Jaarlijks enkele dodelijke ongelukken bij blussen branden; 'Brandweer weert helden'

AMSTERDAM, 20 APRIL. Met de drie doden die vannacht vielen bij het blussen van een brand in Amsterdam-Noord, is meteen het trieste landelijk jaargemiddelde van dodelijke slachtoffers onder brandweerlieden bereikt. In 1993 kwamen ook drie brandweerlieden om het leven bij de uitoefening van hun beroep. In 1992 vijf, het jaar daarvoor geen een, en in 1990 drie. Bij de 40.963 branden van 1993 raakten nog eens 46 brandweerlieden gewond.

“Je kunt niet zeggen: als je alle trainingen hebt doorlopen en alle voorschriften in acht neemt, loop je geen risico meer”, aldus P. van Lochem, directeur van het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding, waar alle, ruim 26.000 Nederlandse brandweerlieden zijn opgeleid. “Er is altijd een element van verrassing aanwezig als de brandweer een pand betreedt. Ook in situaties waar alle signalen erop wijzen dat je naar binnenkunt”, aldus Van Lochem.

In het opleidingsinstituut van Van Lochem - die er nadrukkelijk bijzegt dat hij zich nog geen oordeel over de brand van vannacht kan vormen - leren brandweerlieden risico's afwegen en nemen. Of ze een pand binnengaan of niet. “Van binnenuit blussen is het meest effectief”, aldus Van Lochem. Ze leren ook wat ze moeten doen als ze binnen voor een verrassing komen te staan, zoals een flash over, vuur dat over de brandweerman heengaat. Dat heeft, behalve met techniek, alles te maken met stress, aldus Van Lochem. Techniek wil zeggen dat de brandweerman inschat wat voor materieel in het gebouw is, of er sprake is van instortingsgevaar. De brandweerman loopt, gedekt door waterstralen van collega's het gebouw binnen en moet het vuur voor zich proberen te houden.

De meer mentale kant van het vak begint volgens Van Lochem al bij de werving van brandweerlieden in spe. “Individuele helden, zoals we die kennen uit rampenfilms, worden bij de brandweer geweerd. Die brengen te veel risico met zich mee. Bij de brandweer ben je als team onderling afhankelijk.”

Het moeilijkste voor een brandweerkorps, zegt Van Lochem, is te leren van ongelukken als deze. “Goed evalueren al zijn de gevolgen naar geweest. Want daarna moeten de brandweerlieden weer aan het werk, waarbij ze niet te veel risico moeten nemen, maar ook niet te weinig. Als je huis in brand staat en er zijn nog mensen binnen, moet je ervan op aan kunnen dat de brandweer naar binnengaat.”

Volgens A. de Groot, hoofd van de ARBO-dienst van de Amsterdamse GG&GD, leveren brandweermannen 'topsportachtige prestaties' wanneer de bel klinkt en ze moeten uitrukken. “Ze moeten zich van het ene op het andere moment omschakelen. De fysieke en mentale belasting is zwaar.” Brandweermannen kunnen vanaf hun 55ste met functioneel leeftijdsontslag.