De duizend en een vragen van Mounir

VELSERBROEK. Spreken was nog niet zijn sterkste punt toen ik Mounir voor het eerst ontmoette. Hij was ook pas drie weken in Nederland. Maar tellen kon hij al uitstekend. Dus dat wilde hij meteen wel effe voordoen. Hardop, van één tot honderd. En dóór tot duizend als we wilden, pochte hij toen hij met rode wangetjes de eindstreep had gehaald. Hij was overeind gekomen uit zijn stoel bij het leveren van de prestatie en overstemde met gemak zijn oudere broer Karam (16) en zijn zusje Rajika (5), dat Sandra wordt genoemd. Mounir is tien, tenger en watervlug. En over tellen gesproken: hij is één van de 52.576 'vreemdelingen' voor wie vorig jaar een asielverzoek werd ingediend. Dat cijfer moet worden 'teruggedrongen' omdat de Nederlanders het zelf al zo moeilijk hebben. Bedoeld wordt uiteraard, dat we die mensen terug moeten dringen. Bedoeld wordt Mounir.

Wat neem je mee wanneer je op bezoek gaat bij pas gearriveerde, minderjarige immigranten? Na lang beraad hadden we tot een puzzel besloten, die bestond uit een kaart van Nederland met daarop afbeeldingen van kaasmarkt en deltawerken. Iets waar de kinderen samen mee konden spelen en toch ook een soort van voorschot op het inburgeringscontract, zo was ongeveer de gedachte - want we zijn echte autochtonen die het ludieke graag met de vermaning verbinden. We kenden Mounir nog niet. Minzaam nam hij het geschenk in ontvangst en dankte mede namens broer en zuster. We hoefden ons geen zorgen te maken. Hij zou het ding meenemen naar zijn kamer en het zaakje daar verder regelen. Die duizend stukjes kwamen wel weer inmekaar. Morgen klaar, kaasmarkt en al. Het was knap hoe hij er in slaagde om geen uiting te geven aan zijn minachting voor het uitgesproken low tech-karakter van het meebrengsel.

De vader van Mounir heet Hafidi en is regisseur en toneelspeler. Daar is in Algerije op het ogenblik weinig behoefte meer aan. Een aantal van zijn vrienden en collega's is vermoord en omdat hij zelf ook bedreigd werd, vluchtte hij twee jaar geleden naar Nederland. Zijn vrouw, Rachida, moest haar werk als onderwijzeres opgeven. De kinderen mochten niet meer buiten spelen en niet meer elke dag naar school, want regelmaat zou terroristen een kans geven. Het lyceum was geïnfiltreerd door islamisten die hun geboortedatum hadden vervalst en hun baardgroei tegengingen, zegt Karam. Hij denkt dat het verstandig is om voorlopig in Nederland te blijven en hier te studeren. Maar Mounir is het daar niet mee eens.

Soms belde zijn vader vanuit Nederland naar vrouw en kinderen. Wat moet dat daar toch, vroeg Mounir dan, en wanneer kom je terug? Ik kom niet terug, had Hafidi gezegd, jullie komen naar hier. Hij had de molens van commissies en ambtelijke diensten doorlopen, gespaard, geprobeerd te werken, met twee vrienden op een kamertje gebivakkeerd en uiteindelijk dit rijtjeshuis in Velserbroek gevonden, in een straat met bielzen en verkeersdrempels, en hij had het ingericht met wat hij voor een habbekrats kon vinden. Een eikehouten bankstel, een tafel en een paar stoelen. Het klinkt er nog altijd een beetje hol.

In dat huis wat je voor ons hebt, had Mounir vanuit Algerije geïnformeerd, zijn daar dan tenminste wel video's en televisies en cassettes?

Wat kon ik doen, zegt Hafidi met een hulpeloze blik in zijn toch al peilloos melancholieke ogen. Ik heb ja gezegd. Ik heb gezegd dat het hele huis vòl staat met video's en televisies en cassettes. Hij had zijn jongste zoon toch argumenten moeten geven?

Op een dag in februari stopte een busje met het herenigde gezin voor het huis met het minuscule voortuintje. Zonder een woord te zeggen stapte Mounir naar binnen en begon aan de inspectie. Woonkamer, keuken, trap, slaapkamer, douche, en nog een kamer. Alles zo goed als leeg. Hij opende alle kasten, keek in het schuurtje en onder de bedden. Maar niets. Geen spoor van video's en televisies en cassettes. Ik blijf hooguit één maand, deelde hij zijn ouders mee.

Toen wij hem ontmoetten had hij net over zijn hart gestreken en er nog een maand bijgeteld. Inmiddels gaat hij naar school en spreekt hij verbazingwekkend handig Nederlands. Hoewel zijn moeder haar kinderen net als in Algerije liefst altijd binnen zou houden, heeft Mounir de straat en de buurt al aardig onder controle. Hij infiltreert Nederlandse gezinnen en incasseert geschenken: een radio, een fiets. De kille angst slaat Rachida om het hart wanneer ze ziet hoe Mounir een buurman die zijn auto staat te wassen opdracht geeft om een ander muziekje op te zetten. Ze is bang dat haar kinderen aanstoot zullen geven. Ze horen hier immers niet, ze zijn maar gasten. Zijn zusje Sandra is heel anders. Ze spreekt de nieuwe taal nog niet en ze heeft haar moeder toegefluisterd dat ze daar pas mee begint als ze alle woorden heeft geleerd. Ze zit op haar bed en repeteert zinnetjes voor zichzelf: 'kan niet', 'mag niet'. “Is gek,” vindt Mounir.

“Waarom spreken ze hier eigenlijk geen Arabisch?” wilde hij van mij weten. “Om dezelfde reden als waarom ze bij jullie geen Nederlands spreken”, zei ik. “Omdat er hier andere mensen wonen.” “We stammen toch allemaal af van Adam?” wierp Mounir tegen. “Daarom kun je hier rustig blijven wonen als je de taal goed leert”, zei ik, niet helemaal eerlijk.

Ook zijn vader probeert hem er nog altijd van te overtuigen dat het verblijf in Nederland grote voordelen heeft. Onlangs nam hij hem mee naar een cafetaria. Kijk eens hoe mooi en rijk, had hij gezegd. Zie je die kroonluchter? Alles is nieuw en gepoetst en opgeruimd. Niet zo rommelig als in Algerije. Mounir dacht even na en zei toen: “Algerije heeft alles wat Nederland ook heeft. Het is alleen nog niet zo goed georganiseerd.” Hafidi moest toegeven dat er geen speld te krijgen was tussen de politieke analyse van zijn jongste zoon en had verder maar gezwegen. In de grond van de zaak is hij het met Mounir eens, maar het leven heeft hem geleerd dat gelijk hebben en gelijk krijgen twee heel verschillende dingen zijn. Wie iets wil krijgen heeft macht en geweld nodig en wat ook helpt is wanneer je mensen leert zien als een getal. Hafidi heeft geleerd dankbaarheid te tonen.

Mounir durft nog eisen te stellen aan de wereld, daar komt het allemaal op neer. En als hij concessies moet doen, dan wil hij er iets voor terug. Over de puzzel heeft hij langer gedaan dan hij voorspelde, omdat hij het drukker had dan hij had gedacht. Maar deze week was Nederland dan toch klaar wat hem betreft. “En nu?” heeft hij zijn moeder gevraagd. “Wat gebeurt er nu?” Op 28 mei is er een grote feestdag in Algerije. Dan wil hij toch echt terug zijn, luidt het laatste ultimatum. Hij zou niet lang wegblijven, hij heeft het zijn vriendjes destijds beloofd.

Natuurlijk kunnen we hem zeggen dat we er alles aan doen om de toestand in zijn land te veranderen en dat er volgende week vrijdag in Amsterdam een mooie solidariteitsavond wordt gehouden. Maar iedereen is bang voor de vraag die Mounir stelt bij zo'n antwoord.