesuggereerd worden. “Een kort verhaal lijkt een beetje op een ijsberg,” zei ze Hemingway na, “de ijsmassa die je ziet is veel kleiner dan dat wat onder water zit en de rest ondersteunt.”

Spraakverwarring

Een mooie illustratie van deze 'iceberg theory' is het verhaal 'Spreekt u maar'. Het is drieëneenhalve bladzijde lang en beschrijft een telefoongesprek via een operator tussen een vrouw in New York en haar vriend of man in Detroit.

De man is voor zaken op reis gegaan en in plaats van een paar dagen al drie weken weg; de vrouw heeft na lang zoeken zijn nummer achterhaald en probeert een gesprek met hem te voeren - tevergeefs, want de lijn aan zijn kant is slecht en hij raakt afgeleid wanneer een aantal luidruchtige vrienden bij hem binnenvalt. De conversatie eindigt in spraakverwarring. Terwijl de wanhopige vrouw nog smeekt om een paar lieve woorden, hangt de man op: '“[De lijn] is iets verschrikkelijks. Het eerste dat ik morgen zal doen is jou schrijven, hoor. Daag. Welbedankt voor je telefoontje”.'

Bij oppervlakkige lezing is 'Spreekt u maar' ('New York to Detroit') een tragikomisch verhaal over miscommunicatie. Maar het pijnlijke gesprek roept vragen op. Waarom reageert de man zo koel? En waarom is de vrouw zo wanhopig? Het antwoord zit verstopt in stukjes dialoog waar je al gauw overheen leest, schijnbaar onbelangrijke zinnetjes als '“O lieverd, wat moet ik doen, wat moeten wij doen?”' en '“Je kunt me niet alleen laten in deze toestand”.' De vrouw is zwanger, en wil het haar geliefde vertellen. De man pakt de hints niet op; het wordt bovendien duidelijk dat hij niet van zins is om naar de vrouw terug te keren. Voor hem was zij een liefje van korte duur. In Detroit, Chicago of waar dan ook wachten weer anderen. Hij zal haar niet meer schrijven.

En mocht zij hem weer bellen, dan zal hij opnieuw veinzen dat de lijn zo slecht is dat hij haar niet kan verstaan.

Het verzameld proza van Dorothy Parker staat vol met dit soort ijselijkheden. In totaal publiceerde ze 32 korte verhalen - genoeg voor een dik boek, maar te weinig voor zo'n groot talent en zo'n lang schrijversleven. Op het toppunt van haar kunnen, in de jaren twintig, verdeed Mrs. Parker haar tijd met de 'Vicious Circle' in het Algonquin; in de jaren veertig en vijftig probeerde ze succes te behalen met scenario's en toneel, genres waarin ze niet uitblonk. Het eerste was nog ernstiger dan het tweede: de Round Table was een tafel met halftalenten die elkaar van het werk hielden. De grote Amerikaanse schrijvers van het Interbellum, Hemingway, Fitzgerald, Dos Passos, Faulkner, hielden zich er verre van. In Green Hills of Africa (1935) vertelde Hemingway waarom: 'Schrijvers moeten in hun eentje werken. Ze moeten elkaar alleen opzoeken als het werk gedaan is, en dan nog niet erg vaak. Anders worden ze zoals schrijvers in New York. Allemaal regenwormen in een fles (-) Vanaf het moment dat ze in de fles zitten, willen ze daar blijven. Ze zijn eenzaam buiten de fles.'

Als Parker er net zo over had gedacht als Hemingway, en stug had doorgeschreven aan een oeuvre van short stories, dan was ze misschien net zo invloedrijk geworden als Hemingway. Maar Dorothy Parker liet zich nooit iets gelegen liggen aan wat anderen wilden. Als ze ergens naar leefde, dan was het naar het credo van haar gedichtje 'Sanctuary':

And sweet's the air with curly smoke

From all my burning bridges.

Unfortunate Coincidence

By the time you swear you're his,Shivering and sighing

And he vows his passion isInfinite, undying -

Lady, make a note of this:One of you is lying.

Comment

Oh, life is a glorious cycle of song

A medley of extemporanea;

And love is a thing that can never go wrong;

And I am Marie of Roumania.

Résumé

Razors pain you;

Rivers are damp;

Acids stain you;

And drugs cause cramp.

Guns aren't lawful;

Nooses give;

Gas smells awful;

You might as well live.

Uit: The Portable Dorothy Parkert

Het dier was geen schoonheid. Al te duidelijk was het het levende aandenken aan een moeder die nooit nee had kunnen zeggen. Het was een vrij stevig klein dier met ruig wit haar en enkele losjes geplaatste plekken. (-) Over het geheel genomen zag het dier eruit als een fotomontage van Populaire Honden. Maar je zag met één oogopslag dat het charme had. En voor charme zijn al scepters weggegooid.

UIT: MENEER DURANT

Die zomer huurden de kolonel en ik een bungalow die 947 West Catalpa Boulevard heette en volgens het gerucht compleet ingericht was: drie vorken, maar vierentwintig notekrakers. Daarna gingen we naar het bemiddelingsbureau om naar een schat te zoeken. De dame van het bemiddelingsbureau was in terrassen gebouwd; ze was bezadigd roze van kleur, vermoedelijk overal, en oneindig capabel.

UIT: MEVROUW HOFSTADTER UIT DE JOSEPHINESTRAAT