Vriendjespolitiek

Voor positieve discriminatie valt best iets te zeggen. Zodra je afstand doet van het idee dat er voor een baan een meest geschikte kandidaat bestaat, staat de geest er voor open. Als immers uiteenlopende mensen geschikt zijn voor een bepaalde functie, waarom dan niet bepaalde groepen (vrouwen, minderheden, gehandicapten) een voorzetje gegeven, zodat zij hun sociale achterstand kunnen wegwerken.

Positieve discriminatie is een maatschappelijk breekijzer met een nobel doel: gelijke vertegenwoordiging op alle niveaus van groepen naar hun frequentie van voorkomen in de maatschappij in het wild. Idealiter zou de helft van het aantal ministers vrouwelijk moeten zijn en één op de vijftig onderwijzers van Surinaamse afkomst - ik geef maar een voorbeeld. Duidelijk is in ieder geval dat positieve discriminatie en het toepassen van quota onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Niemand zal positief willen discrimineren tot het kabinet 100 procent vrouw is.

Het probleem met het principe van positieve discriminatie is dat het een abstracte rechtvaardigheid najaagt. Op individueel niveau wordt het ervaren als een onverdraaglijke onrechtvaardigheid. Het is voor iemand slecht te verteren een baan mis te lopen om redenen van mannelijkheid of blankheid. Dat dit voor vrouwen en zwarten in de recente geschiedenis de normale gang van zaken was, maakt het niet minder onverteerbaar. Wat heeft een sollicitant anno 1995 tenslotte te maken met historische wantoestanden? Al legt de overheid duizend keer uit dat dit beleid een rechtvaardiger maatschappij beoogt, de afgewezen sollicitant beschouwt zichzelf als slachtoffer en eist selectie naar verdienste.

Maar verdienste is iets betrekkelijks, zeker op de huidige arbeidsmarkt van enorme werkloosheid. Voor elke vacature komen tientallen gekwalificeerde sollicitanten opdagen. Het heeft weinig zin met een stofkam de meest gekwalificeerden eruit te halen. Een groot aanbod verkleint per definitie de verschillen tussen kandidaten in de bovenste regionen, waardoor de hele procedure toch al de kant van een loterij opgaat.

Verdienste is als selectiecriterium te grof. Selectie op grond van sekse of lidmaatschap van een minderheid strijkt tegen het rechtvaardigheidsgevoel in, niet alleen van de traditiegetrouw machtige groep der blanke mannen maar ook van heel wat vrouwen en minderheden zelf, omdat ze zich er te goed voor voelen of geen fooi willen aannemen.

Verdienste gold altijd als dekmantel voor nepotisme. Het is nu eenmaal heel makkelijk om een baan te vergeven aan iemand onder het mom dat hij de beste is, terwijl de gemeenschappelijke achtergrond eigenlijk de doorslag geeft. Hier hoeft nog niet eens boze opzet achter te zitten, het gaat vanzelf zonder er bij na te denken.

De keuze kan nooit zijn tussen positieve discriminatie en verdienste, noch tussen nepotisme en verdienste, omdat voor verdienste slechts de rol van bodemcriterium is weggelegd. Er zijn tien geschikte kandidaten en wat dan? Wordt het een lid van een minderheid of een corpsvriendje?

Het studentencorps geldt bij uitstek als broedplaats van diverse old boys networks, maar ik vraag me af of die netwerken nog wel zo mannelijk zijn. Blank wel ongetwijfeld, want er zijn nog niet zo veel allochtonen tot de universiteit doorgedrongen. Maar studentenclubs waar meisjes niet welkom zijn bestaan al in geen twintig jaar meer, zodat er voor vrouwen geen enkele reden is om niet deel uit te maken van het een of andere gemengde netwerk. Moeten hoog opgeleide vrouwen dan toch nog positief gediscrimineerd worden, zoals bijvoorbeeld het aanstellingsbeleid op de universiteiten laat zien? Ze zouden het vast even ver schoppen met behulp van nepotisme.

Positieve discriminatie is goed en nuttig, zolang het zich maar ver van je bed afspeelt. Als het dichtbij komt, krijgt het iets morsigs, iets waar je voor terugdeinst. Vriendjespolitiek is een even onzuiver mechanisme als positieve discriminatie. Nepotisme is onrechtvaardig en een oneigenlijke methode van baantjes toewijzen. Toch kies ik met het mes op de keel voor nepotisme, omdat dat althans de illusie in stand houdt dat je eigen handelen er nog iets toe doet. Hoeveel toeval er ook bij komt kijken, je vrienden heb je gekozen, je sekse niet.