Vinken oogst hulde bij afscheid

AMSTERDAM, 20 APRIL. Pierre Vinken mocht gisteren afscheid nemen ten overstaan van degenen voor wie hij het allemaal heeft gedaan. De aandeelhouders van uitgever Elsevier brachten de vertrekkende bestuursvoorzitter alle hulde toe voor het rendement dat ze hadden behaald op hun belegging gedurende zijn 16 jaar durende bewind.

“Ach, omvang zegt mij niets”, zei Vinken eens in een zeldzaam interview vlak na de fusie met het Britse Reed. Van een felicitatie voor het feit dat hij de baas was geworden van een van de grootste uitgevers ter wereld moest hij niets weten: “Waar het mij om gaat is de winst per aandeel.” In de filosofie van Vinken is dat op den duur voor iedereen het beste.

En die winst heeft in de jaren van Vinken een indrukwekkende groei laten zien, de beurswaarde van de uitgever in zijn kielzog meeslepend. Het was niet verrassend dat deze cijfers op de vergadering van gisteren de rode draad vormden in de betogen van de aandeelhouders die het woord richtten tot de man die zijn bestuurszetel nu verruilt voor de functie van president-commissaris. Herman Bruggink is sinds gisteren de eerste man van Elsevier.

De vertegenwoordiger van de bijna altijd kritische Vereniging van Effectenbezitters (VEB) deed naar eigen zeggen “moeite de complimenten te onderdrukken”. Toch kon hij het niet laten: “Voor Elsevier en haar aandeelhouders is er opnieuw een perfecte prestatie geleverd.”

Minister Wijers van Economische Zaken kwam binnenvallen om de gaande man te omkleden met de versierselen die horen bij een Commandeur in de orde van Oranje Nassau. Nadat eerst Vinkens voorganger D. van den Brink met “een rekensommetje” was gekomen, mat ook Wijers Vinkens prestatie af aan de ontwikkeling van de beurswaarde van Elsevier. Bij Vinkens aantreden in 1979 bedroeg die nog 335 miljoen gulden, thans bedraagt die na de fusie 11 miljard.

Maar Wijers' vaststelling “Vinken moet wel een heel bijzonder mens zijn” gaf pijnlijk aan waar het gisteren aan schortte. Geen van de aanwezigen was in staat een persoonlijke karakterisering van de mens Vinken te geven. Hulde aan de cijfermatige verrichtingen, maar over de manier waarop de mens Vinken al die jaren leiding heeft gegeven werd de waarnemer niets wijzer.

Om die leemte op te vullen had het Elsevier-bestuur hoofdredacteur Martin van Amerongen van De Groene Amsterdammer gevraagd een interview met Vinken te maken. Het - niet in de boekhandel verkrijgbare - boekje dat gisteravond aan Vinken is aangeboden, bevat tal van persoonlijke annecdotes waarvoor Vinken echt even is gaan zitten. Maar het interview levert ook een aantal nieuwe gezichtspunten op over de recente geschiedenis van Elsevier.

Zo licht Vinken toe waarom hij ten tijde van de onderhandelingen met het Britse Reed dat uiteindelijk in 1992 leidde tot de fusie, bereid was Elsevier te verkopen aan het Amerikaanse Paramount, als er genoeg voor werd betaald. Vinken raadde Paramount aan “een vriendelijk bod op de aandelen Elsevier te doen. Wij zouden dat steunen, mits het bod meer dan anderhalf maal de, toen al vrij hoge, beurswaarde van Elsevier zou bedragen. Maar dat was Paramount te duur. Als zij hadden toegehapt, was er nu niet van Reed Elsevier, maar van Paramount Elsevier sprake geweest,” aldus Vinken tegenover Van Amerongen.

Vanzelfsprekend komt ook Vinkens grootste nederlaag - de mislukte overname in 1987 van Kluwer - in het interview ter sprake. Gebrek aan ervaring met dergelijke vijandelijke overnames is volgens Vinken achteraf de reden geweest voor het feit dat Kluwer uiteindelijk in de armen van Wolters Samson is terechtgekomen. Elsevier had “direct een knock-out-bod” moeten doen. Als Vinken zich had laten bijstaan door Britse of Amerikaanse adviseurs in plaats van Nederlandse was het anders afgelopen: “Die hadden gezegd: Boys, geen geouwehoer! Je hebt dat geld toch liggen? Gewoon pakken! Overkill!”

Uit de tijd van die verwoede overnamestrijd stamt ook Vinkens reputatie van een keiharde, ongevoelige, klinische ondernemer. Een vergelijking dievoor de hand lag vanwege Vinkens verleden als hersenchirurg. Tegen een van zijn critici, de toenmalige VNU-collega en “ijdeltuit” Evert Bloembergen vaart Vinken daarover uit. Hij wijst hem erop “dat de neurochirurgie werkelijk een zéér warme en bloederige besogne is. Klinische koelte! Als je ooit met je handen in iemands buik of hoofd hebt gezeten weet je wel beter”.

Zijn slechte reputatie deert Vinken niet, maar wat hem wel steekt is dat men zich zo lichtvaardig een oordeel over zijn karakter aanmatigt. “Elk mens heeft in zijn binnenste een vulkaan”, aldus Vinken in het boekje. “Waarschijnlijk ben ik even emotioneel als ieder ander mens, maar ik heb er kennelijk voor gekozen te proberen mijn gevoelens op een heldere wijze te ordenen.”