De stap om rechtop te staan

Voorstelling: Gesmolten ijsberen, door Hans Dorrestijn. Regie: Arie Kant. Gezien: 19/4 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Aldaar t/m 22/4; tournee t/m 2/6.

“Dit wordt een zware avond,” zegt Hans Dorrestijn ter introductie van zijn nieuwe theaterprogramma, maar we kennen intussen de dubbele bodem. We weten dat hij zijn zwartgalligheid in surrealistische grappen kan omzetten en zijn existentiële wanhoop in zinnen met een aforistische kracht, zoals in die over een ex “die vreemder voor je is geworden dan iemand die je nooit hebt gekend”. We weten ook dat zijn hulpeloze, handenwringende gestalte en zijn ietwat haperende voordracht inmiddels de wapens zijn waarmee hij - knarsend, weliswaar, maar toch - op komisch terrein raak kan slaan. En als hij opmerkt dat het allemaal niet zo erg zou zijn “als ik niet ook nog in geldnood zat,” dan oogst hij daarmee bij zijn publiek voornamelijk voorpret.

Het deuntje van Dorrestijn zou eentonig worden, als hij er niet telkens weer geraffineerd op zou variëren. De grootste stap die hij in deze voorstelling zet, is de stap om regelmatig rechtop te gaan staan. Hij vertelt niet één kort verhaal meer, al of niet uit het hoofd geleerd en al of niet reeds gebundeld. Alles wat hij zegt, heeft nu de vorm van een conférence, met een cabareteske opbouw, grappige geluidseffecten, muzikale accenten op de band en gave oneliners (bijvoorbeeld over Nederland, waar je meer kans hebt tegen een overstekend-wild-bord aan te lopen dan tegen een hert). Zijn optreden is er theatraler dan ooit van geworden, al blijft hij zich hortend en stotend een weg banen door tekst, muziek en regie-aanwijzingen.

Mooi en ongetwijfeld van harte gemeend is een ode aan Hans Lodeizen (“Oh, kus mij, omarm mij / ik heb lang in de regen gestaan”), gevolgd door zijn eigen mysantropische bewerking. Mooi zijn ook weer de meeste liedjes, van een drs P.-achtig nummer over een tochtje naar Zwitserland tot en met een bitter chanson over een vastgelopen verhouding: “Het begin is vergeten, het einde is zoek.” En als hij zich na de pauze nog even zichtbaar genietend door een stukje Allegro tragico slaat (toegeschreven aan 'Giovanni Dorrini'), wordt des te meer duidelijk dat Dorrestijn ondanks zichzelf ook de lachende derde kan zijn - een anti-depressivum met een verkwikkende bijwerking.