Commisaris Toorenaar

Onder de kop 'Bewijs corruptie politie is lastig', berichtte NRC Handelsblad op 12 april onder meer over de inmiddels overleden Amsterdamse commissaris Gerard Toorenaar. “Slechts nadat er tijdens zijn afwezigheid een 'inbraak' in de werkkamer van Toorenaar op het hoofdbureau was gedaan, bestond er voldoende bewijs tegen de commissaris om op een ontslag aan te sturen”, zo schreef de redacteur. Dit is een zeer onjuiste voorstelling van zaken, die niet onweersproken mag blijven.

Om te beginnen was er geen sprake van 'inbraak' in zijn kamer, maar slechts van een - onder meer - aan commissaris Toorenaar toebehorende kast, die is opengebroken. En 'bewijs' om op ontslag aan te sturen was er al helemaal niet. Na een zeer langdurig en intensief rijksrecherche-onderzoek was er geen snipper bewijs van corruptie verzameld tegen Toorenaar, dat een nader strafrechtelijk onderzoek rechtvaardigde. Zulks is ook in een officiële rapportage door de procureur-generaal in Amsterdam medegedeeld. En ook de toenmalige minister van binnenlandse zaken, Hans Wiegel, die met de tuchtrechtelijke afdoening van de 'corruptie-affaire' was belast, liet in februari 1980 door middel van een persbericht weten dat er 'géén reden was om over te gaan tot het nemen van enige disciplinaire maatregel ten opzichte van de heer Toorenaar'.

Het is inderdaad lastig om corruptie van politiemensen te bewijzen. En helemaal als ze gewoon niet corrupt zijn.