Witwassen van zwartwerkers is geen wondermiddel

Als tweeverdieners hun klussers onder het minimumloon mogen uitbetalen, liggen de laagbetaalde banen voor het opscheppen, zo werd onlangs verkondigd door een onderzoeksbureau. Jos Mevissen trekt dit in twijfel. Zullen de 'laagstbetaalden' wel bereid zijn in ruil voor een legale baan fors in te leveren? En wil de rest van de samenleving hen dit aandoen?

Groot nieuws! Een grote bron van werkgelegenheid is aangeboord. Minimaal zo'n 47.000 arbeidsjaren winst, en misschien wel 123.000 banen. En dan moet de lezer bedenken dat achter deze getallen nog veel meer deeltijdbanen schuil kunnen gaan. Dit blijkt uit een voor de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek uitgevoerd onderzoek van de Stichting voor Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam.

De heer Van Stiphout stelt in NRC Handelsblad van 11 april dat de behoeften aan diensten nu in kaart is gebracht en dat het nu aan de ondernemers is “om die markten op een creatieve wijze aan te boren”. Om dat verborgen werk aan de oppervlakte te brengen, dat wil zeggen beschikbaar te maken voor werklozen, moet de prijs die ervoor gevraagd wordt, verlaagd worden naar de evenwichtsprijs op de markt. Die prijs is ƒ 12,50 per uur. Dit is het bedrag dat huishoudens nu al (gemiddeld) betalen voor dergelijke diensten, maar dan in het informele circuit. Dit betekent een daling van de formele prijs met 50 tot 65 procent, zo begrijp ik uit het artikel, want de 'witte' marktprijs ligt op 25 tot 35 gulden.

Hier vinden we het eerste addertje. Als de prijs die een bedrijf rekent aan de klant maximaal ƒ 12,50 mag bedragen, dan zal de werknemer nooit ƒ 12,50 per uur verdienen. Immers, de werkgever moet van die ƒ 12,50 nog aftrekken: 17,5 procent BTW (tarief dienstverlening) en 20 tot 25 procent voor sociale premies werkgever, overhevelingstoeslag en 8 procent vakantiegeld. Verder zullen de overheadkosten (administratiekosten, afschrijvingen, materiaal, et cetera) van het bedrijf uit die ƒ 12,50 betaald moeten worden. Uitgaande van deze afdrachten van een werkgever en een uurloon van een werknemer van ƒ12,50 komt de prijs die een particulier voor dienstverlening moet betalen moet betalen minimaal op een bedrag van 18 gulden. Dat is 44 procent meer dan de (informele) marktprijs.

Misschien is het onderzoek er echter van uitgegaan dat die dienstverlening aan een- en tweepersoonshuishoudens niet via bedrijven verloopt, maar rechtstreeks via de werklozen die formele diensten gaan aanbieden. In dat geval moet zo iemand meer dan één opdrachtgever hebben; dan kan hij of zij werken op een free lance-contract.

Dat bespaart het een en ander, maar toch kan dan een aardig bedrag van die ƒ 12,50 afgaan als de werkloze niet meer als werkloos wordt beschouwd (hij/zij werkt immers 40 uur per week): de premies voor Sociale Verzekeringen en belastingen. Als de werkloze besluit een 'kleine zelfstandige' te worden, kan hij/zij een eenmanszaak oprichten maar dan gaat in grote lijnen de eerste berekening weer op.

De voorbeelden laten zien dat wanneer wordt vastgehouden aan een uurloon van ƒ 12,50 de prijs die voor de dienstverlening betaald moet worden altijd (aanzienlijk) hoger uitkomt. Dat zal dus niet veel extra werk opleveren. Zeker niet wanneer bedacht wordt dat het minimumloon op dit moment al ƒ 12,48 bruto per uur bedraagt. Dat is vanaf 23 jaar. Het minimum-jeugdloon ligt daar onder. Een 18-jarige verdient nog niet de helft van die ƒ 12,48!

Dus zal het artikel wel bedoelen dat de werkloze niet voor ƒ 12,50 per uur moet gaan werken, maar voor minder. Prof. Van Praag spreekt van een uurloon van 10 gulden. Op basis van het bovenstaande rekenvoorbeeld is een uurloon van ongeveer 8 gulden meer reëel. Het minimumloon voor werkenden van 23 jaar en ouder zou dus met 35 procent moeten zakken naar het niveau van het huidige bruto minimum jeugdloon voor een 20-jarige. Dat is het tweede addertje. Maar er zijn er nog meer.

Op de eerste plaats is er de vooronderstelling dat vraag en aanbod op dit type markten elkaar altijd vinden. Een mijner vrienden woont in een typische (kinderrijke) tweeverdienerswijk. Zij hielden tweemaal per jaar een heel klein tweeverdienersonderzoek, waarin zij de gemeenschappelijke behoefte aan kinderopvang inventariseerden. Zij zijn hiermee gestopt wegens een structureel gebrek aan gekwalificeerd aanbod, ook in het zwarte circuit. Er zijn, naast deze anekdote, ontelbare onderzoeken die aantonen dat vraag en aanbod elkaar niet zonder meer vinden als ware er sprake van een volledig doorzichtige markt. Dus is het mij een raadsel waarom een voorstel als dat van Van Praag nog op een dergelijke veronderstelling gebaseerd is.

Op de tweede plaats wordt er op vertrouwd dat wat consumenten in een onderzoek als potentiële behoefte melden, ook door hen vervuld zal worden als de prijs acceptabel is. Maar die prijs is nu al acceptabel (een deel van de respondenten uit het onderzoek betrok schoonmaak- en kinderopvangdiensten via het zwarte circuit), en toch laat nog niet iedereen in de behoeften voorzien (het andere deel van de respondenten voorziet niet via het zwarte circuit in deze diensten). Dat is niet alléén te verklaren uit de ondoorzichtigheid van de markt. Is een prijs van ƒ 12,50 per uur (die nu zwart betaald wordt) voor velen dan toch te hoog? Is het aanbod van informele dienstverleners te klein? Vindt men de kwaliteit van het geleverde te laag? De antwoorden op deze vragen, en ongetwijfeld op nog vele andere, bepalen hoeveel potentieel werk omgezet wordt in echt werk.

Op de derde plaats wordt ervan uitgegaan dat het aanbod, zeg de werklozen, zonder meer bereid is om voor de in het onderzoek geopperde tarieven aan de slag te gaan. De bijstandsuitkering varieert al naar gelang de huishoudsamenstelling van de uitkeringsgerechtigde van 50 tot 100 procent van het wettelijk minimumloon. In het voorbeeld waarin het werkelijke loon onder de ƒ 12,50 uitkomt, gaat de werkloze met bijstand er dus op achteruit. In het eerste voorbeeld (een uurloon van ƒ 12,50) is het voordeel voor de uitkeringsgerechtigde variabel van globaal 40 tot 0 procent (maar in dat geval zal er geen of weinig marktvraag zijn). Prof. Van Praag denkt dat met een beroep op calvinistische waarden en een culturele omwenteling wel een aanbod te creëren is. Dat zijn boterzachte opties. Waarschijnlijker is dat met het loslaten van het minimumloon ook de bijstand losgelaten moet worden. Het idee van Van Praag dat de overheid wel 500 gulden kan bijbetalen als het loon niet hoog genoeg is komt ook aardig in de richting van het ministelsel sociale zekerheid. Maar noch Van Praag noch de topambtenaren die een verlaging van het minimumloon schijnen te bepleiten maken gewag van die noodzaak ook de bodem uit het bijstandsgebouw te halen.

Een bijkomend probleempje vind ik hoe gecontroleerd zou moeten worden dat hetgeen door een werkloze als inkomsten wordt opgegeven ook werkelijk het totaalbedrag aan inkomsten is. Een werkloze die zich op deze nieuwe markt aanbiedt, zal al snel tussen de vijf en tien werkgevers hebben wanneer we uitgaan van een gemiddelde behoefte van vier uur per week, zoals uit het SEO-onderzoek doet. Er zal ook vaker/sneller van werkgever gewisseld worden dan het geval is bij een “regulier werkende”. Wie moet op welke manier elke maand weer controleren of alle opgaven juist zijn? De werkgelegenheidswinst in de controle- en verhaalsector zal zeer respectabel zijn.

Een vierde punt van kritiek op de in het artikel gepresenteerde redenering is dat er niet altijd sprake kan zijn van een 'overheveling' van zwart werk naar wit als de prijs maar hetzelfde is. Onderzoek heeft al jaren geleden uitgewezen dat daarbij ook andere overwegingen een rol spelen dan alleen prijs en produktiviteit, bijvoorbeeld vertrouwen en de wetenschap dat je snel van elkaar af kunt komen als een van de partijen dat wil. Bovendien zijn er vloeiende overgangen tussen informele arbeid enerzijds en informele zorg en vrijwilligerswerk anderzijds. Van het simpel 'oprollen' van het zwarte circuit zal dus minder makkelijk sprake zijn dan door SEO wordt gesuggereerd. Maar ook in de formele economie is de prijs niet altijd de doorslaggevende factor. Hoe is het anders te verklaren dat het in de meeste CAO's overeengekomen minimumloon hoger ligt dan het wettelijk minimumloon.

Ongetwijfeld zal het loslaten van het wettelijk minimumloon in sommige sectoren, waaronder misschien de persoonlijke dienstverlening, tot een iets grotere 'witte' vraag naar werk leiden (dat dit ook bij bijstandsvrouwen het geval zou zijn als ze maar weer eens aan het werk zijn is onzin). Maar daar zal alleen een voldoende - de gekwalificeerdheid daarvan laat ik voor het gemak buiten beschouwing - aanbod tegenover staan wanneer wij, of eigenlijk de werklozen, de laagstbetaalden, de hele onderkant van de arbeidsmarkt, bereid zijn een hoop in te leveren. Dit is de grootste adder onder het gras. Het lijkt mij dat in de discussie over verlaging van het wettelijk minimumloon ook die aspecten eens betrokken moeten worden, vóórdat gejuicht wordt over banengroei. Vinden wij de Amerikaanse situatie met een minimum aan sociale zekerheid, geen ontslagbescherming, ouders die beiden de hele dag moeten werken om het huishouden draaiende te houden, de noodzaak van verschillende banen naast elkaar, et cetera acceptabel? Kan de maatschappij zich een kleiner aanbod van vrijwilligers en informele zorgverleners permitteren? Wat moet men straks met de kosten voor medische hulp aan een groot aantal onverzekerden?