Dure Zwitserse franc duwt winst van Swissair omlaag

ZÜRICH, 20 APRIL. De Swissair-Groep heeft vorig jaar een nettowinst van slechts 23 miljoen frank (31 miljoen gulden) behaald tegen 59 miljoen frank in 1993, zo bleek vanmorgen bij de presentatie van de jaarcijfers in Zürich.

Daarmee is Swissair de enige grotere Europese luchtvaartmaatschappij die haar resultaten vorig jaar zag dalen. Er wordt daarom voor het tweede achtereenvolgende jaar geen dividend uitgekeerd. Als voornaamste boosdoener werd de sterke waardestijging van de Zwitserse frank genoemd die de kosten voor het bedrijf fors heeft verhoogd.

Intussen blijft Swissair “zeer optimistisch” over zijn, vooralsnog stagnerende voornemen om een belang van 49 procent te nemen in het Belgische Sabena. Ondanks de teleurstellende winst groeide de omzet van de groep van 6,4 miljard frank in 1993 naar 6,45 miljard (8,7 miljard gulden) vorig jaar, terwijl het verkeersvolume - gerekend in ton-kilometers - zelfs toenam met 10 procent. In totaal werden vorig jaar 8,4 miljoen passagiers vervoerd terwijl de beladingsgraad met 4 procent toenam tot 68,9 procent. De kasstroom bleef vorig jaar met 519 miljoen frank nagenoeg gelijk aan die van 1993.

Swissair-voorzitter Hannes Goetz van de Raad van Commissarissen voorspelde betere resultaten voor dit jaar als gevolg van de talrijke verbeteringen en reorganisaties die inmiddels in gang zijn gezet. “Maar een groot vraagteken blijft hangen boven de toekomstige niveaus van vervoersprijzen en wisselkoersen”, zo gaf hij toe.

Tot die reorganisaties behoren een drastische verandering van de luchtvloot van Swissair waarbij het aantal gebruikte vliegtuigtypen om efficiëncyredenen wordt teruggebracht van 15 naar zes of zeven. In dat kader worden de 10 Fokker-100-toestellen van Swissair - die de Nederlandse toestellen destijds als eerste bestelde - opgedoekt en vervangen door 10 à 12 RJ-100 vliegtuigen van Fokker's Britse concurrent British Aerospace. Dat het Zwitserse bedrijf de Fokkers afstoot en overschakelt op de Britse concurrentie heeft, volgens Zwitserse zegslieden, vooral te maken met het feit dat Swissair's dochter Crossair al vliegt met die Britse toestellen die bovendien beter voldoen op kleinere, vaak door bergen omringde Zwitserse luchthavens.

Eerder dit jaar ontstond commotie over een opmerking van Swissair's bestuursvoorzitter Otto Loepfe als zou de Fokker-100 verantwoordelijk zijn voor “een onevenredig groot deel van de verliezen die wij op onze Europese routes hebben geleden.” Nadien liet Swissair Fokker schriftelijk weten dat het niets ten nadele van de Fokker had willen zeggen en dat de verliezen het gevolg waren van “Swissair's hoge kostenstructuur in plaats van de operationele kosten van de Fokker-100.”

Verder zal Swissair zijn MD-81-toestellen van McDonnell-Douglas en zijn Airbus A-310-vliegtuigen de komende jaren afstoten. Zij worden vervangen door 29 Airbussen van de typen A-319, A-320 en A-321 die goedkoper zijn in het gebruik. “Swissair is gezond genoeg om dit programma van 1,8 miljard dollar door te voeren,” aldus topman Loepfe. Ter verbetering van de kostenpositie is Swissair verder voornemens al zijn kleinere vliegtuigen (tot 100 stoelen) voortaan onder te brengen bij dochter Crossair, die vorig jaar wel goede resultaten boekte en wiens piloten 60 procent minder verdienen.

Verder wordt Swissair's verliesgevende chartermaatschappij Balair volgend jaar geliquideerd. Die activiteiten worden overgenomen door zowel Swissair als Crossair. Daarnaast is Swissair nog verwikkeld in een driejaarlijkse campagne om de operationele kosten met 500 miljoen frank (665 miljoen gulden) per jaar te verminderen. Analist James Halstead van de Swiss Bank Corp. wijst erop dat Swissair ondanks de magere resultaten van het afgelopen jaar - voornamelijk het gevolg van de hoge kostenstructuur en de sterke frank - financieel toch een van de meest gezonde luchtvaartmaatschappijen ter wereld blijft, met meer dan voldoende middelen in kas om, volgens plan, voor ongeveer 250 miljoen dollar een aandeel van 49 procent in het Belgische Sabena te nemen. Dat is voor Swissair van groot belang sinds de Zwitsers per referendum besloten buiten de Europese Unie te blijven.

Die transactie wordt echter nog opgehouden door de Zwitserse eis dat van Belgische zijde meer geld in Sabena wordt gestoken. De Belgische regering deed onlangs een poging aan die eis van Swissair te voldoen door de Sabena-piloten formeel te registreren in het goedkopere Luxemburg. Maar dat plan veroorzaakte politiek tumult in Brussel en werd afgefloten. Vervolgens maakte de Belgische regering vorige maand bekend dat Sabena gedeeltelijke vrijstelling van sociale lasten werd gegund, wat de maatschappij een voordeel van 35 miljoen gulden per jaar zal opleveren. Maar dat plan werd verijdeld door EU-'concurrentie'-commissaris Karel van Miert. In 1991 kreeg Sabena met toestemming van de Europese Commissie al overheidssteun voor 35,2 miljoen Belgische frank, bij de toekenning waarvan destijds expliciet werd gezegd dat zij eenmalig was. Swissair-president Otto Loepfe zei vanmorgen over deze zaak: “Wij blijven proberen met Sabena tot een strategische samenwerking te komen.”