DNB 1,2 miljard gulden armer

AMSTERDAM, 20 APRIL. De Nederlandse geldmarkttarieven vertoonden gedurende de verslagweek over de gehele linie een dalende tendens. Het tarief voor 3-maands interbancaire deposito's daalde met 0,08 procentpunt tot 4,66 procent. De 3-maands rente ligt hiermee nog maar 0,03 procentpunt boven de Duitse (tegen 0,06 procentpunt een week geleden). Het verschil in de Nederlandse en Duitse renteontwikkeling kwam nog duidelijker tot uiting in de 1-maands rente. Terwijl de Duitse rente constant bleef op 4,56 procent, daalde de Nederlandse rente met 0,09 procentpunt tot 4,54 procent. De rentedaling in Nederland hangt samen met de verlaging door DNB van de speciale beleningsrente van 4,5 naar 4,4 procent. De Nederlandse beleningsrente komt daarmee weer net als voor 31 maart onder het Duitse (repo)tarief te liggen, zij het dat het verschil is vergroot van 5 tot 11 basispunten. Een verdere verlaging van de Nederlandse beleningsrente lijkt op korte termijn niet te verwachten.

Gisteren werd bekend dat het minimum van het variabele Duitse repotarief 0,01 procentpunt hoger is uitgekomen dan het tarief van 4,50 procent dat voorheen gold. De Bundesbank lijkt daarmee aan te geven voorlopig niet op een verdere renteverlaging aan te sturen.

De daling van de Nederlandse daggeldrente, het kortste geldmarkttarief, lijkt mede verklaard te kunnen worden uit de ruime verhoudingen op de geldmarkt. Rente en aflossingsverplichtingen ter grootte van 6,4 miljard gulden hebben bijgedragen aan een totale afname van de post ''s Rijks schatkist' met bijna 10 miljard gulden. Deze betalingen van het Rijk werden niet volledig gecompenseerd door een hogere kasreserve, lagere beleningen en een toename van de bankbiljetten in omloop. Het bankwezen was hierdoor in staat haar besparing op het contingentsverbruik uit te bouwen van 3,0 tot 3,4 procent.

Opvallend in de weekstaat is verder de afname met ruim 1,2 miljard gulden van de post 'Waarderingverschillen'. Deels hangt dit samen met de koersdaling van de dollar, hetgeen is terug te vinden in een afname met 542 miljoen gulden van de post 'Vorderingen en waarderpapieren in buitenlands geld'. Daarnaast worden eens per 3 maanden de bij het EMI voor de ecu-creatie ingeleverde middelen (goud en dollars) aangepast aan de actuele stand van ieders bezit en dan tevens opnieuw gewaardeerd tegen een actuele prijs. Dit heeft geresulteerd in een afname van de post 'Ecu-tegoeden' met 798 miljoen gulden.

Sinds het begin van dit jaar heeft DNB haar goud- en deviezenvoorraad reeds met 2,8 miljard gulden afgewaardeerd, hetgeen grotendeels samenhangt met de koersdaling van de dollar ten opzichte van de gulden.

Bron: Economisch Bureau ING Groep