Advies: nauwe samenwerking bedrijfs- en bestuurskunde

ROTTERDAM, 21 APRIL. De opleiding bedrijfskunde in Nederland moet nauwer samenwerken met het verwante vakgebied bestuurskunde, dat zich met de overheidssector bezighoudt. Een breder vakgebied zal vooral het onderzoek ten goede komen. Daarnaast moeten de opleidingen hun onderwijsprogramma's internationaler opzetten.

Deze aanbevelingen doet een groep buitenlandse deskundigen die in opdracht van de vereniging van universiteiten VSNU de wetenschappelijke opleidingen bedrijfskunde, bedrijfswetenschappen en technische bedrijfskunde heeft doorgelicht. De zogeheten visitatie werd uitgevoerd door de EFMD, de Europese vereniging van managementscholen en is vanmiddag gepresenteerd.

De commissie, die vijf jaar geleden ook al een dergelijk onderzoek hield, constateert dat de opleidingen bedrijfskunde de laatste jaren een sterke ontwikkeling hebben doorgemaakt. De commissie roemt de variatie aan doelstellingen, de aanpak en de methoden van de verschillende opleidingen. Door de brede benadering vanuit de vakgebieden zoals economie, techniek en sociale wetenschappen staat de Nederlandse opleiding bedrijfskunde internationaal goed aangeschreven.

In totaal volgen meer dan 10.000 studenten een studie bedrijfskunde of bedrijfswetenschappen aan een universiteit of aan een daaraan verbonden 'school of management'. De studies kunnen worden gevolgd in Eindhoven, Twente, Groningen, Nijmegen, Maastricht en Rotterdam. Ook de Open Universiteit, die een opleiding tot Master of Business Administration (MBA) aanbiedt, was bij het onderzoek betrokken.

De commissie uit in het rapport zorgen over de toenemende bezuinigingen in het wetenschappelijk onderwijs in Nederland. Die zouden wel eens ten koste van de kwaliteit van het onderwijs en het onderzoek kunnen gaan. Daarnaast pleit de commissie ervoor dat de instellingen zelf meer werk maken van kwaliteitsverbetering van hun opleidingen. Dat ze hun studies door externe deskundigen laten beoordelen is een goede zaak, maar door een goede “interne kwaliteitszorg” kunnen de Nederlandse bedrijfskunde-opleidingen doorgroeien naar een leidende positie in Europa, aldus het rapport.

Zo pleit de commissie in het geval van de opleiding aan de Rotterdamse universiteit voor meer eenheid, structuur en eenduidige leiding. Het is “schizofreen”, aldus het advies, dat er twee of drie verschillende Rotterdamse 'schools of management' zijn. De commissie prijst de onderzoeksschool van de universiteiten van Twente, Eindhoven en Groningen, maar waarschuwt voor een te groot belang van de universiteit van Twente.

Ook pleit de commissie ervoor dat opleidingen duidelijke afspraken maken met studenten over de wederzijdse rechten en plichten.