Evolutie (2)

Het is onthullend hoe, naar professor Piet Borst zichtbaar heeft gemaakt (W&O 6 april) leidinggevenden in het onderwijsveld zich zelfcensuur hebben opgelegd door evolutie te schrappen als te toetsen onderdeel van het centraal schriftelijk eindexamen biologie. Het lijkt wel op Amerikaanse ontwikkelingen waar politici en onderwijsgevenden er al te vaak toe neigen om evolutie als onderwerp te vermijden, niet omdat zij zelf er iets verkeerds in zien maar omdat anderen er aanstoot aan zouden kunnen nemen.

Inhoudelijk is die angsthazerij een vreemde zaak. Stel je voor dat men zou besluiten in het onderwijs in natuur- en scheikunde kennis over atomen en over het periodiek systeem van de elementen weg te laten. Immers, ook opvattingen over materie en substantie zijn identiteitsgevoelig. Er is zelfs een studie van Redondi waarin betoogd wordt dat achter de veroordeling van Galileï over de beweging van de aarde een andere aanklacht stak, over atomisme als visie die strijdig zou zijn met de transsubstantiatie (verandering) van brood en wijn in lichaam en bloed van Christus. Als interpretatie van de Gallileï-veroordeling is deze studie terecht omstreden; het is echter adequaat ten aanzien van het identiteitsgevoelige karakter van opvattingen over materie. Dus als de leden van de Onderwijsraad identiteitsgevoelige onderwerpen willen vermijden, laten ze dan ook de natuur- en scheikunde aanpakken! Of is daar sprake van verworven inzichten die we onze kinderen niet willen onthouden en van een gestreden strijd? Als de zekerheid van de inzichten het argument is, dan geldt dat ook voor de evolutionaire geschiedenis en de evolutionaire mechanismen. En ook heeft, zowel in de VS als in Nederland, de hoofdstroom van de kerken dat reeds lang aanvaard; in een bekend proces in Arkansas in 1981 over evolutie en creationisme in het biologie-onderwijs stonden kerkelijke vertegenwoordigers zij aan zij met wetenschappers en onderwijsmensen aan de kant van hen die geen probleem hadden met biologie-onderwijs georganiseerd rond de evolutietheorie.

Maar helemaal een 'in pais en vree naast elkaar bestaan' (Borst) van natuurwetenschappelijke kennis en goddelijke openbaring is te gemakkelijk. Als dat niet voortkomt uit een enorme relativering van natuurwetenschappelijke kennis dan vereist die pais en vree de bereidheid de interpretatie van religieuze teksten en overtuigingen inhoudelijk aan te passen aan nieuwe kennis, dan wel een opvatting van geloof als iets van andere aard, bijvoorbeeld als gericht op de beleving van de werkelijkheid en de vormgeving van het leven. In de gemeenschappelijke opzet van ons onderwijs alles vermijden wat identiteitsgevoelig zou kunnen zijn, zou rampzalig zijn. Maar identiteit hoeft ontwikkeling van geloofsovertuigingen en -voorstellingen niet uit te sluiten; het zou dat moeten insluiten.