Werkloosheid volgens CBS licht verminderd

DEN HAAG, 19 APRIL. In februari waren er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), gecorrigeerd voor seizoensinvloeden, 481.000 mensen werkloos; 23.000 minder in vergelijking met februari 1994.

Dat heeft het CBS vanmorgen bekend gemaakt. Maar in vergelijking met januari is de werkloosheid in februari licht gestegen, want in de eerste maand van dit jaar waren er nog 473.000 mensen werkloos.

Regionaal zijn er volgens het CBS weinig verschillen in het verloop van de werkloosheid. Alleen in de vier grote steden was het aantal werklozen in de eerste maanden van dit jaar 15.000 lager in vergelijking met een jaar eerder. Uitgedrukt als percentage van de beroepsbevolking is de werkloosheid in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht 12,9 procent; een jaar geleden was dat nog 14,6 procent. Ruim twintig procent van alle werklozen woont in de vier grootste steden; tegen ongeveer dertien procent van de beroepsbevolking.

In de drie noordelijke provincies is de werkloosheid relatief het hoogst, namelijk 10,6 procent. Het landelijk gemiddelde bedraagt op dit moment 7,7 procent; tegen 8,0 procent een jaar geleden.

De werkloze beroepsbevolking wordt door het Centraal Planbureau (CPB) geprognosticeerd op 550.000 in 1995 en 1996. Het aantal personen met een werkloosheidsuitkering zal volgens het CPB dalen van 763.000 in 1994 via 745.000 dit jaar, naar 735.000 in 1996.

Het CBS heeft in februari 832.000 werkloosheidsuitkeringen geregistreerd; een stijging van 47.000 in vergelijking met februari 1994. In januari was het verschil nog 53.000 en een half jaar geleden ruim 100.000. Het verschil met een jaar gelden is dus gedaald.

Van het aantal werkloosheidsuitkeringen in februari is 31.000 toe te schrijven aan seizoensinvloeden. Afgezien van seizoensinvloeden is het aantal uitkeringen vanaf april vorig jaar geleidelijk gestegen, gemiddeld met 4.000 per jaar.