Anglicaanse kerk voert financieel 'wanbeleid'

LONDEN, 21 APRIL. Een commissie uit het Britse Lagerhuis heeft het financieel beheer van de Church of England, de anglicaanse staatskerk, gisteren in een vernietigend rapport als “roekeloos” en “dwaas” omschreven. Speculaties op de onroerendgoed-markt aan het eind van de jaren tachtig hebben het vermogen van de kerk met een kwart verminderd, een verlies van 800 miljoen pond, ruim twee miljard gulden. Sluiting van kerken en beperking van het aantal geestelijken zijn onvermijdelijk tenzij ruim een miljoen regelmatige anglicaanse kerkgangers voortaan elke zondag geen munten maar biljetten in de collectezak doen.

Het beheer van het kerkelijk vermogen wordt behartigd door een keurkorps van 94 commissarissen waarvan niet alleen de 41 bisschoppen deel uitmaken maar ook de Britse premier en zijn minister van financiën. Het dagelijks beheer was tot twee jaar geleden in handen van Sir Douglas Lovelock en zijn secretaris Jim Shelley. Zij worden door de kamercommissie als de hoofdverantwoordelijken voor het financiële wanbeleid beschouwd. Hun speculaties hebben “meer dan wat ook bijgedragen tot een vernietiging van het parochiesysteem van de nationale kerk”, aldus het oordeel van de kamercommissie. Ze waarschuwt dat de financiële crisis kan leiden “tot een transformatie die de Church of England onherkenbaar maakt”.

De kerkcommissarissen hebben in de jaren tachtig op grote schaal geïnvesteerd in onroerend goed. Om de beschikbare middelen te kunnen lenen hadden ze in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten een netwerk van 37 dochterbedrijven opgezet met als enige doel om de wetgeving op de liefdadigheidsinstellingen te omzeilen. De kamercommissie veroordeelt die aanpak als “even rampzalig voor het kerkvermogen als ethisch besmet”.

Sommige investeringsbesluiten van de commissarissen noemt de kamercommissie “regelrechte waanzin”. Het gemak waarmee geld aan onroerendgoed-maatschappijen werd geleend, kwalificeert ze als “ongelovelijk naïef”. Ze sluit niet uit dat zakenpartners zich aan bedrog hebben schuldig gemaakt hoewel ze fijntjes opmerkt dat de kerkcommissarissen zo'n makkelijk prooi waren voor projectontwikkelaars dat fraude “waarschijnlijk overbodig was”.

De commissie pleit voor een verscherping van het toezicht op het kerkelijk financieel beheer. Hoe rampzalig de kerk er financieel voorstond, ontdekte de aartsbisschop van Canterbury pas na een verslag in de Financial Times. Een oproep van de commissie om het parlement meer invloed te geven op de financiële structuur van de staatskerk, wees Philips Mawer, secretaris-generaal van de synode gisteren verontwaardigd van de hand. Hij zei dat een dergelijk inmenging in strijd was met de traditie en tot grote onrust onder de kerkgangers zou leiden.