Muzikale vorming 'niet alleen maar zieltjeswinnen voor Mahler'; Jeugdtheaterfestival richt zich ook op muziek

Muzikale vorming op scholen verandert: vijfenveertig minuten onafgebroken naar een muziekstuk luisteren spreekt kinderen niet meer aan, aldus Paul Vogelezang van het LOKV. Hij is blij dat het Jeugdtheaterfestival, volgende week in Den Bosch, zich nu mede op muziek richt.

Kunst jr. Festival, Den Bosch. Van 25 t/m 29 april. Programma-informatie: 073 - 155403. Kaarten: 073 - 125125.

DRONRIJP, 20 APRIL. Ook al telt het Friese dorp Dronrijp nog geen drieduizend inwoners, tóch is er op vrijdagavond 'kinderdisco'. Op de deur van basisschool De Romte hangt een affiche in kleurpotlood, dat alle leerlingen van groep zeven en acht daarvoor van harte uitnodigt, maar eerst wachten hen deze ochtend serieuzer muzikale zaken. Om half tien treedt in het speellokaal van de kleuters de klezmergroep Di Gojim aan met traditionele joodse volksmuziek. Om kwart voor elf volgt een herhaling voor leerlingen uit het naburige Deinum en Beetgumermolen.

Uit de gang waaien al opzwepende klanken aan en daar komen drie zich in het zweet spelende mannen met klarinet, contrabas en accordeon naar binnen gerold. Ze vertellen de niet altijd vrolijke levensgeschiedenis van de Poolse Motl en Reyzele, die zich afspeelt in een tijd 'dat jullie Pake en Beppe nog niet eens geboren waren'.

Hoogtepunt is het moment waar het publiek zich voorzichtig en met Fries accent in een jiddisch lied mengt. Achterin zit de muziekmeester tevreden te glimmen: “Het was een hele klus om dat erin te krijgen, met al die syncopen en die vreemde taal.”

Dit concert was er een van de duizenden die jaarlijks voor scholen worden georganiseerd. Voorzien van informatie en materiaal om de leerlingen voor te bereiden worden ze aangeboden door regionale en plaatselijke centra voor kunstzinnige vorming.

Zo stelt Keunstwurk in Leeuwarden voor de Friese basisscholen onder het motto 'Uurcultuur' een pakket samen, waarin niet alleen muziek, maar ook dans, toneel, poppenspel en tentoonstellingen zijn opgenomen. Gedeeltelijk vinden de evenementen in school plaats, soms gaan de kinderen op stap. Op deze manier krijgt elke leerling elk jaar een hapje kunst gepresenteerd, in de hoop dat dat naar meer zal smaken.

Sinds de jaren vijftig vond de kennismaking met de klassieke, serieuze muziek plaats onder de vleugels van de Stichting Het Schoolconcert, meestal tijdens de middelbare schoolperiode: als een joelerige uitstap naar de concertzaal of als een muziekles door een ongewone leraar. Van een jeugdige Frans Brüggen die midden in onze stampvolle gymzaal op virtuoze wijze zijn verzameling blokfluiten demonstreerde, herinner ik mij vooral hoe hij, naarmate die fluiten lager en dus langer werden, er steeds heftiger mee zat te roeren in een onzichtbare kookpot tussen zijn voeten.

Sinds 1988 is de coördinatie overgenomen door het LOKV, het Nederlands instituut voor kunsteducatie in Utrecht, waar men op zoek is naar formaties en programma's met kwaliteit. Met enige tegenzin stelt stafmedewerker muziek Paul Vogelezang vast dat zoiets als 'De geschiedenis van de trompet in de loop der tijden' onuitroeibaar lijkt. Als het aan hem ligt, verdwijnt de didactiek naar de achtergrond en gaat de komende jaren de aandacht naar vormgeving en presentatie.

Vogelezang: “Muziek loopt ver achter bij de ontwikkelingen in het theater. Musici denken nog veel te weinig na over hoe ze iets voor kinderen over het voetlicht moeten brengen. Het podium voor vier- tot achttienjarigen wordt beschouwd als tweederangs werk. Ook de conservatoria besteden er nauwelijks aandacht aan. Dat is onverstandig, want ze leveren bosjes mensen af die willen spelen en in ons land is maar plaats voor anderhalve Daniël Wayenberg en één Jaap van Zweden. Binnen het theater heb je inspirerende figuren als Ad de Bont en Liesbeth Coltof die bewust voor het jeugdtheater kiezen. Muzikanten kiezen voor de schnabbel. Ze spelen in drieëntwintig bandjes en pikken dan overdag nog een stukje van de schoolconcertpraktijk mee.”

Vogelezang ziet alleen iets in kleinschaligheid, in een ruimte en setting waar mogelijkheden zijn voor interactie tussen musici en publiek: “Ik krijg kromme tenen van zo'n bak met vijfhonderd kinderen die met vliegtuigjes gooien en Edwin Rutten die met de microfoon wijd open dwars door het Residentie Orkest staat te tetteren. Die vorm is achterhaald, hoe goed zo'n concert ook is voorbereid.

“Vijfenveertig minuten luisteren is voor kinderen van deze tijd niet weggelegd. Ze zijn gewend in hoog tempo heen en weer te zappen door muziek die meestal verpakt is in kleur en beweging en dan moeten ze plotseling stil in een stoel zitten, zonder dat er iets gebeurt. Zo bevestig je al hun vooroordelen. Wij zijn geen zieltjeswinner voor Mahler of de muziek uit de Renaissance, maar proberen met een zo breed mogelijk aanbod kinderen een eigen mening te laten ontwikkelen. Ieder mens heeft in zijn leven hopelijk van die momenten dat de vonk overspringt. Op muziekgebied proberen wij situaties te creëren, waarbij die mogelijkheid zich voordoet.”

Vogelezang is blij met de vernieuwde opzet van het aanstaande Jeugdtheaterfestival, dat onder de naam Kunst jr. Festival dit jaar naast toneel ook dans en muziek brengt. Hij hoopt dat musici hun ogen en oren de kost zullen geven bij collega's uit andere discipline's. Op het programma staan in elk geval ook inspirerende muzikale voorstellingen, zoals de kinderopera Repelsteel van Bernard van Beurden en Imme Dros, de fascinerende presentatie van Béla Bartóks Mikrokosmos of het optreden van het Willem Breuker Kollektief.

In Kleine potjes, grote oren laat deze big band zijn solide sound vrolijk in de war schoppen door good old Toby Rix. Met spierwitte haren en in korte broek springt hij heen en weer achter de merkwaardigste instrumenten om er de meest fantastische klanken aan te ontlokken. Na een uur staan groot en klein weer buiten met oren die tuiten van een muzikale opwinding, waar geen etmaal MTV tegenop kan.