'Neemt men de mens zijn vrijheid af dan houdt hij op mens te zijn'; Duitse theoloog stelt katholieke kerk en nationaal-socialisme op een lijn

ROTTERDAM, 20 APRIL. “Deze kerk is dood. Dat is de bittere waarheid”, schrijft de Duitse priester-schrijver Eugen Drewermann in zijn laatste boek Geloven in vrijheid, dat nu is vertaald. Het is volgens Drewermann niet verwonderlijk dat de gelovigen massaal de kerk verlaten.

Sinds de jaren tachtig trekt de in Duitsland en ook in Nederland veelgelezen Drewermann van leer tegen de 'fascistoïde' rooms-katholieke kerk die volgens hem alle vitale religieuze gevoelens doodt. De kerk heeft de plaats van God in genomen; er is in dit systeem waarin de goddelijke waarheid alleen op grond van ambtelijke benoemingen wordt doorgegeven geen plaats voor de gelovigen zelf. De uitwerking van de kerk op gelovigen beschrijft hij als “een wolk van vulkanische as, die de zonneatmosfeer verduistert en alleen al door haar bestaan alle leven onder haar schaduwgordel tot afsterven veroordeelt”. Hij geeft de katholieke kerk nog vijfhonderd jaar, dan zal deze een natuurlijke dood zijn gestorven.

Drewermanns kritiek is hem niet in dank afgenomen. Hij moest vier jaar geleden zijn werk als docent aan de theologische faculteit van zijn woonplaats Paderborn in Noordrijn-Westfalen neerleggen. Een jaar later werd hem de preekbevoegdheid ontnomen en werd hij geschorst als priester. Sindsdien is hij 'freier Schriftsteller'. Twintig uur per week houdt hij 'psychotherapeutische en pastorale gesprekken' met individuele personen. Op zaterdag houdt hij voor driehonderd à vijfhonderd bezoekers een dienst in een schoolaula. Verder houdt hij lezingen en voordrachten. Hij leeft van zijn boeken.

Deze week is de 55-jarige Drewermann in Nederland en België. Gisteren bezocht hij de Laurenskerk in Rotterdam. Zich bewust van de precaire symboliek van deze locatie - de kerk werd tijdens het bombardement van 1940 grotendeels verwoest - trekt Drewermann een parallel tussen het nationaal-socialisme en de rooms-katholieke kerk. In plaats van de mensen hun existentiële angsten serieus te nemen en er een religieus en troostrijk antwoord op te geven, stelt de kerk er volgens de Duitse schrijver net als Hitler een totalitair dogmatisme tegenover dat alle angst verdringt.

Drewermann: “De diepste angst van de mens is die voor zijn eigen vrijheid, voor zijn persoonlijkheid. Met die angst moet hij leren leven omdat die bij het mens-zijn hoort. Wil men de mens deze vrijheid afnemen, dan houdt hij op mens te zijn. Dat verwijt ik de kerk. De kerk stelt zich met haar onfeilbare instituten in de plaats van de persoonlijke vrijheid. Subjectief houden ze op met bang zijn, maar objectief bestaan ze uit alleen nog maar angst. Net als de Duitsers in 1940.”

Drewermann twijfelt er niet aan dat de personen die Nederland bezet hebben persoonlijk goede mensen kunnen zijn geweest. Het waren volgens hem mensen die 'Kopf und Kragen' hebben geriskeerd, dapper, goed opgeleid en met een hoge motivatie. Prima kameraden. Maar de zaak die ze vertegenwoordigden was niet in orde. Ze hadden niet meer de mogelijkheid zich af te vragen welke zaak ze eigenlijk dienden. Ze hadden opgehouden als personen te leven. Dat is een grote fout, aldus Drewermann, en iets dergelijks voltrekt zich in de rooms-katholieke kerk.

Het is de taak van de kerk om mensen te bemoedigen hun eigen leven te vinden, aldus Drewermann. “De beste kerk is als een vuurtoren die de schepen de weg naar de hoge zee wijst. Maar een vuurtoren die, zoals de rooms-katholieke kerk, zichzelf als doel beschouwt, die schepen verleidt op het strand te lopen.” Het is volgens de theoloog allemaal niet de schuld van de priesters en pastoraal werkers in de kerk. Drewermann kent wonderbaarlijk goede pastores. Maar ze staan tussen twee vuren. Ze worden als dienaren van de paus geacht pastoraal werk te verichten en de mis te celebreren en daarin loyaal te zijn aan de kerkelijke dogma's. Tegelijkertijd moeten ze zich engageren met de gelovigen. Dat is een onoplosbare opgave. Drewermann: “Neem het uitreiken van de communie aan gescheiden mensen. Ik ken veel priesters die zeggen dat ze deze mensen de communie geven. Maar als zij daar openlijk voor uit zouden komen, zou de bisschop hen moeten ontslaan omdat ze niet zo handelen zoals de kerk wil. Vorige week sprak ik nog met de ontslagen bisschop van Evreux, Gaillot. Hij heeft niets anders gedaan dan zich met zijn gelovigen verstaan en hun problemen openlijk besproken. Daarom is hij afgezet.”

Het failliet van de rooms-katholieke kerk is des te schrijnender omdat de nood onder mensen geweldig groot is, aldus Drewermann. “Men hoeft iemand maar vijf minuten aan te horen in een restaurant, bij een bushalte om onthutst te raken. Het is ongelooflijk met welk verlangen mensen naar mensen zoeken. Eenzaamheid is een groot probleem. Verlorenheid, vervreemding en zinloosheid. Ziekten. Werkloosheid. Stuklopende huwelijken. Liefdeloosheid. Uitgebuit worden om geld te verdienen zonder te weten waarvoor. De verwoesting van dromen en gevoelens.”

De boodschap van Jezus Christus is volgens Drewermann nooit geweest het stichten van een kerk die de goddelijke waarheid zou moeten bewaren, maar het tonen van een troostende God. Drewermann: “Wat Jezus de mensen schenken wilde, was het vertrouwen in een God die geen offers nodig heeft. Jezus wilde mensen een God brengen die alleen goed is, die de mensen niet bedreigt met straf, met veroordelingen. Die de mens aanneemt zoals hij is. De mensen moeten ophouden zich op te offeren. Dan zie ik het Duitsland van 1940. De mensen hebben er recht op gelukkig te zijn. Wat zou ik voor een psychoanalyticus zijn als ik niet wilde dat de mensen gelukkig werden? De verwoesting van het geluk van mensen is misdadig. Als men mensen het recht ontzegt op hun geluk, dan worden mensen niets meer dan de te manipuleren massa van de macht. Dat is niet de boodschap van Jezus.”