Een geschiedenis in gebouwen

Wie wil weten hoe geschiedenis eruit ziet moet naar Sint Petersburg. Het mag bekend verondersteld worden dat deze stad sinds 1703 de woonplaats van de tsaren was en daardoor volstaat met paleizen. Ook is bekend dat hier in 1917 de oktober-revolutie begon en de stad daarom lange tijd zeven Lenin-musea telde. Eveneens weten we dat Sint Petersburg sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 wordt bestuurd door een hervormingsgezinde burgemeester. Maar verrassend is hoe dit alles in de gebouwen is te zien.

Neem het grote Art Nouveau-achtige bouwwerk aan de Njevski-Prospekt, de belangrijkste straat van de stad. In 1907 werd het neergezet in opdracht van de Amerikaanse naaimachinefabriek Singer, die er zijn Russische hoofdkwartier vestigde. De koperen ornamenten en de smeedijzeren trapleuningen ademen nog de sfeer van die laatste jaren voor de revolutie. Bovenop het dak staat het handelsmerk van Singer, een grote wereldbol. De ramen op de begane grond zijn voor Rusland opvallend groot: daarachter liet Singer naaisters op de machines werken om klanten te trekken.

Na de revolutie vestigden de nieuwe machthebbers hier Dom Knigi, het Huis van de Boeken. De inrichting van de boekwinkel is nog grotendeels dezelfde als in de Sovjet-Unie. De boeken staan uitgestald achter verschillende toonbanken: de klant dient in de rij te gaan staan om het gewenste exemplaar aan te wijzen, dan achteraan te sluiten voor de centrale kassa's elders in het gebouw en ten slotte nog een keer te wachten voordat het gekochte kan worden opgehaald. De prijzen herinneren ook aan de Sovjet-Unie. Bij de afdeling voor 'wetenschappelijk-technische literatuur' (betalen bij kassa's 1, 7 of 12) is voor 10.000 roebel (ƒ 3) het vuistdikke 'Technologie van de bouw van electrotechnische machines' verkrijgbaar.

In het Singer/Dom Knigi gebouw ruikt het dus nog steeds naar boeken. Maar dat is alleen omdat rekenmachines niet zo'n kenmerkende geur verspreiden. Sinds de directeur de na 1991 verkregen vrijheid heeft gebruikt om winkelruimte te verhuren, zijn er in Dom Knigi namelijk ook rekenmachines te koop. En horloges, fotocamera's en fel gekleurde rugzakjes. Zij zijn attractief neergelegd in glazen vitrines en kunnen ook direct bij de verkoopsters worden afgerekend, mits de liefhebber de westerse prijzen kan betalen. Er is ook al een winkelhoek met illegaal gekopieerde video's, zoals de films Speed, The Terminator (deel 1 en 2) en Home Alone (alleen deel 1). Zo ziet particulier ondernemerschap eruit.

De revolutie van 1991 betekent niet alleen de terugkeer van de commercie. Op de tweede verdieping van het voormalige socialistische boekenhuis huurt tegenwoordig ook de Russisch-Orthodoxe kerk een hoekje. De kerk is in Rusland bezig het vacuüm op te vullen dat het verdwijnen van het communisme heeft achtergelaten. Zowel burgemeesters als bankdirecteuren vragen priesters hun nieuwe kantoren te komen zegenen. In Dom Knigi wordt het winkelende publiek bereikt met ikonen, boeken en cassettes met religieuze muziek. De opbrengst gaat naar de restauratie van de Kazan-kathedraal.

Deze kathedraal ligt aan de overkant van de straat en is eveneens een verplichte stop op een wandeling langs drie perioden geschiedenis in gebouwen. Voltooid in 1811 als kopie van Rome's Sint Pieter, werd hij na de revolutie van 1917 ingericht als het Staatsmuseum voor Atheïsme. Afbeeldingen van halfontklede paters en nonnen in compromitterende poses moesten Marx' boodschap overbrengen dat godsdienst opium voor het volk is. Na 1991 zijn alle schokkende objecten verwijderd en sindsdien beslaat het museum volgens zijn nieuwe naam 'de Geschiedenis van de Russisch-orthodoxe kerk, Russische kerkelijke kunst en de Geschiedenis van het Westeuropees christendom'. Tegelijkertijd is de expositieruimte met de helft beperkt. De andere helft van de kerk, van het museum gescheiden door een gammel houten hekje, dient weer als kerk.

Wie binnentreedt om zes uur op zaterdagavond, klinken de gezongen gebeden tegemoet. Het museumwinkeltje met souvenirs is om deze tijd gesloten. De bezoekers staan in de rij voor een kraampje waar aankomende priesters kaarsjes verkopen die vervolgens op kandelaars voor in de kerk ter bescherming van dierbaren kunnen worden gebrand. Voor 4000 roebel (ƒ 1,30) worden ook zak-ikonen aangeboden, religieuze afbeeldingen niet groter dan een portemonnee om altijd met je mee te dragen. Er zijn ook ikonen in de vorm van een koffer te koop, compleet met handvat. Maar die komen op 500 gulden.

Voor in de kerk zijn priesters in groene- en met goud afgezetten gewaden inmiddels begonnen met hun rituelen. De gelovigen buigen en bidden. De vrouwen dragen hoofddoekjes, terwijl de mannen worden geacht hun hoofd juist te ontbloten. Boodschappen- en aktetassen staan naast hen op de grond. Gedurende de dienst wordt, zoals gebruikelijk is in de Russisch-orthodoxe kerk, niet gezeten maar gestaan. Het duurt al gauw twee uur maar het is toegestaan tijdens de dienst in- en uit te lopen. En er wordt, dat moet gezegd, prachtig gezongen. De gelovigen vullen nu nog maar een klein deeltje van de enorme kathedraal, maar de gewijde sfeer vult al een flink deel van de rest. Des te opmerkelijker is het om niet ver van de kandelaars grote houten kisten te zien staan met het opschrift: 'expositiemateriaal, gewicht bruto 114 kilo, netto 46 kilo.' Het lijkt een kwestie van tijd voordat zij worden verwijderd.

Zo zijn er talloze gebouwen in Sint Petersburg die onder invloed van de geschiedenis blijven veranderen. De Hermitage, de beroemdste attractie van de stad, past zelf ook in deze categorie. Gebouwd als Winterpaleis voor de tsaren en na 1917 opengesteld voor het publiek, wordt de buitenkant van het immense gebouw na jarenlange verwaarlozing ingrijpend gerestaureerd. Binnen is, nadat er jarenlang geen kopje koffie was te krijgen, een hamburgerrestaurant geopend.

Maar de verwikkelingen van deze eeuw zijn het zichtbaarst in het voormalige Museum van de Grote Socialistische Oktoberrevolutie. Het betreft hier een paleisje dat in 1904 werd gebouwd voor de ballerina Mathilda Ksjesinskaja, minnares van tsaar Nicolaas II. In 1917 vestigde Lenin er zijn hoofdkwartier en sprak er vanaf het balkon, zo getuigt een marmeren gedenktegel, 'vele malen de arbeiders, soldaten en matrozen toe'. De ballerina ging in ballingschap in Parijs en de tsaar werd met zijn familie vermoord. In 1987, ter gelegenheid van de 70-jarige verjaardag van de revolutie, heeft het museum de werkkamer van Lenin met behulp van zorgvuldig nagemaakte meubels weer in zijn oude staat teruggebracht.

Maar voor de rest is in het Museum voor de Politieke Geschiedenis van Rusland, zoals het sinds 1991 heet, alles veranderd. In een vitrine hangt nu bijvoorbeeld het balletpak van de oorspronkelijke bewoonster. Nicolaas II, de tsaar die de laatste jaren zo in de achting is gestegen dat hij - mits in leven - bij de komende presidentsverkiezingen een goede kans zou maken, is vertegenwoordigd met een groot portret.

In een zaal die pas een half jaar geleden is ingericht staat een reusachtige vaas met een wat aziatisch ogend portret van Leonid Brezjnev. De vaas is in de jaren zeventig aan de Sovjet-leider geschonken door de partijbaas van Oezbekistan, die later zo corrupt bleek te zijn dat hij voor de verkoop van openbare functies vaste prijslijsten hanteerde. Ook hangt er de videocamera waarmee Michail Gorbatsjov zich door zijn schoonzoon liet filmen toen hij tijdens de coup van augustus 1991 vastzat in zijn vakantieverblijf.

Misschien wel het meest intrigerend is de zaal die toont hoe het museum voor 1991 was. Een museum van het museum dus, compleet met banieren met 'welkom socialisme' en 'vrijheid of de dood' en het filmdoek waarop aan jonge pioniers en partijkaders stichtelijke documentaires werden vertoond. Directrice Loeba Petrovna Jeremova, hier werkzaam sinds 1981, is bereid het allemaal persoonlijk te laten zien. Ze heeft er de tijd voor. Want terwijl het museum steeds interessanter wordt, komen er steeds minder bezoekers kijken. Ook dat is de hedendaagse geschiedenis van Rusland.