Evolutie (1)

De zorg over het niet meer schriftelijk examineren van de evolutietheorie (ET) in het middelbaar onderwijs zou ik met collega Borst delen, als deze theorie in dat onderwijs kritisch, naar de recente stand van onderzoek werd behandeld. Dat is echter doorgaans niet het geval, en zo fungeert de ET ook niet bij Borst zelf als zij zegt: 'Evolutie is een biologisch feit... het is onjuist dat over de ET een verscheidenheid van denkbeelden bestaat.' Deze reactie toont het tegendeel aan.

Een eeuw onderzoek bracht geen ander mechanisme voor evolutie voort dan selectie, waarbij altijd genetische informatie verdwijnt. Dit verarmend, 'down-hill' proces treedt uitsluitend op het soortsniveau op: hond blijft hond. Toevallige genetische verandering, bijv. door mutatie, spontaan dan wel fysisch of chemisch geïnduceerd bij dier, plant of bacterie, leidde nimmer tot verrijking: er is geen mechanisme voor 'up-hill' evolutie bekend.

Paleontologische evidentie geeft evenmin grond voor de ET, de noodzakelijke tussenvormen ontbreken. Dit leidde Stephen Gould tot de idee dat de evolutionair noodzakelijke veranderingen zo snel en locaal verlopen, dat die in de 'fossil record' niet te vinden zijn, het zoeken naar deze evidentie kan dus worden gestaakt. Als echter een theorie geen bewijsmateriaal behoeft is haar wetenschappelijke status veranderd in een dogma, een geloofsartikel.

De uitspraak van Borst 'Inzicht in evolutie is essentieel voor een goed begrip van biologische kennis' getuigt van dit dogmatisme en is apert onjuist. Alle biologisch onderzoek, ook medisch, aan objecten hier en nu kan zonder de ET tot zinvol wetenschappelijk en practisch inzicht leiden, zoals wij beiden uit persoonlijke ervaring weten.

Een ook bij Borst voorkomende denkfout is dat overeenkomsten in bouwplan, moleculair en anatomisch, wijzen op gemeenschappelijke afstamming en dus de ET bewijzen. Evenals een Ford en een Nissan tot in details overeenkomen kan dat i.p.v. op afstamming duiden op intelligentie, die steeds dezelfde principes gebruikt om, met kleine verschillen, geheel andere objecten te creëren.

Vele biologen zien nog door de bril van het ET-paradigma. Een moderner denkkader, op grond van de recente paleontologische, genetische en moleculaire feitenkennis, stelt tegenover het model van monofyletische evolutie het alternatief van polyfyletische homeostasis. In dit model past bijv. een scheppingstheorie. Het is dan ook wijs van de Onderwijsraad de kinderen te behoeden voor eenzijdige nadruk op het geloof in de ET. Dit maakt het juist mogelijk dat 'natuurwetenschappelijke kennis en goddelijke openbaring anno 1995 in pais en vree naast elkaar bestaan' kunnen. Staatssecretaris, doe daar maar niets aan.