Selectie

De sociale wetenschappen wordt vaak verweten dat zij alleen de intuïtie van leken bevestigen. Deze stelling kan worden aangevuld: als onderzoeksresultaten niet overeenkomen met de intuïtie, worden ze gewoon ontkend.

Een voorbeeld hiervan werd gegeven door de reacties van Eykhoff en Bolkestein. Drenth noemde een aantal empirische bevindingen uit de psychometrische literatuur: de criteria voor studiesucces blijken vaak weinig samen te hangen, de voorspelling van studiesucces op grond van schoolcijfers en testgegevens is in het algemeen matig en de voorspelling op basis van interviewindrukken over persoonlijkheid en motivatie is slecht. Deze empirische feiten zijn goed gedocumenteerd maar zij stroken niet met de intuïtie. Eykhoff en Bolkestein trachten ze dan ook te ontkennen.

Eykhoff gebruikt het argument dat selectie aan de poort op basis van tests, een 'college essay' en een interview in de VS wél werkt. De voorspellende waarde van schoolcijfers en tests is in de VS wat hoger dan in ons land. De reden hiervoor is ook genoemd door Drenth: de voorselectie in de VS is veel geringer dan in ons land.

Bolkestein pakt het anders aan. Hij noemt daarbij o.a. een onderzoek van Van der Ark en Vorst dat gedaan is in mijn vakgroep. De propedeuseresultaten van psychologiestudenten werden voorspeld met schoolcijfers, houdingen, persoonlijkheidseigenschappen en cognitieve vaardigheiden. In dit onderzoek is de voorspellende waarde relatief goed: als 50% van de sollicitanten zou worden aangenomen dan zal 21% van de sollicitanten de norm van driekwart van het aantal propedeusepunten niet halen (ten onrechte toegelaten) en bovendien zou 6% van de sollicitanten deze norm wel gehaald hebben als ze toegelaten waren (ten onrechte afgewezen).

Mijn interpretatie van deze gegevens verschilt die van Bolkestein. Vanuit onderwijskundig gezichtspunt is de 21% ten onrechte toegelaten studenten nog altijd zeer hoog: aangezien slechts de helft van de sollicitanten wordt toegelaten betekent deze 21% dat 42% van toegelaten studenten de norm niet zal halen. Bovendien heb ik gedemonstreerd dat zelfs bij deze relatief gunstige voorspellingsuitkomst de kosten van selectie onverwacht hoog kunnen zijn. Overigens zal in een selectiesituatie de voorspellende waarde lager zijn en in de buurt liggen van wat Drenth heeft genoemd.

In het onderzoek blijken vragen naar werkhouding te behoren tot de beste voorspellers. De studenten hebben deze vragen beantwoord in een anonieme en vrijblijvende situatie maar in een selectiesituatie zullen zij zich bij de beantwoording laten leiden door dat wat wenselijk wordt geacht.