Hoorns en ooren

In het kader van het Groene Hart, zoals het was, zijn we tekeningen van Roelofs wezen bekijken. Vijf, zes dozen in het prentenkabinet van het Haags Gemeentemuseum. De kunstenaar in volle vlucht. Net of je even over zijn schouder mag kijken.

Willem Roelofs (1822-1897) kwam uit Amsterdam, had zijn atelier in Brussel en wordt tot de Haagse School gerekend. Zijn liefde voor de natuur spitste zich toe op een voorbeeldige aandacht voor details. Hij had een grote insektenverzameling, die hij van de hand moest doen toen ze hem van het werk begon te houden.

Elke zomer zat Roelofs wel ergens in een uithoek van Nederland, en sommige van die uithoeken lagen midden in het land. Noorden, Gouda, Meerkerk. Aan zijn tekeningen kun je zien wat hij wilde onthouden. Landschappen, stemmingen, wolkenpartijen. En koeien!

Grazende koeien, liggende koeien, koeien in de melkbocht. Hier en daar, soms in het Frans, een nadere notitie over vorm of verhoudingen. Hoofd moet kleiner, lijf moet korter. Of over de kleur. Muisvale vlekken, de hals bijna zwart, uijer rood. Of, bij drie schetsjes van de bovenkant van de kop: “De afstand tussen hoorns en ooren wat te klein”.

Niet dat iemand ooit zou merken dat hij het fout had gedaan, maar hijzelf zou weten dat hij het fout had gedaan. En aan zichzelf moet deze man onvoorwaardelijk toegewijd zijn geweest.