Sri Lanka wacht 'boom' als wapenstilstand het houdt

In Sri Lanka is privatisation omgedoopt tot peoplisation. Zo hoopt de nieuwe linkse regering van president Chandrika Kumaratunga steun van de bevolking te krijgen voor de modernisering en liberalisering van de economie. De president wil zowel de werknemers als de werkgevers te vriend houden. En dat valt haar niet gemakkelijk, nu de vakbeweging weer meer bewegingsvrijheid heeft gekregen. Maar welk land kan bogen op een groei van 5 à 6 procent terwijl het al jaren is gewikkeld in een geldverslindende burgeroorlog?

In het hart van Colombo, waar drie eeuwen geleden de kooplui van de Nederlandse Verenigde Oostindische Compagnie de dienst uitmaakten, zijn enkele blinkende wolkenkrabbers in aanbouw. De indrukwekkende glazen torens, die een nieuw Wereldhandelscentrum moeten herbergen, weerspiegelen het vertrouwen in de economie van Sri Lanka.

Ook al wonen een paar straten verder in de rommelige wijk Pettah velen in stinkende krotten, helemaal misplaatst is dat vertrouwen niet. Welk ander land kan immers bogen op een economische groei van 5 tot 6 procent per jaar, terwijl het intussen al jaren is gewikkeld in een geldverslindende burgeroorlog?

“Zonder oorlog waren we misschien al dichtbij het niveau van een land als Maleisië geweest”, meent Patrick Amarasinghe, voorzitter van de Federatie van kamers van koophandel en industrie. “En in elk geval zouden we dan de rest van Zuid-Azië mijlenver achter ons hebben gelaten. We moeten zonder oorlog zeker een jaarlijkse groei van acht procent per jaar kunnen bereiken.”

Niet alleen de burgerbevolking, ook het bedrijfsleven in Sri Lanka snakt naar vrede na twaalf jaar strijd tussen de regeringstroepen en de Tamil Tijgers. Weliswaar maken de meeste bedrijven nog steeds een behoorlijke winst, maar de belastingen drukken als een loden last op hen. Grotere bedrijven moeten al jaren 3,5 procent van hun omzet aan de schatkist afdragen om de oorlog te helpen financieren. Daarbij blijven de forse gewone belastingen nog buiten beschouwing. “Bovendien kunnen we door de strijd onze produkten niet slijten in het noorden van het land”, zegt Amarasinghe, “en de firma's uit het noorden niet bij ons.”

De nieuwe regering van president Chandrika Kumaratunga, die een half jaar geleden aantrad na zeventien jaar onafgebroken bewind van de Verenigde Nationale Partij (UNP), lijkt aan de algemene vredeswens tegemoet te komen. Er is een wapenstilstand van kracht en er wordt serieus onderhandeld met de Tijgers over een duurzame vrede.

Minder enthousiast is men in ondernemerskringen over het economische beleid van Kumaratunga. De eerste begroting van het nieuwe kabinet in februari bevatte maar weinig lichtpunten voor de entrepreneurs. “De regering heeft zelf gezegd dat de particuliere sector de locomotief voor de groei moet zijn”, aldus een woordvoerder. “Dan moet ze natuurlijk ook een klimaat scheppen waarin het bedrijfsleven behoorlijk kan werken.”

Wel liet de regering weten te willen vasthouden aan het liberaliseringsbeleid van het vorige kabinet. Ze beloofde tevens een begin te maken met de privatisering van staatsondernemingen als Air Lanka, Sri Lanka Telecom, de Insurance Corporation en de Petroleum Corporation. Ook zal de privatisering van het management van de plantages voor thee en rubber worden uitgebreid.

Veel waarnemers vragen zich echter in gemoede af of deze regering van linkse signatuur dit soort 'rechtse' maatregelen wel aan haar achterban kan verkopen. Tekenend voor het onbehagen bij de regering ten aanzien van privatisering is dat ze liever spreekt over 'peoplisation' dan van 'privatisation'.

Dat de werknemers hoge verwachtingen hadden van de nieuwe regering, was al eerder gebleken. Onmiddellijk na de machtswisseling braken er bij veel bedrijven stakingen uit voor een loonsverhoging. De vakbonden, die onder de UNP weinig bewegingsvrijheid hadden genoten, zagen hun kans schoon zich eindelijk weer eens stevig te roeren. Zelfs in de zogeheten vrijhandelszones, waar de bonden eigenlijk niet zijn toegestaan, werd het werk stilgelegd.

De arbeiders, die financieel meestal maar ternauwernood het hoofd boven water konden houden en massaal op Kumaratunga hadden gestemd, wilden eindelijk wel eens een concrete verbetering in hun lot. De regering, die zowel werkgevers als werknemers graag te vriend houdt, wist zich hiermee niet goed raad.

Ook buitenlandse investeerders wisten plotseling niet meer hoe ze het hadden. Door de vorige regering goedgekeurde projecten werden door de nieuwe machthebbers in een handomdraai geschrapt of opnieuw opengesteld voor offertes. Ettelijke topmensen van gedupeerde buitenlandse bedrijven konden soms na een week antichambreren in Colombo weer onverrichterzake naar huis zonder ooit een onderhoud met de betreffende minister of zelfs maar een hoge ambtenaar te hebben gehad.

Intussen liepen de koersen op de beurs forse klappen op en besloten enkele buitenlandse bedrijven hun fabrieken in Sri Lanka te sluiten en naar elders over te hevelen. Ook liepen bedrijven aantrekkelijke orders uit het buitenland mis. De Sri-Lankese rupee begon aan een vrije val naar beneden. Inmiddels lijkt de toestand zich echter enigszins te stabiliseren.

De opgave van de regering is hoe dan ook verre van eenvoudig. Aan de ene kant dringt het bedrijfsleven aan op liberalisering en concessies voor ondernemers, maar aan de andere kant wil de regering zich inzetten voor de armen. “Het probleem is bovendien dat het geld voor leuke dingen voor de mensen ontbreekt”, zegt een diplomaat.

Daarnaast roepen Wereldbank en Internationaal Monetair Fonds in koor dat de regering de financiën van Sri Lanka hoog nodig dient te saneren. Vooral de gulle subsidies op meel zijn de internationale economische heelmeesters een doorn in het oog. Deze stammen nog uit de tijd van de UNP-regering. Het meel wordt grotendeels ingevoerd uit het buitenland en is de laatste maanden bovendien met ruim 60 procent in prijs gestegen. Intussen worden door dit beleid lokale rijstboeren uit de markt gedrukt.

Oorspronkelijk waren de subsidies alleen voor de allerarmsten bestemd, maar, zoals dat vaker gaat met dit soort regelingen, profiteerde in een mum van tijd 40 procent van de bevolking hiervan. Na rijp beraad besloot de regering de hulp, die de schatkist dit jaar omgerekend zo'n 200 miljoen gulden kost, in het lopende begrotingsjaar te handhaven. “De regering heeft al jaren geprobeerd om de armoede uit te roeien met behulp van de bureaucratie”, moppert Amarasinghe. “Maar de bureaucratie is zelf eerder het probleem dan de oplossing.”

Een meer fundamenteel probleem voor de regering is echter dat Sri Lanka een diepe kloof tussen rijk en arm kent. De economische groei is vooralsnog vooral aan de rijkste tien procent van de bevolking ten goede gekomen, die in de steden woont. “De rijken geven elkaar cadeautjes”, aldus dezelfde diplomaat, “maar de armen profiteren daar niet van.” Vooral het platteland blijft ver achter.

“Dit land, dat ten tijde van de onafhankelijkheid in 1948 een levensstandaard genoot die op het Aziatische continent alleen door Japan werd overtroffen, bevindt zich nu onder de armste landen van de wereld”. stelde het gerespecteerde dagblad The Island onlangs somber vast in een commentaar. “Zelfs naar zuiver Aziatische maatstaven zijn we nog erg arm.”

Toch is de economische ontwikkeling van Sri Lanka de afgelopen tientallen jaren zeker niet alleen een verhaal van neergang geweest. Als een van de weinige Aziatische landen is het erin geslaagd de bevolkingsgroei redelijk onder controle te krijgen. Die bedraagt nu één procent per jaar, terwijl het land thans 18 miljoen inwoners telt.

Dit succes houdt nauw verband met een ander succesverhaal: het hoge aantal mensen dat kan lezen en schrijven. Volgens officiële opgaven is maar 11 procent analfabeet. Al valt er op deze cijfers wel wat af te dingen (iemand die zijn naam kan schrijven, geldt vaak al als alfabeet), vaststaat dat Sri Lanka in dit opzicht zijn buren ver achter zich laat. In India bij voorbeeld kan amper de helft van de bevolking lezen en schrijven.

Ook de volksgezondheid in Sri Lanka staat over het algemeen op een aanvaardbaar niveau. De kindersterfte bedraagt 15 per duizend. In India sterven er vijf keer zoveel baby's en in Pakistan en Bangladesh zelfs zes keer zoveel. In Sri Lanka worden de mensen nu gemiddeld 72 jaar oud. Dit neemt niet weg dat er ook gebieden zijn, waar de toestand nog altijd verre van rooskleurig is. Onder de straatarme Tamil-arbeiders op de plantages in het binnenland komen kindersterfte en ondervoeding nog op grote schaal voor.

Het onderwijs heeft de mensen mondiger gemaakt en ze stellen hogere eisen aan de regering dan voorheen. Zo willen de naar schatting 1,3 miljoen werklozen weer aan het werk. Vooral redelijk opgeleide jongeren zijn kritisch en willen een goede witte-boordenbaan. Ze voelen zich te goed om als plukker in een theeplantage te werken of als rubbertapper.

Juist deze gefrustreerde jongeren zijn gevoelig voor radicale ideologieën, waar Sri Lanka de afgelopen jaren de wrange vruchten al rijkelijk van heeft geplukt. Bij een opstand, waarin vooral radicale studenten van de JVP (het Volksbevrijdingsfront) een hoofdrol vervulden, kwamen in de jaren tachtig enige tienduizenden mensen om het leven.

Sri Lanka is echter arm aan hoogwaardige arbeidsplaatsen. De meeste beschikbare banen zijn niet bijster opwindend. Duizenden hebben de laatste jaren emplooi gevonden in de textielindustrie, die vooral in de vrijhandelszones floreert. In deze branche zijn zeer veel vrouwen werkzaam. De textiel levert inmiddels de meeste buitenlandse valuta op voor Sri Lanka, meer nog dan het bekendste exportprodukt van het land, thee.

Maar de cijfers zijn misleidend, want bijna alle grondstoffen voor de textiel moeten eerst uit het buitenland worden geïmporteerd. De netto-opbrengst van thee is voor Sri Lanka nog steeds veel belangrijker dan die van textiel. De plantages voor thee, rubber en kokosnoten blijven een van de hoekstenen van de economie.

Een tak die beter opgeleiden meer mogelijkheden biedt, is het toerisme, de op twee na belangrijkste economische sector van het land. Door de burgeroorlog met de Tijgers en de bloedige acties van de JVP was dit enkele jaren fors verminderd, maar inmiddels komen de toeristen weer met vliegtuigladingen tegelijk naar het tropische eiland met zijn schitterende stranden.

De beste garantie voor economische voorspoed in Sri Lanka lijkt op het ogenblik politieke stabiliteit. Als de regering van Chandrika Kumaratunga die weet te bewerkstelligen, komt de rest vanzelf. “Ondanks alle moeilijkheden doen we het zelfs nu redelijk”, zegt Amarasinghe. “Stel je voor wat een 'boom' het wordt, wanneer we daarvan af zijn.”

    • Floris van Straaten