Twee jaar bomaanslagen

19 april 1995 - ETA-bom in Madrid tegen de leider van de Spaanse conservatieven, José Maria Aznar; 19 gewonden.

9 april 1995 - Twee aanslagen door islamitische extremisten in Gaza. Een Amerikaan en zeven Israelische soldaten gedood; ruim 40 gewonden.

27 februari 1995 - Autobom op een markt in Irak; 94 doden. Drie Iraakse Koerden gearresteerd.

30 januari 1995 - Auto met explosieven, bestuurd door 'kamikaze', ontploft bij politie-station in Algiers; 42 doden, 286 gewonden. Extremisten eisen aanslag op.

19 oktober 1994 - Bomaanslag op een bus in Tel Aviv, vermoedelijk een zelfmoordactie; 20 doden.

26 juli 1994 - Autobom bij de Israelische ambassade in Londen; veertien gewonden. Enkele uren later ontploft een bom bij een joodse organisatie in Londen. De aanslag wordt niet opgeëist.

18 juli 1994 - Autobom verwoest joods centrum in Argentijnse hoofdstad Buenos Aires; 95 doden, ruim 200 gewonden.

17 april 1994 - Bom op vliegveld Johannesburg bij eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika; achttien gewonden.

6 april 1994 - Autobom bij een bus in het Israelische stadje Afula; negen doden, 45 gewonden.

4 oktober 1993 - Een Palestijn rijdt op de Westoever met een auto vol explosieven in op een bus militairen; 29 gewonden.

27 mei 1993 - Autobom bij Uffizi in Florence; vijf doden.

26 februari 1993 - Autobom onder World Trade Center in New York; zes doden, duizend gewonden. (Reuter)

De opvolger van Udink, dr. C. Boertien, had ruimere opvattingen over de vrijheid van de prins. ""Ik heb prins Claus duidelijk gemaakt dat ik niet vond dat de NCO, omdat ze door hem werd voorgezeten, dicht bij de standpunten van de regering moest opereren.'' Boertien vond mede daarom dat hij besluiten van de commissie-Claus kon verwerpen. Zo weigerde hij onder meer subsidie te verlenen aan een boycot-actie van Angola-koffie, zoals de NCO had voorgesteld. ""Dat besluit nam ik zonder in conflict te komen met de prins'', zegt Boertien. Maar in de publieke beeldvorming, erkent hij, was de botsing tussen de NCO en hemzelf een rechtstreeks conflict tussen prins en kabinet.