Pensioenombudsman naar voorbeeld van Engeland

De Ombudsman Pensioenen is gevestigd aan de Groothertoginnelaan 8 in Den Haag, postbus 18592, 2502 EN Den Haag, tel. 070-3469763.

Wie een klacht heeft over zijn pensioenfonds, kan daarmee vanaf 1 april terecht bij de Ombudsman Pensioenen. Tot Pensioenombudsman is benoemd prof. mr. J. de Ruiter die ook al fungeert als Ombudsman Levensverzekering. De Ombudsman gaat functioneren voor de pensioenfondsen in het bedrijfs- en beroepsleven. Het ABP-fonds valt onder de bevoegdheid van de Nationale Ombudsman.

Naast onder andere de Ziekenfondsraad en het Levensverzekeringsbedrijf krijgen de pensioenfondsen nu een eigen Ombudsman. Daarmee wordt het voorbeeld van Engeland gevolgd, waar al sedert 1990 een 'Pension Ombudsman' actief is. Een Ombudsman hoort eigenlijk gewoon bij fondsen en instellingen die open naar hun klanten toe en consumentvriendelijk willen opereren. Op de instelling van een Ombudsman Pensioenen heeft de Tweede Kamer sterk aangedrongen. Dat pensioenfondsen zich open stellen voor klachten over hun eigen functioneren is vanzelfsprekend. In mei 1994 stelde de toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Vries dan ook, dat het geen punt van discussie is dat de Pensioenombudsman er komt.

Het heeft toch nog bijna een jaar geduurd voordat de ombudsman werkelijk operationeel is. Dat zal mede te maken hebben met het feit dat de pensioenorganisaties aanvankelijk niet veel nut in een Ombudsman zagen. Pensioenfondsen gingen uit van de filosofie dat zij het goed doen, zodat hun optreden geen aanleiding voor klachten geeft. Nadat vanuit de politiek werd gereageerd dat pensioenfondsen dan ook niets van een ombudsman te vrezen hebben, is de Ombudsman Pensioenen er als een produkt van zelfregulering toch gekomen. De Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen en de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen hebben de Ombudsman gezamenlijk ingesteld. De meeste pensioenfondsen in Nederland zijn bij één van deze organisaties aangesloten. Toch kan de Ombudsman alleen klachten in behandeling nemen tegen een pensioenfonds dat de bevoegdheid van de Pensioenombudsman heeft erkend. Het enkele feit dat een pnsioenfonds is aangsloten bij genoemde organisaties is daarvoor onvoldoende.

De Ombudsman kan klachten en geschillen in behandeling nemen, die betrekking hebben op de uitvoering van het pensioenreglement. Geschillen over de pensioentoezegging met de werkgever behoren niet tot zijn competentie. Een klacht kan zowel mondeling als schriftelijk worden ingediend. Maar als klachten in handen zijn gesteld van een advocaat of aan het oordeel van de rechter zijn onderworpen, kan de Ombudsman de klacht niet meer behandelen. De Ombudsman kan een klacht pas in behandeling nemen nadat eerst een interne klacht- of bezwaarprocedure van het betrokken Pensioenfonds is gebruikt. Dit sluit aan bij de gebruikelijke procesgang van de Algemene Wet Bestuursrecht, waarbij tegen besluiten eerst bezwaar moet worden gemaakt bij de instantie die de beslissing heeft genomen. De Ombudsman handelt klachten af door het geven van een schriftelijk advies aan de klager en het Pensioenfonds. Hierbij zal de Ombudsman wel in acht moeten nemen dat het Reglement voor de werkwijze bepaalt dat de Ombudsman primair een bemiddelende taak heeft.

Wat valt er van de Ombudsman Pensioenen te verwachten? Het functioneren van de Ombudsman Levensverzekering kan als voorbeeld dienen. En dit niet alleen omdat de heer De Ruiter beide ombudsfuncties zal bekleden. Ook omdat het reglement voor de Ombudsman Leven model heeft gestaan voor de Pensioenombudsman. De Ombudsman Leven is in 1971 opgericht en functioneert dus al bijna 25 jaar.

Hoewel de Ombudsman Leven slechts een niet-bindend advies aan de betrokken partijen kan geven, is het gezag van zijn uitspraken groot en worden deze meestal gevolgd. Uit het verslag over 1992 blijkt dat er toen 241 klachten door de Ombudsman Leven werden afgehandeld, waarvan er 146 (48 procent) gegrond werden verklaard. Met name doordat de adviezen van de Ombudsman opgevolgd plegen te worden, draait de Ombudsman Leven als een goede scheidsrechter.

Of dit automatisch ook voor de Pensoenombudsman zal gaan gelden, is niet zeker. Allereerst moet worden afgewacht hoeveel pensioenfondsen de bevoegdheid van de Pensioenombudsman accepteren. Bij de Ombudsman Leven is dit duidelijker geregeld, want de verzekeringsmaatschappijen die zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Levensverzekeraars vallen daarmee meteen onder de rechtsmacht van de Ombudsman. In Engeland is Ombudsman bij wet ingesteld om te bereiken dat pensioenfondsen gebonden zijn aan zowel de rechtsmacht, als de onderzoeksbevoegdheid, als de uitspraken van de Ombudsman. In de Nederlandse situatie hangt dat allemaal af van de individuele, vrijwillige keuze van elk pensioenfonds, waarbij overigens zij aangetekend dat de Nederlandse Pensioenombudsman in het geheel geen onderzoeksbevoegdheden heeft gekregen.

Vervolgens is de kring van personen die als klager kunnen optreden beperkt. De pre-ambule bij het Reglement van de Pensioenombudsman bepaalt dat actieve deelnemers, 'slapers' met een premievrije aanspraak, gepensioneerden en hun nagelaten betrekkijngen een klacht kunnen indienen. De klachtmogelijkheid staat dus niet open voor bijvoorbeeld een ondernemingsraad, de werkgever of een ander pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij. Evenmin behoort een groepsactie - zoals een klacht van de Consumentenbond, vakbond of ouderenorganisatie - tot de mogelijkheden. Een andere beperking is dat de Pensioenombudsman geen klachten mag behandelen wanneer deze in handen zijn gesteld van een advocaat. Kennelijk mag een advocaat ook geen klachten namens een belanghebbende indienen. Erg logisch is het niet om de advocaat buiten te sluiten, te meer nu het blijkbaar geen probleem is dat rechtshulpverleners die geen advocaat zijn wèl optreden, bijvoorbeeld juristen van vakbonden of van rechtsbijstandsverzekeraars, juridische adviesbureaus en medewerkers van bureaus voor rechtshulp. Verder is niet erg begrijpelijk waarom alleen klachten over een pensioenreglement mogelijk zijn en niet over de uitvoering van de statuten van een pensioenfonds, juist omdat in statuten ook veel bepalingen staat die van belang kunnen zijn voor de pensioenrechten van werknemers.

Tenslotte heeft de Nederlandse Ombudsman, anders dan zijn collega in Engeland, niet de bevoegdheid om financiële compensatie aan een klager te geven. Hoewel er alles overziend wel klachten mogelijk zijn over de bevoegdheden van de Pensioenombudsman, is de instelling daarvan niettemin natuurlijk een goed initiatief.