Visitatiecommissie: studie in natuurkunde moet langer

UTRECHT, 20 APRIL. De studies natuur- en sterrenkunde moeten vijf jaar gaan duren. De huidige officiële cursusduur van vier jaar is te kort. Er is geen enkele rechtvaardiging voor het feit dat technische natuurkunde sinds kort wel vijf jaar mag duren en de gewone natuurkunde-studie niet.

Dit concludeert de Visitatiecommissie Natuur- en Sterrenkunde, die in opdracht van de vereniging van universiteiten VSNU de kwaliteit van het universitaire natuurkundeonderwijs onderzocht. Het verschil in studieduur zal een negatief effect geven op de belangstelling voor fundamenteel onderzoek en leiden tot internationale verwarring over de waarde van de verschillende opleidingen, aldus de commissie, die onder voorzitterschap stond van emeritus-hoogleraar H. de Waard.

In het algemeen is de commissie tevreden over de negen opleidingen natuur- en sterrenkunde die Nederland telt. Het niveau ligt bij alle negen ongeveer gelijk en dat is gunstig, vindt de commissie, want dat stimuleert de mobiliteit van promovendi en studenten.

De commissie heeft een klacht over het VWO: het onderwijs is er te gemakkelijk voor de de latere natuurkunde-studenten, waardoor dezen zich op de middelbare school nauwelijks hoeven in te spannen. Het afleren van deze 'luie' studiehouding kost vaak drie tot zes maanden in het eerste jaar, aldus de commissie. De natuurkundekennis die op het VWO wordt aangeleerd is van een te laag abstractieniveau en de commissie vreest dat dit met het nieuwe 'tweede-fase'-eindexamenprogramma alleen maar erger wordt. Opmerkelijk is dat de commissie van mening is dat de aankomende natuurkundestudenten tot de beste middelbare scholieren behoren, maar dat niettemin invoering van een extra toegangsexamen voor de natuurkundestudie te overwegen is als de diepgang van de VWO-natuurkunde verder afneemt.