Bettie Serveert is gegroeid

Concert: Bettie Serveert. Gehoord: 20/4 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 21/4 Patronaat, Haarlem; 22/4 De Koog, Noord Scharwoude; 23/4 Effenaar, Eindhoven.

Gisteravond was het niet de band die sterallures had, het was het publiek. Bettie Serveert is net terug van een Amerikaanse tournee, staat geprogrammeerd voor Pinkpop en wordt enthousiast ontvangen in de Engelse pers; maar het uitverkochte Paradiso hield zich duur. Pas tegen het einde van het optreden werd de afwachtende houding opgegeven en kwam er bijval.

Maar noch de lauwe reacties, noch het tennisracket dat vanuit het publiek op het podium werd achtergelaten konden de groep frustreren. Bettie Serveert is gegroeid; in hoeveelheid apparatuur, in samenspel, en in voordracht. Voor een wal van versterkers stonden gitarist Peter Visser, bassist Herman Bunskoeke, drummer Berend Dubbe en gitariste/zangeres Carol van Dijk en allemaal waren ze geprofileerder, precieser en tegelijkertijd soepeler dan tevoren.

Dat bleek vooral in de instrumentale passages. Bettie Serveert neigt naar een iel groepsgeluid waardoor die zangloze stukken eerder soms wegvielen. Maar gisteravond werden ook de intermezzo's volledig uitgewerkt. Lange solo's van Visser, ondersteund door de over zijn bashals heen en weer wandelende Bunskoeke maakten dit tot broeierige, maar voortvarend gespeelde en organische muzikale uitspattingen.

Bijna al het repertoire van hun cd's Palomine en Lamprey werd gespeeld. Carol van Dijk, deze keer met twee kleine-meisjes-staartjes net boven haar oren, die op de nieuwe cd Lamprey afwisselender was gaan zingen dan op de debuut-cd, klonk gisteravond nogal schel, alsof de hoge tonen de lagere wegdrukten. Opvallend was hoe de gitaristen alledrie een explicietere lichaamsexpressie hebben gekregen. Peter Visser springt steeds recht omhoog, Van Dijk trekt haar schouders ritmisch op en Bunskoeke heeft een horizontale wiebel ontwikkeld, die zijn basgitaar al maar lager op zijn benen doet zakken.