Dasa wil Fokker koppelen aan Airbus

MÜNCHEN, 20 APRIL. De raad van bestuur van Dasa, meerderheidsaandeelhouder in Fokker, streeft ernaar de Nederlandse vliegtuigfabrikant op termijn nauw aan te laten sluiten op het vliegtuigprogramma van Airbus. Door delen van toekomstige Fokker-vliegtuigen uitwisselbaar te maken met die van Airbus denkt de Dasa-top grote schaalvoordelen te kunnen behalen.

Dit bleek gisteren uit uitlatingen van bestuursvoorzitter J. Schrempp en zijn aanstaande opvolger M. Bischoff bij de presentatie van Dasa's jaarcijfers.

De Dasa-top benadrukte voor de zoveelste keer dat de leidende positie van Fokker in het marktsegement van regionale vliegtuigen met 70 tot 130 stoelen gehandhaafd blijft, ondanks de forse verliezen bij de Nederlandse fabrikant. Aan die rol houdt Dasa ook vast in de onderhandelingen die al geruime tijd worden gevoerd met een aantal Europese en Aziatische vliegtuigbouwers over nauwe samenwerking op het gebied van regionale straaltoestellen. Die gesprekken (onder andere met British Aerospace maar ook met Chinese en Zuidkoreaanse bedrijven) gaan vooral over de ontwikkeling van een nieuw toestel met een capaciteit van 100 tot 120 stoelen.

“Airbus heeft belangstelling voor een regionaal vliegtuig. De vliegtuigen die Fokker bouwt sluiten aan op de onderkant van het Airbus-programma. En aangezien wij voor 38 procent in Airbus zitten en Fokker 50 procent van de markt voor regionale jets in handen heeft, moeten ze wel met Dasa praten”, zei Schrempp. British Aerospace, met zijn Avro-jets één van Fokkers belangrijkste concurrenten, heeft eerder al laten weten niets te zien in een samenwerking waarbij aan Fokker een leidende rol wordt toebedeeld. De Britten zijn onlangs als een soort tegenzet in het schaakspel een marketingsamenwerking aangegaan met het Franse Aérospatiale, eveneens aandeelhouder in Airbus.

Wat Fokker betreft moet Dasa zich voorlopig concentreren op een overlevingscenario. In afwachting van een opleving van de vliegtuigmarkt, waarvoor volgens Schrempp duidelijke tekenen aanwezig zijn, moet Fokker zich allereerst richten op kostenbesparing. De aangekondigde reorganisatie, waarbij 1.760 banen bij Fokker verdwijnen en de vestiging Ypenburg dicht moet, vormt daarvan een belangrijk onderdeel. Verder moet Fokker zijn kostprijs fors omlaag zien te brengen door goedkopere toeleveranties. Ook de eigen Fokker-bedrijven die onderdelen toeleveren, moeten dat doen tegen prijzen die op de wereldmarkt concurrerend zijn. Die eigen toeleveringsbedrijven worden ondergebracht in Fokker Aerostructures, en dat onderdeel wordt straks dus ernstig in zijn voortbestaan bedreigd, zeker bij de huidige extreem lage dollarkoers. Juist vanwege die lage dollar heeft Dasa aangekondigd zoveel mogelijk werk uit Duitsland en Nederland naar dollarlanden te willen overbrengen.

Hoe de Nederlandse regering kan bijdragen aan de toekomst van Fokker, is op dit moment nog niet duidelijk. Dasa denkt volgens bestuurderslid Bischoff niet in eerste instantie aan participatie door de Nederlandse staat in een nieuwe kapitaalinjectie voor de vliegtuigbouwer. De rol van de staat als aandeelhouder Fokker loopt immers begin volgend jaar af. Bischoff vindt dat de Nederlandse regering Fokker vooral kan helpen door een structuur op te zetten waarbinnen het Nederlandse bedrijf op gelijk niveau kan concurreren met andere spelers op de vliegtuigmarkt. Daarbij denkt hij onder meer aan meer technologiesteun en betere export-financiering.

De lage dollarkoers noopt de vliegtuigdivisie van Daimler Benz tot nieuwe ingrepen, die in oktober bekend zullen worden gemaakt. Mocht de dollarkoers niet wezenlijk veranderen en blijft verdere steun van de overheid uit, dan denkt het concern zeker 10.000 banen te moeten overhevelen naar het buitenland.

Dasa komt hoogstwaarschijnlijk ook dit jaar niet uit de verliezen. Als de dollar niet flink omhoog gaat, boekt het concern dit jaar een driecijferig miljoenenverlies. Vorig jaar, nog vóór de val van de dollar, verklaarde Schrempp dat zijn concern in 1995 uit de rode cijfers zou komen. Dasa heeft over het afgelopen jaar een verlies geboekt van 438 miljoen mark tegenover 694 miljoen mark in 1993. Schrempp en Bischoff beklemtoonden dat het dreigende banenverlies op dit moment nog een theoretische discussie is, omdat de valuta-ontwikkelingen niet zijn te voorspellen.