Vakbeweging ongerust over hardere maatschappij

AMSTERDAM, 20 APRIL. Flexibilisering, decentralisatie, moderne arbeidsverhoudingen, het zijn mooie woorden van werkgevers. Maar wat er achter zit, blijft een ongebreidelde behoefte om winstcijfers steeds meer op te jagen, door meer te doen met minder mensen. Volgens oud-vakbondsbestuurder Herman Bode blijft het de rol van de vakbeweging om zich hier tegen te verzetten. “De strijd tussen arbeid en kapitaal is nog lang niet gestreden. Het is alleen maar harder geworden”.

Vakbondsleiders oude en nieuwe stijl ontmoetten elkaar gistermiddag in het vakbondsmuseum in de Amsterdamse Burcht van Berlage. Vroegere coryfeeën als Herman Bode (vice-voorzitter FNV) en Arie Groenevelt (voorzitter Industriebond NVV) en huidige voormannen als Anton Westerlaken (CNV), Johan Stekelenburg (FNV) en Gerard van Dalen (MHP) bogen zich daar over de vraag welke rol de vakbeweging in de huidige arbeidsverhoudingen moet vervullen en hoe de bonden hun vroegere machtspositie weer kunnen oppakken.

Moet de vakbeweging zich nadrukkelijker gaan profileren als directe belangenbehartiger voor werknemers of moet het accent liggen op maatschappelijke betrokkenheid? Hebben de nieuwe arbeidsverhoudingen geleid tot een evenwichtige verdeling van zeggenschap of ligt de macht nog steeds bij de baas? Voor Bode is het antwoord op die laatste vraag snel gegeven. “Er vindt nog steeds uitbuiting plaats. Alleen de vorm is anders geworden”, stelde Bode, die in 1985 afscheid nam van de FNV, geëmotioneerd.

Ook Groenevelt, die in de jaren zeventig furore maakte bij de Industriebond NVV (nu onderdeel FNV), toonde weinig vertrouwen in de drijfveren van ondernemers. “Het gaat nog steeds om het gevecht tussen twee partijen op de markt. Daar is niets in veranderd. Werkgevers lijken erop uit te zijn om de vakbonden pootje te lichten. Ze krijgen de indruk dat de vakbeweging er nu zwakker voorstaat en dus durven ze het gevecht weer aan”, aldus Groenevelt.

De gespierde taal van de oud-vakbondsbestuurders, die flexibiliteit en individualisering als strijdig met werknemersbelangen beschouwen, werd gisteren door de huidige voorzitters genuanceerd. “Mensen hebben wel steeds meer behoefte om individueel keuzes te maken. En flexibiliteit is niet per definitie negatief”, zei FNV-voorzitter Stekelenburg. Dat de rol van de vakbeweging in de maatschappij is veranderd, staat volgens hem buiten kijf. Maar al te somber wil hij daar niet over zijn. “De vakbeweging slaagt er aardig in om een evenwicht te vinden tussen dynamiek en bescherming”.

Ook CNV-voorzitter Westerlaken ziet weinig heil in een simplificatie van verhoudingen. Dat is volgens hem ook niet meer mogelijk, omdat de huidige vakbeweging zoveel verschillende soorten leden kent. “Waar moeten we die werknemers tegen beschermen? Wat willen we eigenlijk? Enerzijds willen we werknemers beschermen tegen flexibilisering, maar anderzijds roepen we ze wel op om in deeltijd te gaan werken, met het argument dat verzorging van kinderen bijvoorbeeld ook belangrijk is.”

Volgens MHP-voorzitter Van Dalen kan de vakbeweging niet de ogen sluiten voor het feit dat werkgevers zich door meer dan nationale belangen moeten laten leiden. “Ondernemers worden geconfronteerd met internationale ontwikkelingen. Daar moeten ze rekening mee houden. Ook voor vakbewegingen is het door de huidige trend van globalisering steeds moeilijker geworden om te sturen.” Van Dalen zei er niet meer in te geloven dat werkgevers er per definitie op uit zijn om werknemers onder druk te zetten. Essentieel is volgens hem dat er in het CAO-overleg naast loonmatiging veel aandacht is voor nieuwe arbeidsverhoudingen. “Ik zie nog maar zelden bij ondernemers dat ze hier geen gevoel voor hebben”.

Zoveel begrip wilde Stekelenburg gisteren toch niet tonen. De recente stakingen in het streekvervoer en de bouw wijzen er volgens hem wel op dat de verhoudingen zich weer verharden. Ook opvattingen zoals bij Akzo, om mensen steeds vaker op tijdelijke basis in te zetten, maken de FNV-voorzitter ongerust over de toekomst. “Als dat de nieuwe arbeidsverhoudingen zijn, voorzie ik een veel hardere maatschappij”.