Stad van breekbaar porselein

Voor de vreemdeling is de stad zowel een glanzend sprookje als een grauwe, armoedige metropool. In de Hermitage zijn 74 meesterwerken tentoongesteld die het Rode Leger in 1945 uit Nazi-Duitsland meenam en die sindsdien verborgen zijn gehouden. In de stad zelf is zeker zoveel te zien. De Njevski-Prospekt: een parade van vorstelijke, verloederde panden. Het zomerpaleis Tsarskoye Selo: een klein Versailles, vol spiegels, knetterend goud, en een lange rij pronkzalen met pilasters, guirlandes en versteende godinnen. Sint-Petersburg - Leningrad - Sint Petersburg.

De statige man speelt het Ave Maria op zijn dwarsfluit. De Russen zijn dol op de hemelse troost van Schubert. Hij draagt een blauwe jas in de smeltende sneeuw. Het jonge hoofd dat boven de kraag steekt zou dat van een jurist of een arts kunnen zijn. Het heet 'nobele trekken' te vertonen, minder zeldzaam in Sint Petersburg dan in Moskou, omdat de moordzuchtige arm van Stalin niet ver genoeg reikte om hier alle bourgeoisie te laten verdwijnen. Zijn muziek is net zo mooi als zijn uiterlijk. Men beloont hem royaal, met biljetten van duizend, van vijfduizend roebel.

Laten we ons geen illusies maken over die duizenden. Een Amerikaanse dollar brengt in dit land vijfduizend roebel op. Voor twintigduizend roebel koopt men een fles mineraalwater, een pak vruchtensap en een blikje Heineken-bier. Uit de kraan thuis komt gelig water, regelrecht uit de moerasdelta rondom Sint Petersburg. Wie tien maal in de maand diezelfde drankboodschap doet, wat gezien dat troebele goedje geen luxe is, heeft zijn salaris er doorheen gejaagd.

Rusland is arm. De vreemdeling ziet het op straat en in de winkels. Het is 'kijken en niet kopen'. Men beschildert ijverig de matroesjka's-met-droste-effect, het favoriete toeristensouvenir, men leurt op de hoek met een enkele roos of een versleten koffiemolen. Op Njevski-Prospekt, de onafzienbare parade van vorstelijke, verloederde panden, wordt gebedeld, het hoofd gebogen, als ware het een grove schande. Gehandicapten en oude dames met de ziekte van Parkinson houden uren achtereen hun hand op die door de andere moet worden vastgehouden. Als er zo'n waardeloos biljet in terechtkomt, frommelen de vingers het acrobatisch de mouw in. Geld kan er blijkbaar als een muis vandoor gaan.

In de Barbie-shop op diezelfde Njevski-Prospekt koopt men voor 600.000 roebels een roze plastic jacht, zo groot als een hobbelpaard. Kleuters, peuters en hun grootouders kijken hun ogen uit naar dat verwende plastic mormeltje met wipneus en sproeten dat op het dek in een zwembadje lig te drijven. De kassa staakt al geruime tijd. Want wie kan er 120 Amerikaanse dollars neertellen voor zo'n rode, wijde Barbie-mantel afgezet met nerts, waarin ooit de tsarina naar het bal ging? Dat lukt alleen rijke handelaren, de van smaak gespeende nouveaux riches, die in dure hotels luid en duidelijk laten weten dat ze zich meer dan één zaktelefoon en één jonge meid kunnen veroorloven. Stomdronken verschijnen ze aan het ontbijt. Als hun stoeipoezen dreigen op te stappen moeten fooien het weer goedmaken.

Alleen in deze metropool, doet men er goed aan zich over te geven aan het winkelgedrag van zijn tijdelijke stadgenoten. Ineens kan er dan een veld van goudkoperen zonnebloemen boven je hoofd verschijnen. In diezelfde Jugendstil-winkel branden bogen met tientallen lampjes langs de wanden en alsof dat nog niet genoeg is, buigen zich uitnodigend ook nog manshoge, metalen kelken naar de klant toe. Een volmaakt varieté-theater vol tomatenketchup, chocolade en kaviaar. Alleen de vergulde balkons ontbreken, en de lach, natuurlijk.

Porselein, gereedschap en een knip- en wasbeurt biedt de ouwe en grauwe passage, iets verder op dezelfde Njevski-Prospekt. Een winkel neemt hier soms genoegen met een loket. De verkoopsters leunen op de omlijsting zoals ze thuis uit het raam hangen. Even lijken we op een gezellige, grote familie, die geen afgunst kent, een dominante karaktertrek van de Russen, als we de moppen mogen geloven. Vooral bij het porselein is het druk, bij de huishoudapparatuur en bij het antiek ook. Het wordt zo begeerd dat sommige firma's de ringen, ikonen, emaille-bokalen en het glaswerk uit het westen moeten importeren. Drie modale maandsalarissen voor een sober kastje van anderhalve meter, waar vroeger de dienstmeid haar borstrokken in bewaarde.

Achter de gevels van Sint Petersburg, langs de kale, statige grachten, houden zich zo'n tweehonderd particuliere kunstcollecties schuil. De eigenaren doen er goed aan uit veiligheidsoverwegingen daarover niet al te veel te vertellen. Vooral banken kopen echte Russische kunst in, vertelt Irina Vaninskaya. Ze drijft een staatsgalerie en uitgeverij van kunstenaarsboeken, Delta State Enterprise, vlakbij het stadhuis. De burgemeester is haar grootste vriend. Hij wil net als zij dat de waarachtige Russische schilderkunst binnen de grenzen blijft.

Die waarachtigheid bestaat uit academisme, een soort Ecole de Paris dat het westen allang voor gezien houdt. Alleen schilders en beeldhouwers met een diploma op zak zijn welkom. Vroeger wilde de ene kunstenaar uit verwaandheid niet naast de andere hangen. Nu kijken de exposanten gezamenlijk naar het koopgedrag van de banken uit. Nee, de avantgarde van Sint Petersburg, pas nog uitvoerig belicht in het Duitse maandblad ART, komt deze zaak niet in. Meestal niet goed genoeg, zegt Irina. Een beetje abstract mag haar voorraad wel zijn, een beetje Cobra, een beetje Chagall-achtig ook, als er maar vakmanschap aan te pas komt.

Vóór de revolutie was dit pand nog het liefdesnest van graaf Bobrinsky. Sinds zijn vertrek is er nimmer meer naar de toen nog wit marmeren gang omgekeken. Toch eten we jam op Russische koekjes en de samovar lijkt op dat bijbelse, onuitputtelijke kruikje van Sarfat; de thee blijft maar stromen, net als de trotse Newa, om de hoek. 'Een en al vaartuig' schreef de dichteres Anna Achmatova in haar herinneringen.

Nu drijven er ijsschotsen in een file. De Newa wacht op zwoele nachten van schemerlicht en op toeristen, die zich onbekommerd langs die onafzienbare kade-paleizen laten varen, en langs de Hermitage waar een bescheiden rij bezoekers uitkijkt naar impressionistische schilderijen uit Duits bezit. Ze vertellen elke journalist die het wil horen dat deze oorlogstrofeeën, doeken van onder anderen Cézanne, Renoir en Degas, het land nimmer mogen verlaten. Een enkeling kan het niks schelen, en een zonderling vindt het getuigen van beschaving als de trofeeën van weleer naar Duitsland worden teruggezonden.

De man met de dwarsfluit zou hier temidden van de rochelende tweetaktmotoren, de smerige bussen en de druipende dakgoten zelfs met Schubert geen schijn van kans hebben. Hij koos positie buiten de stad, in de stilte, bij het vergulde hek van het zomerpaleis Tsarskoye Selo. Het landgoed ligt in de gemeente Pushkin, voorbij de luchthaven tussen kale bomen een blauw en goud sprookje te zijn. Aan de horizon wachten Stalinistische woonkazernes met toegangspoorten waar luchtdoelraketten in parate staat met gemak onder door kunnen rijden. De mens dient zijn onderkomen blijkbaar als een mier te betreden.

De schrijver Joseph Brodsky vergeleek het nachtelijk Sint Petersburg met zijn gouden koepels, zijn sierlijke dakranden en zachtgroene, okeren en wijnrode gevels met een 'breekbaar theeservies'. Dit landelijke zomerpaleis, badend in een grenzeloos park en omgeven door kleinere paleizen op eilandjes, doet daar niet voor onder. De buitenkant kent diezelfde baldadige en fragiele versieringen en het inwendige biedt een onwaarschijnlijke hoeveelheid patisserie; een klein Versailles, vol spiegels, knetterend goud, en meer dan barokke plafondschilderingen. Een lange reeks pronkzalen vol pilasters, guirlandes, kandelabers, Chinese kamerschermen, zijden draperieën, versteende godinnen, metershoge kachels van Delfts-blauwe tegels en, niet te vergeten, cupido's in marmeren waskommen.

In het jaar 2000 zou Zarskoje Selo, dit 'Catharina Paleis' zoals het ook wordt genoemd, hersteld moeten zijn van Duitse bommen, mortieren en andere blijken van aanwezigheid. Dat lukt niet. Aan de restauratie van het beroemdste vertrek hier, het Achtste Wereldwonder, de amberen kamer van Tsaar Peter de Grote, waarvan na de oorlog geen spoor is teruggevonden, wordt nog maar mondjesmaat gewerkt. De dochter van die 'Hollandse' tsaar Peter, Elisabeth Petrovna, deed niets liever dan bij kaarslicht in deze honingkleurige zaal een kaartje leggen. Zij was ook degene die de 22 amberen panelen destijds van het stedelijk tsarenpaleis naar hier liet overbrengen. Bang dat er iets zou breken moesten de verhuizers de 25 kilometer te voet afleggen.

Aan de hand van zwart-wit foto's en veertig brokjes barnsteen die in 1941 zijn achtergelaten, heeft men de onderste rij panelen nu gereconstrueerd. Het amber dat Japan eerder schonk, is op. De Baltische staten weigeren sinds hun autonomie het transparante gesteente aan te leveren en de Russische staat heeft wel wat anders te betalen dan 650 gulden voor elke kilo barnsteen. De enige Russische familie die bekwaam genoeg is om het amber te snijden en te componeren in sierranden en medaillons, werkt vandaag niet. Apetrots vertelden de mannen onlangs het Duitse weekblad Die Zeit dat niemand ter wereld hen kan evenaren. Afgaande op het voorlopige resultaat, lijkt dat zeer aannemelijk.

'Dames en heren, de vernietiging van de amberen kamer is een verlies voor de hele mensheid. Elke gift wordt hogelijk op prijs gesteld', meldt een bordje. De Russische bezoekers, in groten getale toegestroomd, storten alweer als vanzelfsprekend hun biljetten in de bus. En aan de hand van de daarbij geëxposeerde oorlogsfoto's vertellen ze hun kinderen nog eens 'hoe barbaars Hitler' met dit theeservies heeft omgesprongen, en dat wat toen gebeurd is nooit mag worden vergeten.