Vragen aan minister Melkert; VVD en D66 bekritiseren CAO in bouw

DEN HAAG, 19 APRIL. De regeringsfracties VVD en D66 vinden de nieuwe bouw-CAO in strijd met het kabinetsbeleid. De Tweede Kamerleden Bakker (D66) en Van Hoof (VVD) willen dat de collectieve arbeidsovereenkomst niet algemeen verbindend wordt verklaard.

In de Nederlandse bouwsector is 60 procent van de bedrijven georganiseerd via het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB). Deze ondernemingen zijn automatisch gebonden aan het CAO-akkoord dat dit weekeinde is gesloten. In totaal is ongeveer tweederde van de 180.000 bouwvakkers in dienst van AVBB-leden. Ongeorganiseerde bedrijven kunnen door minister Melkert (sociale zaken) via een algemeen verbindend verklaring (AVV) gehouden worden aan de CAO-afspraken.

Bakker en Van Hoof hebben gisteren schriftelijke vragen gesteld aan PvdA-minister Melkert. De Kamerleden vinden dat het CAO-akkoord niet ver genoeg gaat op het gebied van lage loonschalen. Bovendien zijn zij tegen de gemaakte afspraak dat buitenlandse gedetacheerde werknemers na een maand onder de Nederlandse CAO-bepalingen gaan vallen. Tot nu toe gebeurt dat pas na een jaar.

Het Tweede Kamerlid Van Zijl (PvdA) toonde zich vanmorgen verbaasd over de opstelling van zijn collega's. “Ik zou het niet gelukkig vinden wanneer we iedere CAO apart in de Kamer gaan toetsen. De Tweede Kamer moet het regeringsbeleid beoordelen, niet de afzonderlijke CAO-resultaten”, zei hij.

Verbazing is er ook bij de werkgeversorganisatie VNO-NCW. Volgens directeur N. van Kesteren is in de ministerraad al besloten dat er een Europese richtlijn moet komen voor detachering die veel verder gaat dan nu in de bouw is afgesproken. In de Europese richtlijn zouden buitenlandse werknemers direct onder de nationaal geldende afspraken gaan vallen. Volgens Van Kesteren heeft de oproep om de CAO niet algemeen verbindend te verklaren bovendien geen zin, omdat Melkert al heeft laten weten dat hij in 1995 geen wijzigingen zal aanbrengen in het AVV-beleid (algemeen verbindend verklaren).

De regeringscoalitie vindt dat de laagste CAO-schalen de afgelopen jaren te veel zijn gestegen. Dat is ten koste gegaan van de werkgelegenheid voor laageschoolden. In het regeerakkoord is afgesproken dat er meer banen moeten worden gecreëerd in het segment tussen het wettelijk minimumloon en de laagste CAO-schalen. Gebeurt dit niet, dan wordt een CAO niet algemeen verbindend verklaard.

In de bouw ligt de laagste schaal bijna 40 procent boven het minimumloon. In de nieuwe CAO komt een 'inloopschaal'. Dat betekent dat in het eerste halfjaar 110 procent van het minimumloon wordt betaald en het tweede halfjaar 120 procent. Na een jaar komt de werknemer in de laagste CAO-schaal. “De afspraken die in de CAO's worden gemaakt over de lagere loonschalen stellen in de praktijk weinig voor”, meent Bakker.