Edese brandstichter vermoedelijk pyromaan

EDE, 20 APRIL. Opnieuw zijn er branden gesticht in Ede en ook in Barneveld. Een vuilnisauto in Ede en een boek- en tijdschriftenwinkel in het centrum van Barneveld zijn gisteravond in vlammen opgegaan.

De mysterieuze brandenreeks houdt Ede al weken in haar ban. De brandstichter heeft sinds 16 maart van dit jaar al meer dan 35 branden op zijn geweten. Totale schade: zo'n drie miljoen gulden. Is er een pyromaan aan het werk? “Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid”, zegt een deskundige. Een woordvoerder van de politie houdt zich op de vlakte: “Het kan één man zijn, maar er kunnen ook meerdere daders in het spel zijn.”

Intussen wapent Ede zich tegen nieuwe branden. Bewoners lopen 's avonds een extra inspectierondje om hun huis, ondernemers zetten brandbare spullen binnen en posten 's nachts bij hun bedrijf. Er zijn Edenaren die slapen met de brandblusser bij het bed. Dat vindt niet iedereen even logisch. Een medewerkster van een orgelbouwbedrijf op het industrieterrein Frankeneng in Ede, vanochtend op weg naar haar werk: “We spreken er wel over, maar dat er angst is, nee. Ik merk wel dat mensen voorzichtiger zijn. Het hangt een beetje van de aard van de mensen af, of ze zich de kop gek laten maken. Ik in ieder geval niet.” Het industrieterrein is regelmatig werkterrein geweest van de pyromaan. Toch wordt er door het orgelbedrijf niet gepost. “Ach, we hebben toch een alarminstallatie?”

De directeur van een garagebedrijf in de buurt zegt dat er weliswaar extra wordt opgelet, maar dat er geen angst is in zijn bedrijf. Zelf onderneemt de directeur 's avonds ook actie. “Ik woon op vijftig meter van mijn bedrijf, en kan het dus goed in de gaten houden. Ik ga 's avonds in elk geval niet voor half twaalf naar bed. Vroeg naar bed is er niet meer bij.”

De meeste branden ontstonden 's avonds tussen acht en twaalf uur. En er zijn meer patronen: zo wordt er elke keer brandbaar materiaal verzameld en tegen de gevel van loods of bedrijf in brand gestoken. De brandstichter reageert daarnaast sterk op berichten in de media. Toen de brandweer meldde dat de dader nooit op zondag werkte, werden er prompt op zondag twee branden gesticht.

Of er sprake is van één dader, durft psycholoog E. Ameling van het Pieter Baan Centrum in Utrecht niet met zekerheid te zeggen. “Al zou je kunnen zeggen dat pyromanen altijd met een vast patroon werken, en er in dit geval sprake lijkt te zijn van één patroon. Ik durf met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te zeggen dat het inderdaad om een pyromaan gaat.”

Ameling is hoofd van de afdeling psychologie van het centrum waar jaarlijks zo'n twintig pyromanen onderzocht worden. Hij is nu bezig met een artikel over het verband tussen alcohol en pyromanie. Volgens hem bestaat dé pyromaan niet, maar zijn er wel veel overeenkomsten tussen de verschillende pyromanen. Daar valt uit af te leiden dat een pyromaan een “sociaal gehandicapte man is van tussen de zeventien en dertig jaar oud”. De brandstichter beschouwt zichzelf als een onbelangrijk individu, is bijna altijd alleen en heeft in veel gevallen geen werk.

Het stichten van de brand geeft de man een ontlading van de frustraties uit zijn dagelijkse leven. “De pyromanie is gebaseerd op drang. Hij ontleent lust en plezier aan het brand stichten en aan de daarop volgende commotie. Door het vuur voelt hij zich groot, krijgt hij de aandacht die hij graag had willen hebben. Dat de media daar veel over melden, ziet hij als zijn grootste triomf.”

Dat de dader sociaal gehandicapt is, wil niet zeggen dat hij geestelijk onderontwikkeld is. De mythe dat pyromanen altijd een laag IQ hebben, wil Ameling graag ontzenuwen. “Ik heb heel intelligente pyromanen onderzocht. In een afstudeer-onderzoek, dat op het Pieter Baan Centrum is verricht, komt een gemiddeld IQ naar voren van 95. Het algemene gemiddelde is 100, dus dat scheelt maar weinig.”

In de meeste gevallen verdwijnt de drang tot brandstichten na het dertigste levensjaar. “Dan neemt het temperament en de driftmatige energie af. Ze krijgen een baan, of een vrouw. Want het is wel duidelijk dat er nu niemand is die de man 's avonds mist, anders kon hij nooit zoveel op pad zijn”, aldus Ameling.