Kiesing disease

B. Von Troil-Linden e.a. Periodontal findings in spouses. A clinical, radiographic and microbiological study. J Clin Periodontal 1995:22.

Tandvlees- en kaakbotziekten, in vaktaal podontale afwijkingen geheten, ontstaan door bacteriële plaque. Een kwalijk laagje dat op en onder het tandvlees ligt, dat voor 90-95% uit bacteriën bestaat en voor de rest uit wat gastheercellen, organisch materiaal, speekselresten en wat kalk. De grootste boosdoeners zijn de zogeheten Gram-negatieve bacteriën die onder het tandvlees liggen. (Gram negatief wil zeggen dat, volgens de methode van de vooroorlogse Deense bacterioloog Gram, uitstrijkpreparaten op een bepaalde manier violet worden gekleurd en dna die kleur niet behouden.)In het verleden dacht men dat deze ziekten langzaam verlopende processen waren waarbij het tandvlees geleidelijk aan meer ontstoken raakte en het kaakbot zich discreet terugtrok. Nu weet men dat de 'slapende' afwijking plotseling fel kan opvlammen, zeker bij volwassenen. In korte tijd wordt dan de aanhechting van het gebitselement aan het tandvlees en kaakbot meer of minder verbroken en ziet men zwaar ontstoken weefsel en wigvormige spleten (pockets) naast de gebitselementen ostaan. Pijn, pusvorming, koorts en het los zitten van tanden en kiezen kunnen het gevolg zijn. Wat de oorzaak is van deze verergering van het ziekte-proces, weet men nog niet precies. Wel is duidelijk dat een aantal factoren een rol spelen, zoals een abnormale lichaamsreactie van de patiënt en aanvallen van bacteriën als Porphyromonas gingivalis, Prevotella intermedia of Actinobacillus actinomycetemcomitans.

Wat de laatste tijd steeds meer aandacht krijgt is de mogelijke overdracht van bacteriën van de ene mens naar de andere. Kolonisatie van micro-organismen kan pas plaats vinden als iemand er regelmatig en gedurende langere tijd mee in aanraking komt. Omdat familieleden aan deze conditie voldoen, vormen gezinnen ideale proeftuinen voor parodontologische onderzoekers.

Onlangs verscheen een Finse studie waarbij de vraag werd gesteld in hoeverre echtgenoten van personen zonder en met zware parodontale afwijkingen vergelijkbare mondverschijnselen vertonen. De onderzoekers gingen uit van de algemeen aanvaarde theorie dat de mondflora van volwassenen op te vatten is als een gevestigd eco-systeem, zodat kolonisatie van binnendringende bacteriën en andere micro-organismen moeilijk is. De onderzoekers verzamelden ondermeer gegevens over de soorten bacteriën die in de monden van de proefpersonen voorkwamen en over röntgenologische en klinische verschijnselen.

Twee groepen van twintig deelnemers deden aan het onderzoek mee. De eerste groep bestond uit tien patiënten met ernstige parontale afwijkingen, die verwezen waren naar een specialist op dit gebied, en hun echtgenoten. De andere groep was samengesteld uit tien personen met gezonde monden uit de praktijk van de specialist en hun partners. Voorwaarde was dat de echtgenoten wilden meewerken aan de studie en dat de stellen minstens tien jaar met elkaar samenleefden. Er werd aangenomen dat deze periode lang genoeg was om de micro-flora's van de echtgenoten redelijk met elkaar te laten overeenstemmen. Inmiddels zijn uit onderzoek voldoee indicaties naar voren gekomen dat speeksel de substantie is waarmee de overdracht van micro-organismen plaats vindt.

De groepen waren vergelijkbaar wat betreft leeftijd, sekse, opleiding en inkomen. Uit de klinische en micro-biologische resultaten kan worden opgemaakt dat de partners van de proefpersonen met ernstige parodontale afwijkingen in het bezit waren van diepe, ontstoken pockets en verder dat veelal dezelfde pathogene bacteriën in hun monden werden aangetroffen als bij hun wederhelen. In de andere groep, de gezonde proefpersonen en hun echtgenoten, werden vrijwel geen verschillen gevonden in plaque, pocketdiepte of tandsteen-scores.

De onderzoekers concluderen dat de mondgezondheid van mensen met parodontale afwijkingen invloed heeft op die van hun echtgenoten. Interessant zou zijn om na te gaan in hoeverre behandeling van de mondzieke echtgenoot van invloed is op de gebitsgezondheid van die van hun partner.