Schipperen tussen een perfect huwelijk en een dramatische echtscheiding; Carmel huppelt door alle muziekstijlen

De Schotse groep Carmel treedt morgen op in Paradiso in Amsterdam. Zangeres Carmel McCourt zoekt vooral hartstocht in muziek, ongeacht welke stijl: “Wij huppelen vrolijk door alle denkbare muziekvormen.”

Concert Carmel: 21 april Paradiso, Amsterdam. De cd World's gone crazy is uitgebracht door Warner Music (East West 4509-99155).

AMSTERDAM, 20 APRIL. Hoewel ze gemakkelijk door zou kunnen gaan voor de Madonna van de Schotse hooglanden, heeft Carmel McCourt nooit nadrukkelijk gebruik willen maken van haar uiterlijke schoonheid. Carmel is een collectief, en het gezicht van de groep wordt evengoed bepaald door percussionist Gerry Darby en contrabassist Jim Paris, de muzikanten die haar begeleiden sinds het in eigen beheer uitgebrachte, titelloze mini-album uit 1982. Daarop werden de uitgangspunten van Carmels muziek, een mengeling van pop, gospel, soul en chanson-invloeden, al min of meer afgebakend. Sindsdien wordt het trio in Groot-Brittannië niet hip of spannend genoeg bevonden voor de aandacht die ze verdienen, en oogst Carmel vooral succes op het vasteland van Europa.

Als ze eerlijk is, verbaast het de 36-jarige zangeres niets dat haar gevoelige zangstijl vooral in Frankrijk op waarde wordt geschat. “Edith Piaf behoort net zo goed tot mijn muzikale achterland als Van Morrison of Gregory Isaacs, wiens nummer If I don't have you sinds kort op ons repertoire staat. Niet omdat we het interessant vonden om een reggaenummer aan onze mengelmoes van stijlen toe te voegen, maar om de eenvoudige reden dat het een liedje is waar ik mijn hart aan heb verpand. Er is veel snobisme in de popwereld, vooral ten aanzien van muziek uit de zogenaamde derde wereld. Wij huppelen vrolijk door alle denkbare muziekvormen, van traditionele volksliedjes tot Afrikaanse invloeden. Het enige criterium dat ik hanteer om een nummer te willen zingen, is dat ik er voldoende bezieling in moet kunnen leggen. De bezetenheid van Amerikaanse gospelmuziek en het flamboyante van het Franse chanson hebben mijn hart gestolen sinds ik mijn rebelse punk-periode ben ontgroeid.”

Het drietal beaamt dat Carmels ware kracht ligt in de live-optredens. In de opnamestudio, en uiteindelijk dus ook op cd, kunnen ze niet meer dan een benadering geven van de hartstocht die vanaf het podium aan het publiek wordt doorgegeven. Na ettelijke moeizame pogingen van gerenommeerde producers als Mike Thorne en Brian Eno, namen ze op het nieuwe album World's gone crazy zelf de verantwoordelijkheid voor een enigszins gepolijste versie van het groepsgeluid. “De verleiding is groot om te mikken op de hitparade,” zegt McCourt, “vooral nadat we in onze beginperiode van een dergelijk succes hebben geproefd. We namen al snel de gezamenlijke beslissing om onze eigen weg te gaan, desnoods als een soort underground-band, want onze muziek is geen produkt dat zich ervoor leent om elk jaar in een nieuwe verpakking aan de man te worden gebracht. De marketing-afdeling van onze vroegere platenmaatschappij vond dat we ons exclusief op rhythm & bluesmuziek moesten richten. Veel van de grooves die we onder invloed van Afrikaanse muziek speelden, waren volgens hen niet geschikt voor het poppubliek. Gelukkig hebben we ons niets van dat advies aangetrokken, want overal om ons heen zijn inmiddels zogenaamde acid jazz-groepen opgestaan, die dat soort dansritmes tot uitgangspunt hebben gekozen en er nog succes mee hebben ook. Voor ons heeft succes niets met de hitparade te maken, maar alles met de nieuwe ideeën die we als muzikanten op kunnen doen.”

Carmel McCourt beschouwt Edith Piaf als een onmisbaar voorbeeld, “vanwege haar vechtersinstinct en het temperament in haar stem. Als ons wordt voorgehouden dat het onmogelijk is om de invloed van Piaf te koppelen aan gospel- of soulmuziek, proberen we des te harder om die combinatie tot stand te brengen. We streven naar een perfect huwelijk, maar soms moet je onder ogen zien dat een huwelijk op een dramatische scheiding uit kan lopen. Wie geen risico neemt, zal nooit met werkelijk temperamentvolle muziek voor de dag komen.”

De zangeres betwijfelt of Schotland meer muzikanten met gevoel voor traditie voortbrengt dan het trendgevoelige Engeland. “Voor elke traditionele rockgroep, zoals Texas, is er ook iemand als Jimmy Sommerville die een volstrekt eigen spoor door de pophistorie trekt. Wat je wel ziet in Schotland, Ierland en Wales, is dat er meer live-muziek te horen valt in het dagelijks leven. In Ierland kun je een willekeurige pub binnen stappen, en er zit altijd wel iemand een Ierse folksong te zingen. Engeland is vervreemd van de eigen folktraditie, want je moet al bijna naar een nachtclub om nog een echte zangstem te horen. In dat opzicht vind ik de Unplugged-cultuur wel interessant, want wij speelden al zonder elektrisch versterkte instrumenten toen je dat als popgroep nog helemaal niet hoorde te doen. Soms ben ik bang dat er een generatie opgroeit, die denkt dat zingen iets te maken heeft met videoclips. Ik ben iemand van het oude stempel, die er nog eer in schept om op eigen kracht de achterste rijen te halen, met soms een valse noot en met de hartstocht van iemand die gelooft in wat ze zingt.”