Na de knal de stilte, overal bloed en doden

OKLAHOMA-STAD, 20 APRIL. Van het kinderdagverblijf op de tweede verdieping van het federale kantoorgebouw in het centrum van Oklahoma was na de ontploffing niets over. Veel ouders hadden aan het begin van hun werkdag net hun kinderen afgeleverd, toen het negen verdiepingen hoge gebouw om negen uur 's ochtends met een oorverdovende knal instortte.

Volgens een dokter werden zeventien dode kinderen gehaald uit de puinresten van het dagverblijf waar rond de veertig babys en peuters zijn ingeschreven. Kinderen die waren ondergebracht bij een nabij gelegen dagverblijf van de YMCA hadden meer geluk. Zij raakten gewond door glasscherven, schreeuwden en huilden, maar overleefden de aanslag.

De kracht van de ontploffing blies het bovenste gedeelte van het gebouw 45 meter over de straat waar het tegen een ander gebouw te pletter sloeg en wegzakte in een parkeergarage. De bovenste verdiepingen vielen op de onderste verdiepingen van het gebouw. Plafonds en vloeren vielen met platgedrukte lichamen, bureaus, ijskasten en plantenbakken naar beneden. Reddingswerkers moesten kruipend op hun buik in ruimtes van een halve meter zoeken naar overlevenden. Een reddingswerker zei: “We hoorden niemand. Er was alleen dood en platgedrukte lichamen.”

De hele voorzijde van het gebouw werd weggevaagd waardoor sommige mensen recht naar beneden uit hun kantoren op straat vielen. Een man viel in een meterswijde krater die door de ontploffing was ontstaan. Overal lagen menselijke resten verspreid. Het ingestorte gebouw raakte overstroomd met water door een gebarsten waterleiding.

Een dokter vertelde dat hij het been van een vrouw had geamputeerd waarmee zij vast was komen te zitten onder een balk. “Als we de balk hadden verwijderd was de rest van het gebouw ingestort. Ik heb gezegd dat er geen andere manier was om haar eruit te krijgen. Ze had geen keus. Het was dat of doodgaan”.

Een man die was ontkomen uit zijn kantoor op de zevende verdieping zei dat hij een enorme knal hoorde, dat alles zwart en stoffig werd en een muur bovenop hem viel.

Mensen renden het gebouw uit, vallend en weer opstaand om niet vertrapt te raken. Reddingswerkers en brandweermannen improviseerden eerste hulpposten op straat voor het gebouw. Kinderen die op zoek waren naar hun ouders, werden op straat vastgehouden door vreemden.

Gebouwen tot vijf straten verderop raakten beschadigd. De glas-in-lood-ramen van nabijgelegen kerken barstten en de straten in de omgeving lagen bezaaid met bloed en glas. Overal liepen bebloede mensen rond in ondergoed met glas en pleisterkalk op hun gezichten. Uit gebouwen in de omgeving kwamen gewonde mensen tevoorschijn. Veel van hen huilden en hielden elkaar vast.

In auto's voor het gebouw lagen verbrande lichamen. Een vrouw die levend uit het gebouw was gekomen, stond buiten te schreeuwen om haar kind. Ze werd door reddingswerkers meegenomen net voor een dood jongetje naar buiten werd gedragen, van wie werd vermoed dat hij haar zoontje was.

Een met bloed besmeurde man liep enkele straten verderop over het voetpad en zei dat hij op weg was naar huis. Hij zei niet te weten waar zijn huis was en hoe hij heette.

Een roodharig kindje dat in het kinderdagverblijf was ten tijde van de ontploffing, verscheen 's middags op de televisie met het verzoek aan haar ouders het ziekenhuis te bellen omdat ze behandeld moest worden.

Een 18-jarige vrouw die twee straten verderop een appartement bewoont, vertelde hoe haar vriend door de ontploffing door de kamer werd geslingerd. “Ik dacht dat hij werd beschoten”, aldus de vrouw.

Negentig minuten na de ontploffing kwam het bericht van de vondst van een tweede bom, waarop mensen in paniek door elkaar begonnen te rennen. De politie evacueerde daarop de hele omgeving. (AP, Reuter)