Het begin

De bel gaat. De volgende les begint. Nou ja. Processen treden in werking welke mogelijkerwijs in een niet te ver af gelegen toekomst zullen leiden tot het begin van weer een les. De leerlingen verlaten het lokaal: twintig tot dertig personen met zware handbagage persen zich door een opening van 80 cm breedte en komen dan terecht in een ruimte, de gang, waar geen plaats is door de aanwezigheid van honderden medeleerlingen, om gezamenlijk op zoek te gaan naar een andere opening van 80 cm.

Voordat iedereen op zijn plaats zit, zijn zeker vijf minuten verstreken. Dit is precies 10 procent van de lestijd, overeenkomend met een half jaar onderwijs op een havo. Tijdanalyse behoort al tientallen jaren tot het eenvoudige handwerk bij industriële productie. In het onderwijs is dit niet zo. Hebben architecten van schoolgebouwen zelf op school gezeten? Hebben zij bij het ontwerpen van zo'n geestelijke voederplaats de logistieke merites bedacht van duizend personen tegelijkertijd opstaande van een stoel om op zoek te gaan naar één speciale andere stoel uit een verzameling van duizend?

In mijn school is er een Knoppert-poort. (Ik ben de enige die deze aanduiding kent.) Op mijn verzoek is een dubbele klapdeur met links en rechts een ruitje van veertig centimeter, vervangen door een driedelige klapdeur. Hiermee is in de hoofdgang een vernauwing, architectonische cholesterol plaque, verdwenen en daarmee ook ieder lesuur optredende mensenfiles van twintig meter of meer. Met deze bijdrage aan het onderwijs circa tien jaar geleden gedaan, verdien ik een onderwijs-Oscar.

De fusiegolf die door het voortgezet onderwijs raast leidt tot grotere aantallen personen die zich tegelijkertijd door dezelfde gangen moeten persen. Het verlies aan onderwijstijd is helaas niet op de begroting terug te vinden. Een oplossing zou zijn niet de leerlingen maar de leraren zich te laten verplaatsen. Deze revolutie in het onderwijs wordt tegengehouden door twee belangengroepen.

De leerlingen zijn veel te blij met de wandeling tussen twee lessen ook al is deze nog zo rijk aan medemenselijke natuur. Voor vele collega's zou zo'n omwenteling ernstig afbreuk doen aan de kwaliteit van hun bestaan. In 'hun eigen lokaal' weten zij dat in het derde laatje van hun eigen lessenaar links achter nog een rood en een groen krijtje liggen. En dan die kreukelige poster uit Schotland die de docent Engels zelf vijftien jaar geleden heeft opgeprikt. Nee, hij kijkt er niet meer zo vaak naar. Maar dat soort dingen schept toch een gevoel van behagelijkheid, veiligheid zou je kunnen zeggen.

Goed, de leerlingen zitten. Nu begint de les. Nee hoor. Jaren en jaren heeft het mij gekost om het natuurlijke verloop der dingen en der leerlingen te leren aanvaarden. Sloeg met hardhout op de tafel, met metalen voorwerpen tegen lege koffiekopjes, brulde hee en hallo, knalde asbakken (goede oude tijd) tegen de lessenaar. Werkt niet. Hier geldt (ook): 'wei vow wei', Chinees voor 'doen door niet doen'. Je moet wachten tot ze stil zijn.

Natuurlijk, bij een echte leraar gaat het anders. Die heeft alleen maar leerlingen die graag willen leren, die opzien tegen zijn gezag en het vervelend vinden om hem te laten wachten. Bij mij lachen, praten, kletsen, stoeien en hangen ze. Het is nu negen over. 'Pak je boek'. Daar is de vinger van een gemotiveerde leerling. 'Meneer, ik ben mijn boek vergeten.'