Asser maakt met persoonlijk oorlogsdrama indruk

Het laatste glas melk, Ned.1, 21.05-22.15u.

Het tv-spel Het laatste glas melk van Eli Asser, dat vanavond door de IKON wordt uitgezonden, begint met een datum: 20 januari 1943. De volgende dag gingen alle patiënten en verplegers uit de joodse inrichting voor geesteszieken in het Apeldoornsche Bosch op transport. Asser werkte er in werkelijkheid als verpleger en beraadslaagde die nacht met zijn collega's over de vraag of ze zouden vluchten of aan hun geweten verplicht waren met hun patïenten mee te gaan. Hij vluchtte en dook onder, op aanraden van zijn vriendin die er dienstmeisje was. Degenen die meegingen, zijn in Auschwitz vermoord, onmiddellijk na aankomst van de trein.

Het laatste glas melk is dan ook gebaseerd op de persoonlijke herinneringen van de schrijver. “Het is niet precies zo gebeurd”, heeft hij verklaard, “maar wel zo geweest.” Zijn gewetensconflict heeft de vorm gekregen van een reeks gesprekken en aanvaringen tussen de jonge verpleger en een schizofrene patiënt die op het punt staat te sterven aan syfillis - tegen de achtergrond van een kliniek vol hysterische gekken. De man op zijn ziekbed (sterk ingeleefd gespeeld door Gees Linnebank) voorziet wat er gaat gebeuren, terwijl de verpleger (een zuivere rol van Dirk Zeelenberg) nog niet weet wat hij zal doen. Om hen heen hangt de dreiging van het onbekende.

De wetenschap dat hier autobiografische bijzonderheden werden verwerkt, draagt ongetwijfeld bij tot de indruk die deze produktie op mij maakte. Maar ook als ik probeer die voorkennis van me af te schudden, blijft er veel over: een in levende taal geschreven script, waarin de galgenhumor als volstrekt vanzelfsprekend uit de absurde situatie voortvloeit, en een schroomvallige, niet-sentimentele verfilming door Eric Oosthoek. Alleen de muziek legt de tragedie er soms net iets te dik op. In de kleine zinnetjes schuilt immers al meer dan genoeg van de pijn. “Je had ook nog een zusje, is 't niet?” zegt de patiënt tegen de verpleger wiens familieleden al zijn weggehaald. “Ik hèb ook nog een zusje”, antwoordt de verpleger koppig.

Eerder schreef Eli Asser voor de IKON de gevoelige monoloog De Brizmilah, waarin voor het eerst iets doorschemerde van zijn persoonlijke oorlogsverhaal - nadat hij zich vijftig jaar lang had gepantserd als auteur van comedy-successen. Nu hij zijn ervaring met dialogen en plot-constructie voor de tweede keer in dienst heeft gesteld van niet-verstrooiend drama, mag de IKON zich gelukkig prijzen met de ontdekking van een veelbelovend schrijver.