Bestrijding rabies met recombinant virus is te dol

De openstelling van de Kanaaltunnel heeft volgens een Brits lid van het Europese Parlement geleid tot 'nachtmerrie-visioenen van buitenlandse horden hondsdolle ratten, vleermuizen en vossen die zich door de kanaaltunnel spoeden om een gruwelijke dood te zaaien over het vorstelijke eiland.' Als reactie op die bezorgdheid zijn in de tunnel barrières opgeworpen en vallen geplaatst.

Maar angst voor hondsdolle wilde dieren speelt ook het vasteland van Europa parten. Het EU-programma dat gericht is op een rabies-vrij Europa kwam onlangs in 'The Ecologist' (vol. 24 no. 6) onder vuur te liggen.

In landen die hondsdolheid actief bestrijden zijn niet honden of katten de voornaamste overbrengers, maar wilde dieren. In de EG is de vos (Vulpes vulpes) de belangrijkste infectie-bron; hij neemt zo'n driekwart van de overdracht aan mensen of huisdieren voor zijn rekening. Jaarlijks worden 1,25 miljoen vossen gedood.

Daarnaast heeft de EG in 1989 gekozen voor het immuniseren van wilde vossen met een oraal toegediend anti-rabies vaccin, V-RG. De basis van dit vaccin is niet het rabiesvirus, maar vaccinia, een virus van onbekende oorsprong dat in laboratoria wordt gehouden. Het rabiesvaccin wordt geproduceerd door een gen van het rabiesvirus toe te voegen aan het DNA van het vaccinia-virus. Dit gen regelt de aanmaak van glycoproteïne G, een onderdeel van de buitenlaag van het rabiesvirus. Een vos die met het met het recombinante, levende V-RG virus is geïnfecteerd, ontwikkelt in principe immuniteit voor hondsdolheid.

Door het virus in aas te verstoppen en met helikopters te verspreiden kan het vaccin dus worden toegediend. Boven Frankrijk en België werden tussen 1987 en 1992 bijna negenhonderdduizend kippekoppen uitgeworpen. Dit experiment vormt de grootste uitzetting van genetisch gemanipuleerde organismen ter wereld.

Op grond van literatuuronderzoek concludeert ecologe Ruth McNally dat aan deze aanpak veel schort. Als maat van succes werd in België het percentage vossen genomen dat het vaccin hadden opgenomen: zo'n zeventig procent. Maar niet elke gevacinneerde vos ontwikkelt immuniteit; in gevangenschap geldt dat voor slechts 74 procent. Om in de Belgische proefgebieden rabies uit te bannen, zou tachtig procent van populatie immuniteit moeten ontwikkelen. Meer dan de helft van de verzamelde hondsdolle vossen had overigens wel het uitgeworpen virus opgenomen. Wat gemakkelijk werd verondersteld dat het hier om dieren ging die al besmet waren voordat ze het aas vonden. De claim dat het V-RG succes heeft opgeleverd lijkt nogal voorbarig. De verspreiding van rabies neemt nu in België toe. Om de nieuwkomers te vaccineren zouden de droppings jaarlijks herhaald moeten worden.

Anders dan de hondsdolheid-bestrijders beweren, is het effect van V-Rg op andere diersoorten en mensen nog onbekend. Ook een andere uitspraak van V-RG onderzoekers blijkt discutabel. Het bewerkte virus zou zich niet verspreiden onder de dieren binnen een ecosysteem. Maar eerder is gebleken dat vaccinia van de ene gastheer naar de andere kan overgaan. En hoe staat het met de genetische stabiliteit van het virus? Spontane mutatie en recombinatie met verwante virussen kunnen tot een nieuw virus leiden. Wat laat - in 1992 - meldden Belgische V-RG onderzoekers dat dit nog onderzocht moet worden. De ironie is dat rabies onder Europese vossen betrekkelijk onbetekenend is voor de gezondheid van mensen en hun huisdieren. Anders dan in India, waar hondsdolheid jaarlijks dertigduizend mensenlevens eist, zijn de stammen van het virus in Europa betrekkelijk selectief waar het hun gastheer betreft. Een slachtoffer van de beet van een hondsdolle vos kan de ziekte alleen overdragen aan een ander vos. Een hond kan zijn eigenaar dus niet besmetten, aldus McNally. Daarnaast is een vos met rabies alleen gedurende drie dagen voor zijn dood besmettelijk. Over heel Europa zijn er in de afgelopen twintig jaar door hondsdolheid één tot vier doden gevallen. Binnen de huidige EG dateert het laatste menselijke sterfgeval uit 1928. Dat vond in Frankrijk plaats, een van de EG landen die nu een 'rabies probleem' hebben. Niettemin raken daar op tien miljoen honden er slechts vijftig besmet. Het gebruik van een genetisch gemanipuleerd virus houdt in dit geval mogelijk meer risico's in dan de te bestrijden ziekte zelf.